<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
>

<channel>
	<title>Rob Bakker, auteur op Wynia&#039;s Week</title>
	<atom:link href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/author/robbakker/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link></link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Fri, 12 Jun 2020 14:39:52 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.4</generator>
	<item>
		<title>1940-2020: Het Verdriet van Nederland</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/1940-2020-het-verdriet-van-nederland/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-06-13</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/1940-2020-het-verdriet-van-nederland/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 13 Jun 2020 05:46:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=7742</guid>

					<description><![CDATA[<p>Minister van Onderwijs en Cultuur, Ronald Plasterk meldde in 2009 bij de opening van een tentoonstelling van een expositie van het dagboek van Anne Frank dat dit ‘een geschenk aan de wereld’ was. Een geschenk. Met dank aan wie? Tot in de jaren zestig leefde naoorlogs Nederland in de gemoedstoestand van ‘onderdrukking en verzet’, van [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/1940-2020-het-verdriet-van-nederland/">1940-2020: Het Verdriet van Nederland</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Minister van Onderwijs en Cultuur, Ronald Plasterk meldde in 2009 bij de opening van een tentoonstelling van een expositie van het dagboek van Anne Frank dat dit ‘een geschenk aan de wereld’ was. Een geschenk. Met dank aan wie?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Tot in de jaren zestig leefde naoorlogs Nederland in de gemoedstoestand van ‘onderdrukking en verzet’, van nationaal slachtofferschap en heldendom. In De Canon van Nederland is Het Achterhuis, het dagboek van Anne Frank, de Nederlandse collectieve herinnering aan de Holocaust. Anne Frank is een veilig beeld voor de collectieve herinnering, het is een beeld dat zich beperkt tot de daders en de slachtoffers. Het was een incompleet beeld.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wat de Joden gebeurde werd in de naoorlogse geschiedenis gezien als iets wat de Joden overkwam en wat Joodse geschiedenis was. Deze waarneming kwam van zowel Loe de Jong als Abel Herzberg. In ‘<a href="https://verbum.nl/boekhouders-van-de-holocaust/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">Boekhouders van de Holocaust</a>’ is van de voorheen ‘Joodse geschiedenis’ stap voor stap een Nederlandse geschiedenis gemaakt.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Politieke denken</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Tot de jaren zestig was het nationaal Nederlandse thema ‘Onderdrukking en verzet.’ Veilig en populair &#8211; zelfs nu nog met het succes van ‘Soldaat van Oranje’. Met de boeken van Loe de Jong, Abel Herzberg en met name Jacques Presser, kwam de dichotomie van ‘goed of fout’. Die meetlat zou voortleven tot op de dag van vandaag, bijvoorbeeld in het immigratiedebat waar de nazi’s, fascisten en nsb’ers om de hoek liggen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Naarmate online-discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi&#8217;s of Hitler, tot 1 (stelling van Godwin). Maar de Holocaust als beeld leent zich niet voor vergelijkingen in de actualiteit, dat is oneigenlijk gebruik en kwetsend voor de Joodse slachtoffers en overlevenden.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Jaren negentig</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Pas laat in de jaren negentig veranderde het politiek denken ten aanzien van de Jodenvervolging in Nederland. Dat inzicht kwam niet spontaan uit de lucht vallen, maar kwam onder druk tot stand.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten eerste waren er de wetenschappelijke publicaties. Ten tweede was er toenemende internationale druk, uit met name de Verenigde Staten om geroofde goederen en geld terug te betalen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Tegelijkertijd ontstond er in 1997 grote maatschappelijke commotie naar aanleiding van de zogenaamde <em>Liro</em>-affaire, toen bleek dat er bijzonder achteloos was omgesprongen met de archieven van de roofbank, wat voor velen typerend was voor de houding van de naoorlogse politiek ten aanzien van de Joodse overlevenden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Martin Bossenbroek schreef in ‘De Meelstreep’ (2001): ‘De nationale verzetsmythe werd definitief doorgeprikt. Nederland ging massaal de schaamte voorbij, en oorlogsslachtoffers werden aangemoedigd niet langer te zwijgen, maar te spreken.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Vanaf 2000 herziening</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Er is na de eeuwwisseling een nieuwe invalshoek, een nieuw paradigma gekozen door diverse historici waarin de rol van de overheden in de Jodenvervolging minutieus wordt beschreven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Hoge Raad, de NS, banken en notarissen, de marechaussee, de politie, de beroving van de Joden door Nederlanders, het bedrijfsleven en de gehele laag van bestuurlijke en uitvoerende ambtenaren, het kwam allemaal aan bod.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En alle verschenen studies hebben een opvallend kenmerk gemeen: inzake de Jodenvervolging was er bij de ambtenaren eerder sprake van gewillige medewerking dan van onderdrukking en nauwelijks van verzet. Die erkenning van institutionele collaboratie aan de Jodenvervolging ging gepaard met verontschuldigingen aan de Joodse gemeenschap.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een collaboratie die niet alleen plaatsvond tijdens de bezetting, maar die tot het jaar 2000 het juridisch strijdtoneel bepaalde waarin de Joden hun rechten moesten bevechten. Premier Wim Kok bood in 2000 excuses aan voor het naoorlogse handelen. Over de oorlog zelf nog geen woord.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<h2 class="wp-block-heading">Nederland sloot de rij</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Niet alleen de overheid, ook het parlement zweeg in alle talen. Net als lokale en regionale overheden. Landen als Frankrijk en België hebben het belang van hun eigen overheidsrollen tijdens de bezetting erkend en er in de loop van de tijd hun excuses voor aangeboden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In 1995 erkende de Franse president Chirac de verantwoordelijkheid van de Franse republiek voor de collaboratie van het Vichy-regime met de misdaden tegen de Joden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In België werd in 2002 in het parlement een resolutie aangenomen, ‘betreffende het bepalen van de feiten en verantwoordelijkheden van de Belgische overheden bij de vervolging van de Belgische Joden’. Daar kwam onder andere een studie onder redactie van Rudi van Doorslaer uit voort met de veelzeggende titel ‘Gewillig België, overheid en Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog’. De Belgische overheid erkende haar medeverantwoordelijkheid voor de Jodenvervolging en bood excuses aan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Noorse premier Jens Stoltenberg bood op 27 januari 2012, op de internationale <em>Holocaust Memorial Day</em>, excuses aan. Premier Xavier Bettel van Luxemburg bood na een door de overheid geïnitieerd onderzoek in 2015, excuses aan voor het feit dat Luxemburgse ambtenaren meewerkten aan de Jodenvervolging door hun registratie volgens Duitse criteria, door hun uitsluiting uit het publieke leven, beroepen en scholen, en de roof van hun bezittingen. Exact zoals in Nederland.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Nederlandse rijksoverheid bekende bij monde van de minister-president kleur in 2020, voor de ‘registraties en deportaties’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Vingerafdrukken Holocaust</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Bob Moore kwam in zijn studie ‘<em>Victims &amp; Survivors</em>’ tot bijna honderd anti-Joodse maatregelen waarbij de ambtenaren, inclusief politie, betrokken waren. Uitgevoerd en gearchiveerd op nationaal en lokaal niveau, voor zover dat bewaard is gebleven. ‘De geschiedenis van de Holocaust zit onder de vingerafdrukken van de bureaucratie’, schreef de socioloog Zygmunt Bauman in ‘De moderne tijd en de Holocaust’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Rijksoverheid wilde na de oorlog in haar archieven geen Duits materiaal dat onderscheid maakte tussen Joden en niet-Joden. Om die reden zijn bijvoorbeeld ook de persoonskaarten uit de bevolkingsregisters met Joodse aantekening zoals de codes J, G1 (Grade 1 half-Joods) en G2 (kwart-Joods) vernietigd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Bij dit besluit van de Rijksoverheid kan aangetekend worden dat deze archieven met het door de Duitsers gewenste onderscheid door Nederlandse ambtenaren zijn opgebouwd. Als dit besluit om archieven te vernietigen was overgenomen door de gemeenten waar nog vele archieven verhalen van anti-Joodse maatregelen, zou de rol van de overheid bij de Jodenvervolging ook voor een deel verdwenen zijn.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Zwijgende en verdwenen archieven</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Opvallend is de signalering van de Commissie-Kordes (Commissie Onderzoek Liro-archieven) van het aantal verdwenen archieven: ‘Weinig informatie trof de commissie aan over geliquideerde bedrijven. Het is dan ook thans niet meer mogelijk een volledig inzicht te verkrijgen in de geldelijke omvang van de liquidaties van de Joodse bedrijven.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Na de bezetting kwam er de Schade-Enquêtecommissies, kortweg ‘SEC’. Wie schade had geleden deed aangifte in zijn rayon bij een afdeling van de SEC. Onnodig te zeggen dat de Joodse bevolkingsgroep onevenredig zwaar was getroffen, niet door bombardementen maar door landgenoten en de eigen overheid inzake ontneming van bedrijven, kunst en onroerend goed.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor alle geclaimde goederen moesten de aanschafprijs, de leverancier en de aankoopdatum worden gegeven, dat laatste was nodig om de hoogte van de afschrijving te bepalen. Dat leverde honderdduizenden dossiers op en alhoewel in 1956 de Rijksarchivaris (alweer) opdracht gaf om deze te vernietigen, is er hier en daar een dossier bewaard gebleven.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Privacy voor collaboratie</h2>



<p class="wp-block-paragraph">‘Het Nationaal Archief is niet de juiste plek voor beladen documenten Shoah’, schreven onderzoeker en historicus Raymund Schutz en journalist Frits Barend recentelijk in Het Parool. Met de overdracht van de Joodse Raadcartotheek van het Rode Kruis aan het Nationaal Archief dreigt deze veel minder makkelijk toegankelijk te worden voor onderzoekers en nabestaanden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De overdracht en de mogelijk daaraan gekoppelde beperkingen voor Westerbork en het Joods Historisch Museum vormen een onaanvaardbare aanslag op het herinneringsproces in Nederland.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onderzoekers stuiten in hun archievenonderzoek steeds meer op moderne privacywetgeving, ook vanuit Europa, die in wezen niet met terugwerkende kracht bedoeld is voor de privacy van personen uit het verleden. Maar toch hanteren de overheidsarchieven die regels nauwgezet: iedere naam is een taboe en daarmee een archief gesloten.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Moe van excuses?</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Gemeenten en provincies bleven en blijven angstvallig stil als het gaat om hun rol in de Jodenvervolging. Er waren tijdens de bezetting 450 Nederlandse gemeenten van de 912 die in opdracht van de secretaris-generaal via de burgemeesters, aan de Duitsers meldden &#8211; en voor ze telden &#8211; dat er Joodse inwoners waren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De gemeenten zijn nu aan de beurt om hun archieven te openen en hun rol in de Jodenvervolging te erkennen. Steeds meer lokale publicaties en boeken getuigen van die sporen. Hopelijk wacht men niet braaf het algemene NIOD-onderzoek af tot 2024 maar gaat iedere gemeente individueel op onderzoek.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En dan? Excuses maar weer?&nbsp; Wat hebben we daaraan, zal mogelijk de moede gedachte zijn van de 21<sup>ste </sup>eeuwse burger. Hebben we net de slavernij gehad, nu dit?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toch is een belangrijke rol weggelegd voor erkenning van overheden inclusief de gemeenten. Om te beginnen de grote steden waar zo’n driekwart van de Joden woonden; waarvan de helft in Amsterdam waar van de tachtigduizend Joden er zestigduizend zijn vermoord.&nbsp; De rol van de gemeenten was mede bepalend voor de Duitse ‘resultaten’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Holocaust leent zich niet voor vergelijkingen, maar nadat de gemeente Amsterdam begin dit jaar bekend maakte dat ze in juni &#8211; na een onderzoek van slechts een half jaar &#8211; excuses zal gaan aanbieden voor de slavernij, ligt hier ook nog een taak. Nu ligt de Holocaust iets dichter bij het heden dan de slavernij. Maar daar gaat niemand de straat voor op.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Bijzondere band</h2>



<p class="wp-block-paragraph">‘De bijzondere band tussen onderduikfamilies en de onderduikers bestaat nog steeds en de relaties tussen families worden gekoesterd,’ zegt Ronny Naftaniël, voormalig directeur CIDI en bestuurslid van het Centraal Joods Overleg. ‘Daarvoor wordt nog heden ten dage immense dankbaarheid gevoeld. Mede dankzij die dappere families hebben we nu nog een Joodse gemeenschap in Nederland van zo’n 50.000 zielen. Dat is betekenisvol.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Die 50.000 zielen hebben bijna allemaal familieleden verloren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Met de excuses van minister-president Rutte en de kritiek van de koning aan het adres van koningin Wilhelmina komt er een vervolg op het nieuwe perspectief van de Nederlandse Jodenvervolging, met nadruk op ‘Nederlandse’. Zo wordt het verdriet van de Joden ook het historische verdriet van Nederland.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker schreef het recent verschenen ‘Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de collaboratie’. Voor meer informatie,&nbsp;</em><a href="https://verbum.nl/boekhouders-van-de-holocaust/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><em>HIER</em></a></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/1940-2020-het-verdriet-van-nederland/">1940-2020: Het Verdriet van Nederland</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/1940-2020-het-verdriet-van-nederland/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/het-merkwaardige-joodse-monument.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/het-merkwaardige-joodse-monument-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/het-merkwaardige-joodse-monument-300x169.jpg" width="300" height="169" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/het-merkwaardige-joodse-monument.jpg" width="600" height="338" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/het-merkwaardige-joodse-monument-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/het-merkwaardige-joodse-monument-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Gemeenten kochten doelbewust Joodse geroofde panden</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/gemeenten-kochten-doelbewust-joodse-geroofde-panden/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-06-06</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/gemeenten-kochten-doelbewust-joodse-geroofde-panden/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 06 Jun 2020 05:44:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=7571</guid>

					<description><![CDATA[<p>Er was tijdens de Duitse bezetting in de jaren 1940-’45 een levendige handel in onroerend goed dat in opdracht van de bezetter van Joden was afgenomen. Het Nationaal Archief heeft met de zogeheten Verkaufsbücher dit thema in het spotlicht gezet: die boeken vormden de vastlegging van door de Duitse bezetters verkocht, geroofd Joods onroerend goed: [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/gemeenten-kochten-doelbewust-joodse-geroofde-panden/">Gemeenten kochten doelbewust Joodse geroofde panden</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Er was tijdens de Duitse bezetting in de jaren 1940-’45 een levendige handel in onroerend goed dat in opdracht van de bezetter van Joden was afgenomen. Het Nationaal Archief heeft met de zogeheten <em>Verkaufsbücher</em> dit thema in het spotlicht gezet: die boeken vormden de vastlegging van door de Duitse bezetters verkocht, geroofd Joods onroerend goed: huizen en land. Achttien exemplaren, (deel 1 is vermist) met 7.107 transacties, met soms meerdere huizen per transactie, in totaal 10.500. Waaronder diverse gemeenten als koper.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Er is enige ophef bij vele gemeenten ontstaan, 227 in totaal, waar mogelijk geroofde Joodse panden zijn aangekocht tijdens de bezetting. Maar zo luidt de verklaring: ‘Ze weten het niet’. Tijdens de bezetting wist men het wel. En wie wil kan het nu ook nog te weten komen via <a href="http://www.pointer.nl" target="_blank" rel="noreferrer noopener">www.pointer.nl</a> .</p>



<p class="wp-block-paragraph">Men wist waar Joden woonden, want mede met behulp van lokale ambtenaren of de burgemeesters zelf, zijn tijdens de bezetting 27.000 Joodse huizen ontruimd. De aankoop ging via makelaars, maar via het Kadaster was de vorige eigenaar gewoon te zien, al lieten de notarissen die gegevens weg. Men kende de Joodse adressen via het bevolkingsregister, men kende de Joodse winkels en de woningen. Die waren al voor de deportaties door diezelfde gemeentes in kaart gebracht.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Ontneming gronden via de overheid</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Ongeveer 9000 hectare landbouwgebied was Joods eigendom, een bescheiden 0,9 procent van het totale landbouwareaal. Eind mei 1941 kwam er een verordening van Seyss-Inquart dat de Joden vóór 1 juli hun landbouwgrond moesten aangeven: niet bij een Duitse maar bij een Nederlandse instantie, de pachtbureaus.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vóór 1 september 1941 moesten de gronden onder goedkeuring van het departement van Landbouw en Visserij, van secretaris-generaal Hirschfeld, verkocht worden aan niet-Joden. Hirschfeld wilde waarborgen dat er normale bedragen voor de landerijen zouden worden betaald en hij wilde vermijden dat particuliere Duitsers zich meester maakten van de gronden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De verkoop verliep goed en zoals gepland. Toezichthouder H. Fischböck was Hirschfeld erkentelijk. De opbrengsten van de gronden, 17 miljoen gulden, gingen niet naar de vroegere Joodse eigenaren maar naar de Duitse <em>Vermögensverwaltungs- und Renteanstalt</em> (VVRA).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook de zogenaamde betaling aan de Joodse ondernemers inzake de ‘arisering’ ging naar deze VVRA met het (onwaarschijnlijke) verhaal dat de koopsom over een periode van honderd kwartaaltermijnen (vijfentwintig jaar) aan de vroegere Joodse eigenaar uitbetaald zou worden. Daar zou het niet van komen. Het geld van de VVRA werd aangewend voor de kosten van de Jodenvervolging: de deportaties en de inrichting van kampen als Westerbork en Vught.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit was slechts een klein deel van het geregistreerde Joodse onroerend goed.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Joodse huizen en hypotheken</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Er waren ook nog 19.000 bebouwde percelen in Joods bezit, meest huizen en er waren Joodse eigenaren van 5600 hypotheken, dus een vordering op derden met een huis of grond als onderpand. De waarde van die percelen, bebouwd en onbebouwd, werd getaxeerd op 200 miljoen gulden en de waarde van de hypotheken op 27 miljoen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze bezittingen aan onroerend goed werden door de <em>Reichskommissar</em> Seyss-Inquart gevorderd via verordening 154/41 die half augustus 1941 verscheen. Men moest via formulieren van de Kamer van Koophandel onroerend goed aanmelden bij een nieuwe Duitse instantie, de <em>Niederländische Grundstücksverwaltung</em>, (NGV) in Den Haag.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In totaal zouden 19.000 onroerende goederen bij de NGV aangemeld worden en 5600 hypothecaire vorderingen. De NGV droeg het beheer en verkoop over aan meewerkende Nederlandse firma’s waarvan de belangrijkste waren: het Algemeen Nederlands Beheer van Onroerende Goederen, (Anbo niet te verwarren met de huidige ouderenbond) en het administratiekantoor Nobiscum. Die firma’s zouden voor de percelen kopers zoeken via hun eigen kanalen. De opbrengsten gingen naar de VVRA, waar eerder ook de kapitalen van de landbouwverkoop gestald waren.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Nederlandse staat verleende krediet</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Na twee jaar, per 1 oktober 1943, terwijl de deportaties al in volle gang waren, waren er 8000 van de 19.000 grondpercelen in ‘arische’ handen overgegaan. Een van de beherende makelaars, D.H. de Vries en bankier H.C. van Maasdijk kochten de bescheiden Delflandse Hypotheekbank en maakten hier de Landelijke Hypotheekbank NV &nbsp;van.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als steun kreeg de bank staatssteun van de nieuw aangestelde secretaris-generaal Rost van Tonningen. De Nederlandse staat zou staatskredieten verlenen tot een totaal van 24 miljoen gulden op Joodse roofpanden. De Nederlandse staat werd dus partner.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Later bleek dit een vooraf beraamde sterfhuisconstructie voor het geval Duitsland de oorlog zou verliezen. Dan moesten de huizen (in theorie) weer terug naar de rechtmatige eigenaars en dan waren de oorlogshypotheken in de Landelijke Hypotheekbank NV niets meer waard. Dan kon men daar beter het geld van de Nederlandse staat voor gebruiken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Radio Oranje waarschuwde in 1942 en 1943 tegen het kopen van geroofd goed, van bezittingen van Nederlanders die naar het buitenland waren gevlucht of van zogenaamd ‘vijandelijk vermogen’ uit Britse of Amerikaanse firma’s. Ook geroofd Joods onroerend goed viel onder die bepalingen. Dat weerhield de kopers, waaronder diverse gemeenten niet. Zij voelden zich gedekt door de tussenpersonen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<h2 class="wp-block-heading">Makelaars, banken en notarissen als stroman</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De Duitsers wilden graag dat de ontneming van Joods onroerend goed, zoals landbouwgronden, huizen en bedrijfspanden per notariële akte werd geformaliseerd. Het hoofdbestuur van de Broederschap van de Notarissen (met 800 leden) adviseerde de notarissen om hun persoonlijke geweten bij de ambtsuitoefening niet te laten meewegen en de maatregelen loyaal uit te voeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Loe de Jong schreef dat hypotheekbanken in eerste instantie terughoudend leken te zijn om een hypotheek op een ‘Jodenpand’ te geven, omdat men voor roofgoed of aan NSB’ers geen hypotheek wilde geven. Dat is een misvatting gebleken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onderzoek van historicus en onderzoeker Raymund Schütz wees op het tegendeel. In ‘Kille Mist. Het Nederlandse notariaat en de erfenis van de oorlog’ (2016), beschrijft Schütz nauwkeurig de rol van notarissen tijdens de bezetting, met name het passeren van de transportaktes waarmee Joods onroerend goed werd overgedragen aan niet-Joden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In werkelijkheid werden de Joodse panden grif gekocht en hadden de nieuwe kopers dankzij oorlogswinsten, zwarte handel of gewoon roof meer dan genoeg liquiditeiten. Daarvan getuigen de nu pas in het nieuws zijnde <em>Verkaufsbücher van de Grundstücksverwaltung</em>, in het Nationaal Archief in Den Haag.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Schütz beschreef vier jaar geleden al dat de <em>Verkaufsbücher</em> de adressen bevatten en de namen van de oorspronkelijke eigenaren, de betrokken makelaars en de oorlogskopers. Plus de verkoopprijzen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De <em>Verkaufsbücher</em> geven een beeld van een vastgoedcircuit, waarin grof geld werd verdiend aan de Jodenvervolging, ook door de notarissen. Volgens een rapport van de Centrale Accountants Dienst uit 1955 werden tijdens de oorlog minstens 9007 Joodse panden verkocht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Schütz komt tot een gecorrigeerd aantal van 10.565 Joodse panden, met een gemiddelde prijs van 8760 gulden en een totaal geroofd en doorverkocht huizenbezit van 92.554.064 gulden. Globaal dus tegen de helft van de vooroorlogse getaxeerde waarde van 200 miljoen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De gemiddelde verkoopprijs was altijd te laag omdat de Joodse eigenaren onder dwang hun huis bij de <em>Niederländische Grundstücksverwaltung</em>, NGV moesten aangeven. En de Nederlandse munt was in 1944 nog maar 62 procent waard van de vooroorlogse gulden in 1939. Daarna verkocht de NGV het Joods onroerend goed zonder toestemming van de Joodse eigenaren door.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Joodse eigenaar uit het zicht houden</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Nieuwe hypotheken moesten bij niet-Joodse financiers worden afgesloten en het Algemeen Nederlands Beheer van Onroerende Goederen (Anbo) tekende dan voor kwijtschelding. Hoewel de notarissen begrepen dat in geval van een Duitse nederlaag, deze kwijtschelding van een Duitse instelling niets waard was, werkten ze toch mee aan de hypotheekakten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Notaris mr. J.C.M. Kruisinga uit Vriezenveen signaleerde dit probleem in 1943, en maakte een taxatie van het aantal hypotheken dat later betwist zou kunnen worden. Hij kwam op ten minste 24.000 hypotheken. Uiteindelijk bleek het te gaan om 19.000 eenheden onroerend goed en 5700 hypotheken. Lokale makelaars verkochten de panden waarvoor geen nieuwe hypotheek werd verkregen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vaak moesten er wat constructies worden opgezet zodat een nieuwe eigenaar na een eventuele Duitse nederlaag kon aantonen dat hij ‘niet wist’ of ‘niet kon weten’ dat hij een Joods pand had gekocht. Zo werd er een mandje Joodse panden aan een tussenpersoon verkocht en die verkocht de panden vervolgens een voor een door. Iedere akte was kassa voor de notaris.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor de uiteindelijke koper was de oorspronkelijke Joodse eigenaar uit het zicht verdwenen. Notarissen die op grote schaal dit soort panden en aktes lieten passeren, lieten hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid als openbaar ambtenaar varen. Zij konden immers allemaal via het verplichte onderzoek bij het kadaster achterhalen wie de oorspronkelijke eigenaar was geweest. Transacties kwamen tot stand via de netwerken van lokale makelaars, die optraden namens de Anbo, tussenpersonen, stromannen en notarissen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Malafide vastgoedhandelaren en gemeenten</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Over gebrek aan afzet hadden de malafide vastgoedhandelaren niet te klagen. Kopers waren er in alle soorten en maten. Vastgoed was ook toen al dé sector waar zwart geld makkelijk gewit kon worden. Het kopen van vastgoed was ook een mooie kans voor diverse gemeenten die werkten aan stadsvernieuwing, hetgeen vaak sloop van panden betekende om bredere wegen aan te leggen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onderzoekers Hinke Piersma en Jeroen Kemperman, schrijvers van ‘Openstaande rekeningen’ (2015), onderzochten de handel van gemeenten in onroerend goed tijdens de oorlog en hun naoorlogse pogingen dit malafide goed te behouden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Amsterdamse Bank kocht Joods onroerend goed, de gemeente Amsterdam eveneens. Die zag een mooie kans voor stadsvernieuwing. Het kopen van woningen van Joodse huizenbezitters bood meerdere gemeenten een kans om voor de oorlog gekoesterde plannen voor stadsuitbreiding en -vernieuwing te realiseren. Groningen, Leeuwarden, Utrecht, Den Haag en Rotterdam deden om het hardst mee. Amsterdam en Den Haag zouden zich ook over het bezit ontfermen van Joodse woningbouwverenigingen, waarvan de bestuursleden op de deportatielijst stonden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Er hoefde voor de gemeenten geen dure onteigening plaats te vinden waarbij een eigenaar redelijkerwijze gecompenseerd moet worden. In plaats van onteigening hadden de Duitsers onroerend goed ontnomen, juridisch een belangrijk verschil en te kwalificeren als diefstal. Dit ontnomen onroerend goed aankopen kan gekwalificeerd worden als een vorm van heling. In de ogen van de gemeenten was het in het eigen financiële belang die panden te kopen die toch al op het verlanglijstje stonden. Dat dit Joodse eigendom onrechtmatig op de markt was gekomen, vormde geen punt van discussie.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker schreef het recent verschenen ‘Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de collaboratie’. Voor meer informatie,&nbsp;</em><a rel="noreferrer noopener" href="https://verbum.nl/boekhouders-van-de-holocaust/" target="_blank"><em>HIER</em></a></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/gemeenten-kochten-doelbewust-joodse-geroofde-panden/">Gemeenten kochten doelbewust Joodse geroofde panden</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/gemeenten-kochten-doelbewust-joodse-geroofde-panden/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/joodse-gebouwen-in-kaart.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/joodse-gebouwen-in-kaart-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/joodse-gebouwen-in-kaart-300x250.jpg" width="300" height="250" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/joodse-gebouwen-in-kaart.jpg" width="600" height="500" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/joodse-gebouwen-in-kaart-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/06/joodse-gebouwen-in-kaart-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Ambtelijk verzet tegen Jodenvervolging was zeldzaam en opvallend</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ambtelijk-verzet-tegen-jodenvervolging-was-zeldzaam-en-opvallend/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-05-30</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ambtelijk-verzet-tegen-jodenvervolging-was-zeldzaam-en-opvallend/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 30 May 2020 05:47:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=7472</guid>

					<description><![CDATA[<p>De secretarissen-generaal spraken letterlijk met de Duitsers af bij het begin van de Duitse bezetting: ‘Loyale samenwerking en geen verzet.’ Er waren ambtenaren die in hun werk individueel verzet pleegden en waar mogelijk is dat ook beschreven in Boekhouders van de Holocaust: een klein aantal ambtenaren op de bevolkingsregisters, individuele politiemensen of medewerkers voor de [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ambtelijk-verzet-tegen-jodenvervolging-was-zeldzaam-en-opvallend/">Ambtelijk verzet tegen Jodenvervolging was zeldzaam en opvallend</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">De secretarissen-generaal spraken letterlijk met de Duitsers af bij het begin van de Duitse bezetting: ‘Loyale samenwerking en geen verzet.’ Er waren ambtenaren die in hun werk individueel verzet pleegden en waar mogelijk is dat ook beschreven in <em>Boekhouders van de Holocaust</em>: een klein aantal ambtenaren op de bevolkingsregisters, individuele politiemensen of medewerkers voor de voedseldistributie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Nederlandse overheden in Nederland bestreden ieder verzet en dat mocht volgens het Landoorlogreglement. Londen, inclusief koningin Wilhelmina, zweeg gedurende de gehele bezetting over verzet. Ook het bestuur van de Joodse Raad, onder voorzitterschap van David Cohen, was gekant tegen verzet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Loe de Jong schreef over de schaarse onderduikmogelijkheden voor de Joden ‘De Joden kwamen eigenlijk te vroeg aan de markt.’ Omgekeerd: het verzet tegen de Jodenvervolging kwam te laat en was te weinig. Terwijl er later tijdens de bezetting meer dan 350.000 mannen konden onderduiken vanwege de verplichte arbeidsinzet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als vijfde artikel in deze serie van&nbsp;<strong>Rob Bakker</strong>&nbsp;– auteur van&nbsp;<em>‘Boekhouders van de Holocaust’</em>&nbsp;– een terugblik op het zeldzame en daardoor opvallende verzet van individuele ambtenaren.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Papieren route onbelemmerd</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Opvallend is dat er van verzet niet of nauwelijks sprake was in de papieren route van anti-Joodse maatregelen. Dan gaat het om de registratie, inclusief ariërverklaring en de isolatie van de Joden. Met de eerste grote waterscheiding, de niet-Jood ofwel ariërverklaring van de ambtenaren in het najaar van 1940, waren er van de meer dan tweehonderdduizend ambtenaren nog geen tien die weigerden te tekenen. Er was pas van openlijk verzet sprake toen de Joodse ambtenaren, ruim 2500 ontslagen in getal, werden ontslagen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hoogleraren als prof. B.M. Telders en prof. R.P. Cleveringa verzetten zich openlijk tegen het ontslag van Joodse collega’s. Telders werd later gearresteerd en zou kort voor de bevrijding in een concentratiekamp overlijden. Cleveringa werd na zijn beroemde protestrede op 26 november 1940 ook gearresteerd maar overleefde de bezetting.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wat betreft de registratie van de 160.000 Joden die aanving op 10 januari 1941 is er geen enkel protest opgetekend, laat staan verzet.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Februari-staking</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De registratie van de Joden was volop in bedrijf toen de Februaristaking uitgeroepen werd. De Februaristaking in 1941 was aanvankelijk georganiseerd en bedoeld door de communistische partij als stakingsprotest voor betere arbeidsomstandigheden. Na de eerste Jodenrazzia’s in februari – een vergelding voor een aangevallen Duitse politieagent – werd de staking <em>ook</em> benoemd als inzet tegen de terreur tegen de Joden. De staking begon in Amsterdam en vond plaats gedurende twee dagen, op dinsdag 24 en woensdag 25 februari. Gemeentelijke werklieden en trambestuurders staakten mee.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens de onderzoekers Friso Roest en Jos Scheren namen voornamelijk de lagere echelons van de gemeentemedewerkers aan de actie deel, terwijl chefs, diensthoofden en directeuren tegen waren. Onderverdeeld naar ambtenaren en naar werklieden, bleek ruim 7 procent oftewel 759 Amsterdamse ambtenaren te hebben gestaakt op 25 februari en van de werklieden 39,3 procent oftewel 3592 stakers.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Bij de secretarie van Amsterdam, waar ook het bevolkingsregister onder viel en dat de handen vol hand had aan de registratie van tachtigduizend Amsterdamse Joden, was er slechts 1 medewerker die staakte en dat betrof een (anonieme) contractant. Op ambtelijk gebied betekende de Februaristaking geen onderbreking van de anti-Joodse maatregelen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Verzet deportaties</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De deportaties werden voor het grootste deel uitgevoerd door Nederlandse politieambtenaren. De agenten zagen de gevolgen van hun werk; gezinnen, oude mensen en kinderen die direct uit hun eigen omgeving werden weggerukt. Dat was geen beslissing genomen vanachter een bureau. Dit was het ruwe handwerk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wie zich verzette deed dat op eigen risico, tegen de eisen in van de leidinggevenden en tegen de zin in van het merendeel van de collega’s die vonden dat men zich niet aan de plicht mocht onttrekken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de loop van de tijd zou een aantal politieagenten uit dienst treden, vrijwillig of gedwongen wegens <em>deutschfeindliche Einstellung</em>. Tussen najaar 1941 en najaar 1942 moesten zo’n 350 tot 400 politiemensen het veld ruimen. Van de oorspronkelijke bezetting van de marechaussee van 1200 man zouden er enkele honderden vervangen worden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens een schatting van de Nederlandse SS-chef Rauter was er in de periode juli 1943 –februari 1944 een aantal van ongeveer zeshonderd politiemensen ondergedoken, zo’n vijfenzeventig per maand in het op een na laatste oorlogsjaar. Die 400 ontslagen, enkele honderden marechaussee en zeshonderd onderduikers vormden zo’n vijf procent van het gehele Nederlandse politieapparaat.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hinke Piersma (NIOD) beschreef het politieverzet op verzoek en op kosten van de politie in het onderzoek <em>Op eigen gezag. Politieverzet in oorlogstijd</em>. Ze kwam tot een onderscheid van agenten die zich openlijk verzetten tegen de Jodenarrestaties (slechts enkelen), van agenten die naast hun werk verzetswerk deden en tenslotte de agenten die onderdoken. Een driedeling die ook voor een klein deel van de burgemeesters opging. Uit individuele dossiers blijkt dat agenten in stil verzet Joden konden waarschuwen, of deden alsof er niemand thuis was.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<h2 class="wp-block-heading">Openlijk individueel verzet</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Van de 2400 Amsterdamse politiemannen was er een inspecteur, Jan van den Oever, die openlijk weigerde toen hij in augustus 1942 het bevel kreeg Joodse burgers op te halen. Omdat de politie-inspecteur ervan overtuigd was dat de op te halen mensen moesten vrezen voor hun leven, weigerde hij mee te werken. Hij werd oneervol ontslagen. Na de oorlog kwam Van den Oever terug in dienst, maar dat bleek van korte duur; zijn aanwezigheid werd met mate geduld. In 2008 werd een nieuw politiekantoor in Amsterdam bij Sloterdijk vernoemd naar Jan van den Oever.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Samuel Esmeijer kreeg na zijn opleiding in de nazomer van 1942 in Driebergen een aanstelling als klerk bij de politie. Hij saboteerde opdrachten tot arrestatie door slachtoffers tevoren te waarschuwen. Bij een mislukte poging om mede verzetsstrijders te laten ontsnappen, werd hij tijdens een schietpartij doodgeschoten. Een gebouw van de Nederlandse Politieacademie, nu een bijgebouw, draagt de naam <em>Samuel Esmeijer Instituut</em>. Esmeijer wordt nog jaarlijks herdacht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In maart 1943 in Amsterdam verspreidde inspecteur J.W. von Meyenfeldt een oproep niet langer deel te nemen aan de razzia’s, waarna hij moest onderduiken. Op 17 maart 1943 weigerde de Leidse inspecteur O.W. van der Wal mee te werken aan het leeghalen van het Joodse weeshuis, werd gearresteerd maar later weer losgelaten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Agent O.P. Rozemeijer weigerde eveneens mee te werken, werd later gearresteerd en is in 1945 in Buchenwald om het leven gekomen. Een brigade van vier man van de marechaussee in Grootegast weigerde medewerking. De vier leden werden gearresteerd en overgebracht naar kamp Vught, en later naar kampen in Duitsland, waar twee van hen omkwamen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Druk leidinggevenden</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Wat betreft leidinggevenden werd in november en december 1942 medewerking geweigerd bij het arresteren van Joodse burgers door de commissaris van politie in Tiel, J.S. de Jong, de commissaris van Velp C. Borstlap en de chef-veldwachters in Elst en Nunspeet, respectievelijk J.H.H. Broens en S. van Ingen. In Kampen weigerde hoofdagent P. Kapenga. Allen werden gestraft met ontslag.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In Utrecht kondigden zes politiemensen in februari 1943 in een onderhoud met hun gezaghebbende, hoofdcommissaris G.J. Kerlen aan, dat ze zouden weigeren voor de Duitse politie Joden op te halen. Kerlen dreigde met ontslag en eiste de volgende ochtend van alle personeelsleden om voor twaalf uur ’s middags kenbaar te maken of ze bezwaar maakten tegen arrestaties.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Rond twaalf uur hadden honderdtachtig korpsleden zich gemeld, waarna Kerlen tijdens een bijeenkomst het personeel overtuigde dat het beter kon inbinden. Vijftien korpsleden bleven standvastig en de meesten doken prompt onder. Een van hen, de voorzitter van de voormalige politiebond St. Michael, werd gearresteerd door twee collega-korpsleden en overgedragen aan de <em>Sicherheitspolizei</em>. Op 3 september 1943 werd Kerlen doodgeschoten door verzetsstrijder Truus van Lier.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In Rotterdam gingen vier katholieke inspecteurs met gewetensbezwaren om een groep van vijfentwintig Joden te arresteren met medeweten van hun commandant J.W.J. Moerman naar de bisschop en legden de kwestie voor aan de secretaris van de bisschop. De bisschop adviseerde: ‘Principieel moogt ge het niet doen; ge moet trachten van de opdracht ontlast te worden, maar als dat niet lukt en het gaat alleen om ongeveer vijfentwintig gevallen, dan kunt ge het wel doen.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Burgemeesters</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Burgemeester J.J.G. Boot van Wisch en Terborg in de Achterhoek bood zijn ambtenaren de ruimte in het verborgene de maatregelen van de bezetter tegen te werken. Hij moedigde politiemensen aan om bewoners te waarschuwen voor ophanden zijnde arrestaties. Gemeentesecretaris en latere burgemeester van Sneek, L. Rasterhoff pleegde in functie ‘bovengronds verzet’ en buiten functie ‘ondergronds’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zolang het mogelijk was om mensen te waarschuwen, stempels te ontvreemden, wapens te verbergen en brieven te onderscheppen van Jodenverraders, vond hij aanblijven in het belang van de bevolking onder het motto: ‘wie niet wil wijken moet duiken’. Burgemeester J.A.H.J.S. Bruins Slot van de Groningse gemeente Adorp zag al in 1941 dat hij aan onaanvaardbare maatregelen mee zou moeten werken als hij in functie zou blijven en trad af.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Secretaris-generaal Frederiks van Binnenlandse Zaken kon aan geen enkele burgemeester andere raad geven dan aan te blijven ter wille van het bestuur. Actief verzet werd in het geheim gedaan, maar belangrijke effecten hiervan zijn niet bekend.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Spoorwegen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De Spoorwegen zijn vaak het symbool van deportaties. Ze waren onontbeerlijk voor de energie- en voedselvoorziening van de Randstad, maar ook nodig waren voor de deportaties van de Joden. Zo bezien kon de Nederlandse bevolking als het ware gegijzeld worden door de Duitsers, hetgeen ook gebeurde in de hongerwinter toen de spoorwegen op bevel van Londen staakte om militaire redenen. Er was individueel verzet door het weigeren van diensten, maar dat was sporadisch en dat moest dan worden opgevangen door collega’s.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Verzet individuele burgers</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Het waren tienduizenden individuele burgers die Joodse burgers hielpen met onderduik, een vorm van verzet met grote risico’s voor de helpers. Van het totale aantal Joodse onderduikers van 28.000, hebben ongeveer 16.100 de oorlog de onderduik overleefd, dus bijna 12.000 mensen werden alsnog opgepakt. Het aantal medeburgers dat Joden hielp onderduiken is lastig te schatten. Het kunnen tienduizenden helpers zijn geweest, mogelijk meer dan honderdduizend want veel Joden kregen te maken met diverse onderduikadressen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Opvallend is dat in Nederland na Polen (7038) de meeste Yad Vashem-onderscheidingen zijn uitgereikt voor het redden van Joodse levens, namelijk 5778 tegenover 4117 in Frankrijk en 1758 in België.&nbsp; Mede dankzij die dappere families is er nu nog een Joodse gemeenschap in Nederland van zo’n 50.000 zielen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker schreef ‘Boekhouders van de Holocaust’. Daar horen twee ‘sideboekjes’, bij waarvan een met Aanwijzingen met o.a. regels wanneer in verzet te gaan, </em><a rel="noreferrer noopener" href="https://verbum.nl/boekhouders-van-de-holocaust/" target="_blank"><em>HIER</em></a><em> te downloaden.</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ambtelijk-verzet-tegen-jodenvervolging-was-zeldzaam-en-opvallend/">Ambtelijk verzet tegen Jodenvervolging was zeldzaam en opvallend</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ambtelijk-verzet-tegen-jodenvervolging-was-zeldzaam-en-opvallend/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/bakker-een-razzia-in-de-transvaalbuurt-in-amsterdam.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/bakker-een-razzia-in-de-transvaalbuurt-in-amsterdam-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/bakker-een-razzia-in-de-transvaalbuurt-in-amsterdam-300x180.jpg" width="300" height="180" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/bakker-een-razzia-in-de-transvaalbuurt-in-amsterdam.jpg" width="600" height="360" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/bakker-een-razzia-in-de-transvaalbuurt-in-amsterdam-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/bakker-een-razzia-in-de-transvaalbuurt-in-amsterdam-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>De Jodenvervolging werd geen onderwerp van de ambtenarenzuivering</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-jodenvervolging-werd-geen-onderwerp-van-de-ambtenarenzuivering/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-05-23</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-jodenvervolging-werd-geen-onderwerp-van-de-ambtenarenzuivering/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 23 May 2020 05:45:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=7363</guid>

					<description><![CDATA[<p>Geen enkele Nederlandse ambtenaar is ooit gestraft voor het meewerken aan anti-Joodse maatregelen, op een groep gewelddadige Jodenjagers na die als politieambtenaar het boekje te buiten ging. Al die ambtelijke anti-Joodse maatregelen gingen echter wel degelijk in tegen de Aanwijzingen voor de ambtenaar in geval van een vijandelijke inval, tegen de Grondwet en tegen het [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-jodenvervolging-werd-geen-onderwerp-van-de-ambtenarenzuivering/">De Jodenvervolging werd geen onderwerp van de ambtenarenzuivering</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Geen enkele Nederlandse ambtenaar is ooit gestraft voor het meewerken aan anti-Joodse maatregelen, op een groep gewelddadige Jodenjagers na die als politieambtenaar het boekje te buiten ging. Al die ambtelijke anti-Joodse maatregelen gingen echter wel degelijk in tegen de <em>Aanwijzingen</em> voor de ambtenaar in geval van een vijandelijke inval, tegen de <em>Grondwet</em> en tegen het <em>Landoorlogreglement</em>. Niettemin er na de bezetting niemand voor ter verantwoording geroepen. Ook later is er niet op teruggekomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als vierde en laatste artikel in dezer serie van <strong>Rob Bakker</strong> – auteur van <em>‘Boekhouders van de Holocaust’</em> &#8211; een terugblik op de rol van de overheden en de afrekening met het oorlogsverleden.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Aanwijzingen in geval van een vijandelijke inval</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De vraag is: hadden de ambtenaren geen richtlijnen voor de uitoefening van hun functie onder een bezetting? Die waren er zeker wel. In mei 1937 had de ministerraad al een aantal ambtelijke regels laten vastleggen in geval van een vijandelijke inval. Deze <em>Aanwijzingen </em>van de overheid in geval van bezetting, herhaalden het standpunt van het <em>Landoorlogreglement</em>. Het stuk was als ‘geheim’ aangeduid en voor de oorlog gestuurd naar de departementen, de commissarissen van de Koningin en de burgemeesters van de 1054 gemeenten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de meeste gevallen werden de <em>Aanwijzingen </em>pas uit de la gehaald na de capitulatie en lazen de meeste bestuurders met enige verbazing dit stuk pas voor het eerst. Belangrijk was artikel 1 van de <em>Aanwijzingen</em>: het vermeldde als algemene regel dat ambtenaren in het belang van de bevolking op hun post moesten blijven, en hun taak zo goed mogelijk moesten vervullen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het aspect van ‘op de post blijven’ heeft in alle verslagen van en over ambtenaren veel nadruk gekregen en het is het meest geciteerde onderdeel, omdat de meeste ambtenaren op hun post bleven. Indien aanblijven ‘veel meer ten bate van de vijand dan van de eigen bevolking zou zijn’, verviel de algemene regel van aanblijven. De Jodenvervolging en de anti-Joodse maatregelen waren alle in het nadeel van de Nederlandse (Joodse) burgers en in geen enkel opzicht ten voordele van de eigen bevolking.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit eerste artikel is het meest genoemd in de geschiedschrijving, maar de <em>Aanwijzingen </em>telden eenendertig artikelen en die zijn duidelijk over taken als bewaking van eigendommen, afwijzing van deportatie en voorlichting van de bevolking aangaande de houding die men tegenover de bezetter moest aannemen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Concrete Aanwijzingen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Hoewel de <em>Aanwijzingen </em>volgens vele ambtenaren vaag geformuleerd waren, gold dit niet ten aanzien van het meewerken aan de wegvoering van een bevolkingsgroep. De <em>Aanwijzingen </em>vermeldden hierover in artikel 7: ‘Het Reglement verbiedt voorts moord, plundering of roof, en eist eerbiediging van de eer van de gezinsbanden, de godsdienstige overtuiging en de uitoefening van de erediensten.’ En in artikel 20: ‘Verboden is de ontruiming, welke het karakter draagt van een deportatie op enigszins grote schaal, met het doel om te dienen hetzij als straf of als dwangmiddel, hetzij om de bewoners elders werkzaam te stellen.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het veelgebruikte excuus dat de <em>Aanwijzingen </em>niet voorzien hadden in anti-Joodse maatregelen kan geen stand houden, de <em>Aanwijzingen </em>betroffen het gehele volk. In de praktijk van de bezetting werd er echter een dodelijke splitsing aangehouden tussen de bevolkingsgroepen van Joodse en niet-Joodse burgers.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Extra Commentaar op de Aanwijzingen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De kloof tussen de ambtenaren en het verzet was gedurende de bezetting steeds groter geworden en de Londense regering voelde zich gedwongen hierover een uitspraak te doen. Die kwam in de vorm van een in bezet Nederland geschreven <em>Commentaar op de Aanwijzingen</em>, opgesteld door enkele ontslagen hoge ambtenaren: jhr. mr. L.H.N. Bosch van Rosenthal, jhr. mr. M.L. van Holte tot Echten en prof. dr. J. Verzijl. Hierin werd vastgesteld in welke aangelegenheden absoluut niet met de bezetter mocht worden samengewerkt, zoals de <em>Arbeitseinsatz</em>, de Jodenvervolging en het nemen van gijzelaars.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Premier Gerbrandy maakte via de radio bekend dat de regering instemde met dit <em>Commentaar</em>. Het werd uitgezonden op 2 en 21 oktober 1943. Met name artikel 8 van het <em>Commentaar </em>verbood uitdrukkelijk medewerking aan de Jodenvervolging. Misschien ontbrak er een gevoel van urgentie of was de aanvulling in strijd met het toenmalige beleid van de secretarissen-generaal. De uitzending bleef hoe dan ook zonder resultaat, de deportaties zouden nog doorgaan tot 13 september 1944 en na de genoemde uitzendingen werden nog 16.000 Joden gedeporteerd.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Zuivering overheidspersoneel</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Bij het na de oorlog opgerichte Centraal Orgaan op de Zuivering van het Overheidspersoneel, waren in totaal ongeveer 30.000 dossiers binnengekomen, waarvan onder andere 8500 betrekking hadden op het binnenlandse civiele bestuur en nog eens 5600 op de politie. In de naoorlogse juridische toetsingen zijn ambtelijke zaken als ariërverklaring, registratie van de Joden, arisering, anti-Joodse beperkende maatregelen, arrestaties (op de excessen na) en transport van Joden niet in de beschouwingen meegenomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als er sprake was van veroordeling van politiemensen, was dat vanwege grensoverschrijdend gedrag zoals roof, afpersing of mishandeling in een combinatie van zaken. In twee van die gevallen kwam het tot een doodstraf, maar dat bleef een uitzondering. Veel gevangenisstraffen, ook van tientallen jaren tot levenslang, werden na een paar jaar vanwege gratie opgeheven of drastisch bekort.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<h2 class="wp-block-heading">Ontslag ambtenaren en burgemeesters</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Tot en met 5 april 1946 waren 10.558 ambtenaren ontslagen. Van de burgemeesters werd van 950 personen een dossier in behandeling genomen, van wie er in totaal 509 werden ontslagen. Nationaalsocialistische burgemeesters (151, telling oktober 1941) werden per definitie bestempeld als ‘fout’ en aan de kant gezet. (Cijfers: Peter Romijn in <em>Burgemeesters in oorlogstijd</em>.)</p>



<p class="wp-block-paragraph">De vraag hoe de overige burgemeesters zich hadden gedragen, werd mede getoetst aan hun bruikbaarheid na de oorlog, concludeerde Romijn. Wie als flink bekendstond tijdens de bezetting, had voldoende krediet bij hogerhand en de bevolking om door te gaan. Wie gecompromitteerd was, was een blok aan het been en moest weg. Eén NSB-burgemeester, Tj. O. van der Weide van de gemeente Velsen, kreeg daadwerkelijk de doodstraf. Hij zou de enige blijven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De eisen tegen de door de Duitsers geïnstalleerde burgemeesters van de drie grote steden E.J. Voûte (Amsterdam), F.E. Müller (Rotterdam), en H. Westra (Den Haag) varieerden van doodstraf (Westra) tot 10 jaar (Müller) tot 8 jaar (Voûte).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De meest gehanteerde tenlastelegging was het feit dat men bereid was gewest een prominente functie te vervullen ten behoeve van de bezetter. Geen woord over de driekwart van de tachtigduizend weggevoerde Amsterdamse Joden, 6000 Rotterdamse Joden of de 9000 Haagse Joden. Voûte kwam in 1948 vrij, Westra in 1951 en Müller zat zes jaar vast. De Bijzondere rechtspleging kende een ruimhartig gratiebeleid.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Secretarissen-generaal vrijuit</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Op rijksniveau werden voor Frederiks (Binnenlandse Zaken) en Hirschfeld (Economie) aparte onderzoekscommissies benoemd. Secretaris-generaal K.J. Frederiks, de baas van alle ambtenaren, werd als ambtenaar ontslagen, omdat zijn optreden een ‘verslappende invloed’ zou hebben gehad op het verzet tegen de Duitsers.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wat betreft de anti-Joodse maatregelen werd Frederiks niets verweten. Hij werd ontslagen, maar het was een ‘eervol’ ontslag, omdat er volgens de uitspraak ‘niet viel te twijfelen aan zijn trouw aan Koningin en Vaderland en hij bovendien door zijn aanblijven ook veel leed had weten te voorkomen’. Daar werd niet het leed van de Joden onder gerekend.</p>



<p class="wp-block-paragraph">J.L. Lentz, werkend onder verantwoording van Frederiks, werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, vanwege medewerking aan de registratie voor de arbeidsinzet en nieuwe distributiekaarten zoals de tweede distributiestamkaart die ontworpen werd om met name het verzet af te snijden van middelen van bestaan. Over de registratie van de Joden geen woord.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Secretaris-generaal M. Hirschfeld (Economische Zaken), medeverantwoordelijk voor de verwijdering van de Joden uit het bedrijfsleven, kwam er beter van af. Er kwam een onderzoekscommissie onder leiding van een van Nederlands grootste industriëlen, F.H. Fentener van Vlissingen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het eindrapport van Fentener bevatte woorden van bewondering voor Hirschfeld, niet onterecht vanuit zijn standpunt gezien want mede onder Hirschfeld was de economische collaboratie in de eerste twee oorlogsjaren tot grote bloei gekomen. Na lange discussies in de ministerraad kreeg Hirschfeld per 1 januari 1947 op eigen verzoek eervol ontslag met een ‘royale dankbetuiging’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Geen woord over arisering of werkkampen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Over de medewerking van Hirschfeld aan de arisering van het Joodse bedrijfsleven werd met geen woord gerept. Hij maakte nog een mooie naoorlogse carrière, onder andere als regeringscommissaris van het Economisch en Militair Hulpprogramma (Marshall-hulp) en als Hoge Commissaris voor Indonesië, van december 1949 tot juli 1950 met als ambtstitel ‘buitengewoon en gevolmachtigd minister’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Secretaris-generaal R.A. Verwey van Sociale Zaken, werd ambtelijk falen ten laste gelegd, zo ernstig dat het gelijk stond aan ontrouw aan de zaak van het Koninkrijk. Hij was schuldig aan repressie en dwang door zijn medewerking aan de gedwongen tewerkstelling van Nederlanders in Duitsland. Dat wil zeggen: de Nederlanders minus de bijna 8000 Joden die hij naar de Joodse werkkampen in Nederland liet sturen, het voorportaal voor Westerbork en Auschwitz. Hij eindigde met ontslag en behoud van 70 procent van zijn pensioenrechten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Secretaris-generaal van Justitie en NSB-lid J.J. Schrieke werd op 2 april 1946 door het Bijzonder Gerechtshof te ’s-Gravenhage ter dood veroordeeld vanwege hulpverlening aan de vijand. Dit vonnis werd op 22 juli 1946 door de Bijzondere Raad van Cassatie omgezet in een gevangenisstraf van twintig jaar. Hij werd op 15 oktober 1955 vanwege medische redenen vervroegd in vrijheid gesteld met een proeftijd tot 25 december 1961. Hij overleed in 1976.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Hoge Raad en Landsadvocaat</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Hoge Raad-president J. van Loon werd in het kader van de zuiveringen ontslagen, de overige raadsleden werden gestaakt. Dit tot ontstemming van voormalig Hoge Raadslid mr. J. Donner, die van mening was dat de overheid niet mocht ingrijpen in de positie van de Hoge Raad. Hoe hij deze opstelling wist te rijmen met het zelf invullen van de ariërverklaring en het ontslag van zijn Hoge Raad-president L. Visser door Seyss-Inquart, is een raadsel.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Donner wist door een behendig gebruik van zijn deels in de kampen opgebouwd politiek netwerk (na zijn protest in zijn functie binnen een kerkgenootschap), de Hoge Raad door het politieke mijnenveld te loodsen. De staking van de overige raadsleden werd ongedaan gemaakt. Donner werd in 1946 alsnog zelf president van de Hoge Raad.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De pro-Duitse landsadvocaat G.W. van der Does werd tot tweemaal toe voorgedragen voor ontslag maar minister van Financiën Lieftinck negeerde beide adviezen. Van der Does bleef nog twintig jaar landsadvocaat, in 1958 werd hij ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Het behoud van het systeem had prioriteit</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Ieders verantwoordelijkheid werd formeel gedekt door het ambtelijke systeem. Het systeem zegevierde omdat het behoud van het systeem de eerste prioriteit was van alle onderdelen en lagen in het systeem. Die collectieve verantwoordelijkheid maakte iedere beslissing juridisch deugdelijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Secretaris-generaal Frederiks gaf als opvatting te kennen dat wanneer een lagere ambtenaar in conflict kwam met een opdracht van een hogere ambtenaar, ‘welke niet overeenstemde met zijn opvattingen en zijn verantwoordelijkheid, hij zich dan moest dekken op de superieur’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Seyss-Inquart schreef aan Hitler dat de Nederlandse ambtenaren – zoals alle Nederlanders – lastig waren: ‘Men moet zeer veel met hen onderhandelen, als zij neen zeggen, betekent dat nog niet definitief nee, als zij ja zeggen, overdenken zij de zaak nog lange tijd, ten slotte doen zij toch wat men wil. Verder hebben zij de behoefte zich in te dekken…’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Juridische geschiedschrijving schiet tekort als beschrijving van het geheel aan feiten. Een juridisch oordeel is geen complete verzameling van feiten, maar een specifiek oordeel over bepaalde feiten die bepaalde wetten raken. Juridische argumenten zijn na de oorlog veelvuldig gehanteerd om discutabel gedrag te versluieren of goed te praten. Juridische feiten zoals die vastgelegd zijn in processen en verbalen zijn slechts een beperkt deel van de geschiedschrijving.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker schreef ‘Boekhouders van de Holocaust’. Daar hoort een ‘sideboekje’ bij met ‘Landoorlogreglement en Aanwijzingen, Waar ambtenaren zich aan moesten houden tijdens de Duitse bezetting…’</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Dat sideboekje is <a href="https://verbum.nl/boekhouders-van-de-holocaust/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">HIER</a> te downloaden.</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-jodenvervolging-werd-geen-onderwerp-van-de-ambtenarenzuivering/">De Jodenvervolging werd geen onderwerp van de ambtenarenzuivering</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-jodenvervolging-werd-geen-onderwerp-van-de-ambtenarenzuivering/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/proces-voute.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/proces-voute-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/proces-voute-300x180.jpg" width="300" height="180" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/proces-voute.jpg" width="600" height="360" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/proces-voute-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/proces-voute-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Afrekening met de ‘Nederlandse paradox’ in de Holocaust</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/afrekening-met-de-nederlandse-paradox-in-de-holocaust/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-05-16</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/afrekening-met-de-nederlandse-paradox-in-de-holocaust/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 16 May 2020 05:42:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=7201</guid>

					<description><![CDATA[<p>Nederland stond niet bekend als een anti-Joods land en de sociale historici Wout Ultee en Henk Flap betitelden in 1996 de tegenstelling met het hoogste West-Europese Joodse stervenspercentage van bijna 75 procent als ‘de Nederlandse paradox’. Het begrip paradox leek andere oorzaken dan antisemitisme uit te sluiten. Maar vrijwel alle historici zijn het erover eens [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/afrekening-met-de-nederlandse-paradox-in-de-holocaust/">Afrekening met de ‘Nederlandse paradox’ in de Holocaust</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Nederland stond niet bekend als een anti-Joods land en de sociale historici Wout Ultee en Henk Flap betitelden in 1996 de tegenstelling met het hoogste West-Europese Joodse stervenspercentage van bijna 75 procent als ‘de Nederlandse paradox’. Het begrip paradox leek andere oorzaken dan antisemitisme uit te sluiten. Maar vrijwel alle historici zijn het erover eens dat de volkerenmoord niet alleen door de Duitse aanstichters kon worden gepleegd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ieder bezet land verleende hand en spandiensten als het ging om de vervolging van de Joden. In Nederland volstond een relatief kleine Duitse bestuursmacht van nog geen tweeduizend medewerkers. ‘De Nederlanders besturen en wij sturen’, was het Duitse gezegde. Excuses van zowel minister-president Rutte voor het overheidshandelen tijdens de Holocaust en de kritische opmerking van koning Willem-Alexander over zijn overgrootmoeder Wilhelmina rekenden dit jaar definitief af met het perspectief van de paradox.</p>



<h2 class="wp-block-heading">De Nederlandse paradox</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Uit mijn boek <em>Boekhouders van de Holocaust</em>: er waren in Nederland per januari 1941, toen de telling op verzoek van de nazi’s plaatsvond, 118.300 Nederlandse voljoodse burgers en 22.252 Joden uit andere landen, van wie 14.652 uit Duitsland. In totaal 140.552 bedreigde vol-Joden van wie er uiteindelijk 107.000 zijn gedeporteerd. Zo’n 5200 mensen overleefden de kampen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Van de West-Europese landen had Nederland procentueel het hoogste Joodse sterftecijfer. Frankrijk had een sterftecijfer van 25 procent, toch nog 80.000 Joodse burgers, &nbsp;België van 32 procent (ruim 24.000) Luxemburg 33 procent (700), Noorwegen 42 procent (700).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Denemarken is niet goed vergelijkbaar, omdat dit land niet bezet was maar een aantal militaire bases had, met name in de havens. Van het relatief kleine aantal Deense Joden (7800) overleed nog niet 1 procent, 52 personen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Frankrijk had vanuit de geschiedenis de naam antisemitisch te zijn, evenals het Vlaamse deel van België. Zo niet Nederland. Nederland wordt getypeerd als een klein en vlak land, dichtbevolkt, ingeklemd tussen de zee en Duitsland en 60 procent van de Joodse burgers was geconcentreerd in Amsterdam. België is echter kleiner en de Joden vluchtten niet in de Ardennen, en meer dan 90 procent van de Joden woonde in Brussel en Antwerpen. En wat betreft Frankrijk: in groot-Parijs woonde ongeveer 90 procent van alle Joden.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Antisemitisme of apartheid</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Als overheidsinstituten tijdens de bezetting vrijwillig en nauwkeurig meewerkten aan maatregelen die expliciet alleen voor Joden golden, dan spreekt men van institutioneel antisemitisme. Maar Nederland was toch niet antisemitisch?</p>



<p class="wp-block-paragraph">In Nederland leefde wel iedereen apart: socialisten, katholieken, protestanten en Joden hadden hun eigen scholen, vakbonden, clubs en verenigingen en lieten geen ander toe. De vriendelijke benaming voor deze sociale apartheid was ‘verzuiling’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nederland was ook het enige land in Europa waar in het bevolkingsregister iemands religie werd geboekstaafd. In totaal werd een aantal van vijfendertig kerkelijke gezindtes benoemd, met gebruik van afkortingen: vanaf de letter A (Apostolische Gemeente) tot de letters Z.A. (Zevende-dags Adventisten). Daartussenin onder andere het RK (Rooms-Katholiek Kerkgenootschap), PIK en NIK (Portugees c.q. Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap), vele gereformeerde en hervormde denominaties en de aanduiding ‘Geen’. Strikt gescheiden tolerantie dus, mede geordend door de overheid. &nbsp;Oorlogswees Salo Muller beschreef in ‘<em>Lief zijn</em>’ hoe hij in de jaren vijftig nog geweigerd werd als lid van een Amsterdamse roeivereniging vanwege zijn Joodse afkomst.</p>



<h2 class="wp-block-heading">De verzuiling hielp niet</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Politicoloog Croes en socioloog Tammes concludeerden dat er geen significant onderscheid was te maken naar het aantal vermoorde Joden per Nederlandse gemeente en de mate waarin die gemeente katholiek of protestant was.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Croes en Tammes stelden dat de verzuiling er wél toe leidde dat de Joden in het algemeen niet beschikten over een niet-Joods netwerk dat ze om hulp hadden kunnen vragen en dat bescherming bood. Zo waren de kerkgenootschappen in hun protest tegen de Jodenvervolging in diverse gevallen meer betrokken bij de gedoopte, dus bekeerde Joden dan bij de ongedoopten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Waar in mei 1940 na de capitulatie door de Nederlandse secretarissen-generaal aan Seyss-Inquart werd gezegd dat er in Nederland ‘geen Joods probleem’ bestond, werd er in de notulen eind 1940 al gesproken over ‘het Joodse probleem’. Dit conformeren aan Duitse opvattingen kan wellicht niet rechtstreeks herleid worden tot antisemitisme, maar in de ambtelijke praktijk speelde het anti- Joodse sentiment wel degelijk een rol.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Selectief gebruik bevolkingsregisters</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De ambtelijke top wilde niet de formele verantwoordelijkheid nemen voor de anti-Joodse maatregelen, maar als hij ambtelijk gedekt werd door een verordening van de bezetter, gaf iedereen zijn volledige medewerking gaf aan de uitvoering van de maatregelen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen de Duitsers in december 1942 de bevolkingsregisters wilden gebruiken om mannen op te roepen voor de arbeidsinzet in Duitsland, verbood secretaris-generaal Frederiks van Binnenlandse Zaken dat met gevaar voor zijn eigen positie en mogelijk voor zijn gezondheid en zwaaide hij met zijn portefeuille.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Frederiks meende dat de burgemeesters en ambtenaren niet zouden accepteren dat de registers gebruikt zouden worden om Nederlandse mannen naar Duitsland te laten sturen. Waar de eerdere medewerking aan de registratie van de Joden overigens bij geen enkele bevolkingsambtenaar protest had opgewekt en de deportaties al een half jaar lang plaatsvonden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De regering in Londen zou haar eigen ambtenaren van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters in het gebouw De Kleykamp in Den Haag laten bombarderen op 11 april 1944 &#8211; op verzoek van het verzet &#8211; om de archieven van de kopieën van de gehate persoonsbewijzen te vernietigen. Het gebeurde op een werkdag zodat dan de archiefkasten open stonden: 62 doden en 23 zwaargewonden. Slechts een deel van het archief was verbrand. Het was te laat voor de Joden die toen al waren afgevoerd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<h2 class="wp-block-heading">Twee kanten van de medaille</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Een uitgebreide analyse van internationale verschillen in sterftecijfers tussen Nederland, België en Frankrijk is te vinden in een vergelijkend onderzoek van Pim Griffioen en Ron Zeller (2010). &nbsp;Een van de belangrijkste conclusies was dat de uiteenlopende deportatiecijfers voortkwamen uit de aard van het Duitse regime en de mate waarin dit vervolgens zich ruimte en vrijheid van handelen verschafte en daarvan gebruikmaakte. Het verschil tussen het Nederlandse civiel-Duitse bestuur en het militaire bestuur in Frankrijk en België zou daarbij een belangrijke rol spelen. Alhoewel het idee van een ‘schone’ <em>Wehrmacht</em> inmiddels achterhaald is.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nederland had met Seyss-Inquart een civiel bestuur, aangestuurd door nazi’s. In Nederland had SIPO/SD nadrukkelijker een hand in de Jodenvervolging dan in Frankrijk. Tot zover het tot dusver gehanteerde paradigma dat door de meeste Nederlandse historici wordt gehanteerd. Of de bezette overheden nu te maken hadden met een Duitse bezetting van Duitse ambtenaren dan wel Duitse militairen is maar een deel van het verhaal, een eenzijdige kant van de medaille.</p>



<h2 class="wp-block-heading">As Berlijn-Nederland</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De Jodenvervolging was een internationale affaire, voor 22 bezette landen aangestuurd vanuit Berlijn door Himmler, Heydrich en Eichmann. Lokale Duitse bestuurders konden en wilden daar echt niet tegenin gaan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Mijn stelling luidt, dat de Duitsers niet vrijwillig minder of meer vrijheid namen, maar van de lokale autoriteiten minder of juist meer medewerking kregen. De andere kant van de medaille. Want waar de lokale Nederlandse bestuurders medewerking weigerden en zelfs tegen de Duitsers ingingen zoals in Enschede en Hengelo (‘de Twentse paradox’), stegen de overlevingskansen van de Joden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Er zijn ook grote verschillen tussen diverse provincies en tussen steden. In de noordelijke provincies Groningen en Drenthe – met fanatieke Nederlandse Jodenjagers – was het sterftecijfer bijna 80 procent, in Brabant nog geen 50 procent. Lokaal waren er ook binnen Brabant grote lokale verschillen: van bijna 70 procent sterftecijfer in Oss tot 35 procent in Eindhoven. Amsterdam, met de grootste concentratie van Joodse inwoners van tachtigduizend, ongeveer 50 procent van het landelijke totaal, kende een sterftecijfer van rond de 75 procent &#8211; het landelijke gemiddelde.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Medewerking op de agenda Wannsee-conferentie</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De medewerking van de autoriteiten was reeds voorzien in het Duitse programma van de volkerenmoord en werd benoemd als een kernpunt tijdens de Berlijnse Wannsee-conferentie op 20 januari 1941 waar de ‘definitieve oplossing van het Europese Jodenvraagstuk’ op de agenda stond.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In alle landen kwam er een <em>Judenreferat</em>, een filiaal van Eichmanns Bureau IV B 4. Het Nederlandse kantoor werd gevestigd in Den Haag. Als ‘kernpunten’ die het project van de Endlösung moesten vergemakkelijken, zag Heydrich het rechteloos maken, onteigenen en maatschappelijk isoleren van de Joden op <em>initiatief of met behulp van de desbetreffende nationale autoriteiten.</em>’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Nederlanders en Belgen werkten meer mee dan de Fransen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Op de conferentie werd ook bepaald dat Nederland in 1942 15.000 Joden zou moeten aanleveren, België 25.000 en Frankrijk 100.000. Op 11 juni 1942 was er wederom een bijeenkomst in Berlijn, van Eichmann met zijn Nederlandse, Belgische en Franse vertegenwoordigers. Besloten werd om vanaf juli-augustus 40.000 Joden uit Nederland te deporteren, een forse verhoging dus, 40.000 uit Frankrijk en 10.000 uit België.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het was dus centraal beleid van Eichmann dat de aantallen voor Frankrijk werden teruggebracht en voor Nederland verhoogd, en geen beslissing van het militair bezettingsbestuur. De doelstellingen waren in sterke mate afhankelijk van de mate van medewerking door lokale overheden en in Nederland en België was de bereidheid tot medewerking groter dan in Frankrijk. Nederland zou uiteindelijk tweeëneenhalf keer Joden ‘leveren’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Führer tevreden</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Registratie, gevangenneming en transport naar de diverse landsgrenzen werden vaak uitgevoerd door lokale ambtenaren zonder dat er ook maar één Duitser aan te pas kwam. Bevelen werden zonder morren opgevolgd, ook als de Duitsers in geen velden of wegen te bekennen waren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De transporten in en uit Nederland verliepen probleemloos en oogstten waardering bij de Duitsers. In een vertrouwelijk rapport van oktober 1941 had Otto Bene, van het <em>Auswärtige Amt</em> in Nederland, de tevredenheid van Hitler beschreven na een bezoek van Seyss-Inquart en <em>Generalkommissar</em> Schmidt: ‘Bij de behandeling van het Jodenvraagstuk toonde de <em>Führer</em> zich voldaan over de effecten van de maatregelen die in het bezette Nederlandse gebied zijn genomen, en die hebben geleid tot de economische en persoonlijke scheiding tussen Joden en Nederlanders.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">‘De Nederlanders zijn gewend geraakt aan het afvoeren van de Joden’</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Otto Bene kon op 16 november 1942 aan Berlijn melden dat het wekelijkse transportcijfer verhoogd moest worden van 2000 naar 3500 personen omdat de doelstelling was dat op 1 mei 1943 alle Joden gedeporteerd moesten zijn. Het wegvoeren van dit aantal leverde volgens hem geen moeilijkheden op, evenmin als de transportcapaciteit. ‘De Nederlandse bevolking is aan het afvoeren van de Joden gewend geraakt. Joden melden zich min of meer vrijwillig bij de verzamelplaatsen.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Treinen in Frankrijk reden in de zomer van 1943 sporadischer. Schaars spoormaterieel werd eerder ingezet in Nederland, waar de bezettingsgraad per trein hoger lag. De efficiëntie van de Nederlandse transporten kon verklaard worden uit het feit dat in Nederland de interne deportatie van verschillende delen van het land naar één groot, centraal doorgangskamp als Westerbork voerde als verzamelpunt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vanuit het gehele land was voldoende aanvoer van Joden en dat was met name een Nederlandse prestatie. Willy Lages, hoofd van de <em>Zentralstelle</em> in Amsterdam en een van de oorlogsmisdadigers die later in Breda vastzaten, gaf als commentaar na de oorlog dat zonder de hulp van de Nederlandse politie nog geen 10 procent van de Duitse doelstellingen ten aanzien van de Joden behaald zou zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker schreef ‘Boekhouders van de Holocaust’. Daar hoort een ‘sideboekje’ bij met de memoires van Jacob Lentz, de Nederlandse topambtenaar die leiding gaf aan de ambtelijke collaboratie in de bevolkingsregisters. Dat sideboekje is <a href="https://verbum.nl/boekhouders-van-de-holocaust/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">HIER te downloaden</a>.</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/afrekening-met-de-nederlandse-paradox-in-de-holocaust/">Afrekening met de ‘Nederlandse paradox’ in de Holocaust</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/afrekening-met-de-nederlandse-paradox-in-de-holocaust/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/kleykamp-bombardement-bakker.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/kleykamp-bombardement-bakker-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/kleykamp-bombardement-bakker-300x173.jpg" width="300" height="173" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/kleykamp-bombardement-bakker.jpg" width="600" height="346" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/kleykamp-bombardement-bakker-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/kleykamp-bombardement-bakker-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Boekhouders na de Holocaust: de kleine Sjoa</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/boekhouders-na-de-holocaust-de-kleine-sjoa/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-05-09</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/boekhouders-na-de-holocaust-de-kleine-sjoa/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 09 May 2020 05:42:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=7035</guid>

					<description><![CDATA[<p>Heel Nederland bevrijd? Nee, niet heel Nederland. De Joden die na enkele weken en maanden na de bezetting terugkwamen uit de onderduik en uit de kampen, kregen in Nederland weer te maken met dezelfde ambtenaren die tijdens de bezetting functioneerden als boekhouders van de Holocaust. Het Joodse verdriet van Nederland werd door prof. em. Isaac [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/boekhouders-na-de-holocaust-de-kleine-sjoa/">Boekhouders na de Holocaust: de kleine Sjoa</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Heel
Nederland bevrijd? Nee, niet heel Nederland. De Joden die na enkele weken en
maanden na de bezetting terugkwamen uit de onderduik en uit de kampen, kregen
in Nederland weer te maken met dezelfde ambtenaren die tijdens de bezetting
functioneerden als boekhouders van de Holocaust. Het Joodse verdriet van
Nederland werd door prof. em. Isaac Lipschits samengevat onder de titel ‘De
kleine Sjoa’. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Pas
55 jaar na de bevrijding kregen de Joden hun laatste geroofde bezittingen
terug, waaronder de terugbetaling van het kamp Westerbork, dat ooit door de
beroofde Joden zelf was betaald. Minister-president Wim Kok zou in het jaar 2000
excuses aanbieden voor het handelen van de overheid ná de bezetting. Net als de
banken, verzekeringsmaatschappijen, de beurs. Op excuses van de regering voor
het handelen tijdens de bezetting moesten de Joden nog twintig jaar wachten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Op 8 mei 1945, het einde van de
Tweede Wereldoorlog, bevonden zich in diverse kampen nog zo’n vijfduizend
Joodse en ook niet-Joodse gevangenen. Drie dagen na de bevrijding van Dachau op
29 april 1945 waren de eerste Franse en Belgische regeringsvertegenwoordigers
in het kamp gearriveerd, vier dagen later stond een Russische missie voor de
poort en twintig dagen na de bevrijding was er nog geen levensteken of
vertegenwoordiger van de Nederlandse regering geweest. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Op 24 mei 1945 berichtte De
Volkskrant dat 480 bevrijde Nederlanders nog steeds achter prikkeldraad zaten
en er mensen stierven aan honger, verkeerd voedsel of vlektyfus. Het vermoeden
was dat het in andere concentratiekampen precies zo gesteld was met de
Nederlandse gevangenen. Daar wachtten inderdaad nog maar zo’n vijfduizend
Joodse overlevenden. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Er waren 107.000 Joden uit
Nederland gedeporteerd, zogenaamd naar werkkampen en afkomstig uit zo’n 450
gemeenten. Werden die voormalige inwoners daar niet gemist? Vroeg geen
burgemeester, bevolkingsambtenaar, departement of minister zich af waar die
mensen uit de werkkampen bleven? En toen de eerste verhalen over de kampen de
wereld in gebracht werden, vroeg niemand zich toen af of er overlevenden waren
die geholpen moesten worden? </p>



<p class="wp-block-paragraph">Nee dus.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Zwijgende media</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Er waren grote
bevrijdingsfeesten en het communistische dagblad De Waarheid kondigde op 27
juni 1945 een groot defilé aan en noemde ook twee plechtigheden in de Jordaan
waar omgekomen buurtgenoten werden herdacht. Dat de meeste slachtoffers in de
Jodenbuurt waren gevallen, werd niet genoemd. In datzelfde nummer op de
voorpagina, weggedrukt tussen een nieuwtje over een staking en een auto-ongeluk,
stond een klein bericht met als kop: ‘95.000 Nederlandse Joden vermoord’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En de mededeling dat er
thans1400 waren teruggekeerd. Dat er dan nog 3600 mensen probeerden thuis te
komen, werd er niet bij vermeld.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De
media die tijdens de bezetting braaf de richtlijnen van de bezetter volgden,
zwegen na afloop van de oorlog in alle talen over het lot van de Joden dat zich
de afgelopen jaren onder ieders ogen had afgespeeld: de razzia’s, het ophalen
van huis, de dichtgetimmerde en leeggehaalde huizen van de Joden, de
transporten naar Westerbork, het was zichtbaar toen de bovengrondse pers zich
aan banden liet leggen en het was geen nieuws meer toen de pers weer vrij was.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zowel het communistische
dagblad als de katholieke, protestantse en liberale bladen maakten melding van
respectievelijk een bekende communist, katholiek, protestant of liberaal die in
de kampen was vermoord &#8211; zij werden als helden geëerd, maar over het lot van de
meer dan honderdduizend onbekende Joodse Nederlanders werd gezwegen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">U wordt niet terug verwacht</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Over de terugkeer en opvang van
de Joden zijn vele getuigenissen geschreven, onder anderen door Michal Citroen,
met de veelzeggende titel: ‘U wordt door niemand verwacht.’ Citroen gaf
talrijke voorbeelden van formalistische ambtelijke onverschilligheid jegens de
terugkerende Joden, maar ook bij de lokale ambtenaren en zelfs burgemeesters
die geen aandacht besteedden aan brieven van teruggekeerde burgers die
informeerden naar mogelijke overlevende familieleden uit dezelfde woonplaats. In
die zin was er sprake van continuïteit in het beleid tijdens en na de oorlog.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar misschien is het te
gemakkelijk om de slechte en formalistische opvang te wijten aan
onverschilligheid. Er kan iets anders hebben meegespeeld: vaak werd er
stomverbaasd gereageerd wanneer iemand terugkwam, ook direct in de eerste
meidagen van de bevrijding. Zoals Citroen omstandig duidelijk maakte: men werd
niet meer verwacht. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Het illustreert dat men niet
alleen niet echt welkom was, maar het duidde er ook op dat men er in het
algemeen van uit was gegaan dat de gedeporteerde Joden hun lot niet zouden
terugkeren of overleven. Hetgeen in schril contrast staat met de veelgehoorde
bewering dat men ‘niets wist van hun lot’. Mogelijk was het verhaal van de ‘werkkampen
in het oosten’ nooit overtuigend geweest, maar wilden overheden en omstanders
het graag geloven, desnoods om het eigen geweten te sussen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Belastingen voor de doden</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Na terugkeer was het voor vele,
ook lokale ambtenaren weer <em>business as usual</em>. Op 6 oktober 1945 kreeg de
Nederlands-Israëlitische Gemeente van Zwolle een herinnering van de Ontvanger
van de directe belastingen: Straatbelasting 1944, een bedrag van 3,98 gulden en
‘spoedig te voldoen’. De originele dagtekening was 30 juni 1944, maar toen
waren er in Zwolle al geen Joden meer aan wie het aanslagbiljet gestuurd kon
worden. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Verschillende gemeenten, waaronder Amsterdam maar ook veel andere, lukte het niet tijdens de oorlog om gemeentelijke belastingen, zoals erfpacht, straatbelasting en dergelijke te incasseren over van Joden geroofd onroerend goed. Als dat door de Duitsers onder hun beheer was geplaatst, werd er gewoon niet betaald en nieuwe kopers betaalden nauwelijks. Na de oorlog kregen de Joodse burgers en instanties alsnog deze achterstallige rekeningen gepresenteerd. Een Joodse burger kreeg een aanslag vermogensbelasting over het jaar 1944, over een vermogen dat toen al in beslag was genomen door de Duitsers.</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><img fetchpriority="high" decoding="async" width="600" height="380" src="https://www.wyniasweek.nl/wp-content/uploads/2020/05/boekhouders-van-de-holocaust-rob-bakker-boek.jpg" alt="" class="wp-image-7038" srcset="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/boekhouders-van-de-holocaust-rob-bakker-boek.jpg 600w, https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/boekhouders-van-de-holocaust-rob-bakker-boek-300x190.jpg 300w" sizes="(max-width: 600px) 100vw, 600px" /></figure>



<h2 class="wp-block-heading">Beroofde Joden</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Ongeveer 13.000 Joden, ruim 8
procent van de totale Joodse bevolking, hadden waardepapieren, kunst, sieraden
en dergelijke moeten inleveren bij de Duits-Nederlandse Liro-bank. Als dat
verdwenen was, was de vraag tegen welk bedrag dit getaxeerd moest worden. Er waren
850 eisers in verband met de arisering van bedrijven, meer dan 5300 eisers
vanwege onroerend goed en hypotheken en 500 eisers wegens in beslag genomen
gelden. Het zou in totaal gaan om een bedrag van 1 miljard gulden. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Meer dan tienduizend Joodse
huizen waren doorverkocht aan Duits-vriendelijke relaties, via meewerkende makelaars,
notarissen en gemeenten die huizen opkochten voor bijvoorbeeld
stadsvernieuwing.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Bestolen erfgenamen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Het was de vraag of van de
102.000 overledenen nog familie in leven was en zo ja, of die familie iets wist
van de bezittingen. In de praktijk bleek dat de meeste rekeninghouders relatief
kleine bedragen hadden nagelaten, er waren nu eenmaal veel meer arme dan rijke
Joden. Van de 102.000 overledenen was niet altijd de sterfdatum bekend. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor de Nederlandse staat speelde
een eigen financieel belang mee: hoeveel keer werd er in theorie geërfd als
familieleden/erfgenamen successievelijk op verschillende data stierven? In
theorie moest er bij ieder afzonderlijk erven erfbelasting worden betaald. In
andere landen, zoals bijvoorbeeld Frankrijk, werd dit opgelost door de
sterfdatum voor alle vermoorde mensen gelijk te stellen, bijvoorbeeld 30 mei
1945. In dat geval hoefde slechts eenmaal successierechten te worden betaald. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor de staat was het nadeel
dat de Nederlandse overheid een aanzienlijk bedrag aan successierechten zou
mislopen. En het financiële belang van de staat ging voor. De minister van
Financiën onder premier Drees, P. Lieftinck (PvdA), besloot af te zien van een
collectieve datum. Deze minister zou na de oorlog de belangrijkste tegenspeler
worden van de Joden die rechtsherstel zochten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De
niet geclaimde erfenissen werden de onbeheerde gelden genoemd. Die werden
bewaard door de staat en wie binnen de bij de wet vastgestelde
verjaringstermijn van zestig jaar zich alsnog opwierp als wettig erfgenaam,
kreeg uitbetaald met een rentevergoeding. </p>



<p class="wp-block-paragraph">In
1980 werd die wet veranderd en werd de verjaringstermijn teruggebracht van
zestig jaar naar twintig jaar. Dus na 1980, vijfendertig jaar na de oorlog, was
er niets meer te claimen, en was het voordeel voor de Nederlandse staat. Omdat
deze onbeheerde gelden vrijwel zeker van Joodse overledenen kwamen, kreeg men
het verzoek uit de Joodse gemeenschap om die gelden te zijner tijd niet aan de
staat maar aan de Joodse gemeenschap ten goede te laten komen. Toenmalig
minister van Financiën, dr. H.O.C.R. Ruding (KVP/CDA) weigerde</p>



<p class="wp-block-paragraph">dat.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Juridisch getto</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Aan de kant van de beroofden
was het advocaat Heiman Sanders die de gelederen namens de Joodse gedupeerden
aanvoerde. Maar tegenover Sanders stonden geweldige machten, te weten
verzekeraars, banken, de beurs en niet in de laatste plaats de Nederlandse staat,
waarbij minister van Financiën P. Lieftinck de belangrijkste tegenspeler werd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In zijn strijd tegen overheid,
beurzen en banken, ondervond Sanders niets anders dan grote tegenwerking. Zij
waren bijvoorbeeld niet bereid om aan belanghebbenden zoals de bestolen Joden,
hun erfgenamen of hun vertegenwoordigers, gegevens te verstrekken over
effectentransacties uit de bezettingstijd. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Er was een welbewuste
obstructie vanuit het bedrijfsleven, met name het financiële, gericht tegen het
rechtsherstel. De Nederlandse financiële wereld, de banken en de beurzen hebben
niet alleen getracht hun eigenbelangen te behartigen. Ze gingen daarbij ver
over de grens van het toelaatbare. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Symbolisch voor de houding van
de Nederlandse staat was de opstelling van minister van Financiën Lieftinck.
Hij weigerde categorisch de kosten te vergoeden van de bouw van de kampen Vught
en Westerbork die in bezettingstijd voor 25,6 miljoen gulden uit Joodse
vermogens waren betaald. De Joden mochten hun eigen gevangenis betalen. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Lieftinck was bereid om het
rechtsherstel te blokkeren of opzij te zetten, zodra het naar zijn mening met
economische belangen in conflict kwam. Hij legitimeerde die benadering met de
visie dat niet de Nederlanders, maar de Duitsers verantwoordelijk waren geweest
voor de ontrechting en ontnemingen van de Joodse gemeenschap. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Wouter Veraart betitelde dit
handelen in zijn promotieonderzoek als ‘een juridisch getto’. Zo werd geroofde
Joodse kunst, dat veelal al in Nederlandse musea hing en in de oorlog voor een
spotprijs was aangekocht, onderdeel van een tentallen jaren durend onderzoek en
nog zijn alle zaken anno 2020 niet opgelost.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Wiedergutmachung</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De Bondsrepubliek wilde in 1957
een schadevergoeding regelen voor de in Nederland geroofde inboedels, de <em>Bundesrückerstattungsgesetz</em>,
kortweg <em>Brüg</em>. Nederlandse ambtenaren zouden dit verdelen en de schade
per persoon proberen te bepalen. Dat ging pijnlijk grof en nauwkeurig, op een
enkel geval na, maar dat betrof een lid van het koninklijk huis. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Wat geschiedschrijver Isaac
Lipschits opviel was de argwaan bij de ambtenaren jegens de beroofde Joden of
hun erfgenamen, zo overheersend dat gesproken kon worden van een structureel
negatieve benadering. Zo werd een man door een ambtenaar doorgezaagd over de
prijs en kwaliteit van het ondergoed van zijn vergaste vrouw. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Er kwam nog een tweede Duitse <em>Wiedergutmachungswet</em>,
de BEG (<em>Bundesentschädigungsgesetz</em>), die in 1956 van kracht werd, een
smartegeldregeling. Per 31 januari 1961 werd door een commissie onder leiding
van oud-premier W. Drees een aantal richtlijnen vastgesteld voor de verdeling
van de smartengelden. Daarvoor waren er vragenlijsten ontworpen. Isaac
Lipschits heeft zo’n formulier moeten invullen: hij en zijn broer kregen ieder
50 punten voor de vermoorde vader en 50 punten voor de vermoorde moeder. </p>



<h2 class="wp-block-heading">Vermoorde moeder of vader: 314 gulden</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Een Joodse jongen die op 7 mei
1945 nog geen eenentwintig jaar was en geen broertje of zusje had, kreeg voor
een vermoorde vader of moeder 100 punten, is 314 gulden. In schrille
tegenstelling met het noodzakelijke bureaucratische proces met alle mogelijke
schaduwkanten, stond de overmatige uitbetaling aan prins Bernhard die zonder
enige bureaucratische toetsing, onderbouwing of rechtsbasis 1 miljoen Duitse
marken van de Joodse gelden mocht incasseren. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Bernard claimde dat hij in
Duitsland schade had geleden. Het Duitse ministerie van Justitie oordeelde in
1952 dat Bernhards aanspraken iedere juridische basis ontbeerden. Maar het
Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken bleef zijn best doen en Bernard
ontving stilzwijgend van de <em>Wiedergutmachung</em> van 275 miljoen DM zijn
eigen miljoen. De manoeuvre werd geheimgehouden op aandringen van minister
Joseph Luns van Buitenlandse Zaken. </p>



<p class="wp-block-paragraph">‘In Nederland kon zo een
openbare discussie worden voorkomen,’ schreef minister Luns in een brief van 29
juli 1962 aan prins Bernhard. Dat niet-wettige bedrag van een miljoen gulden,
wat volgens de berekeningen van de naoorlogse herstelbetalingen na de
eeuwwisseling 10 miljoen euro waard was, werd overigens nooit meegenomen in de
naoorlogse terugbetalingen en die schuld berust nu bij de erfgenamen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Na 55 jaar</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De overheid betaalde in het
jaar 2000 een bedrag van 400 miljoen gulden (181,5 miljoen euro) aan restitutie
van Joodse tegoeden; de Nederlandse verzekeraars betaalden 50 miljoen gulden
(22,7 miljoen euro) aan Joodse tegoeden, de banken eveneens 50 miljoen gulden
en de Amsterdamse Effectenbeurs betaalde 264 miljoen gulden (bijna 120 miljoen
euro) terug. In totaal 764 miljoen gulden. Premier Kok bood excuses aan voor
het nalatige gedrag van de overheid ná de oorlog. Woorden die voor de berooide
Joodse overlevenden weinig waarde meer hadden.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker, Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de Collaboratie, verscheen recent bij uitgeverij <a href="https://verbum.nl/wp-content/uploads/2020/02/Boekhouders-van-de-Holocaust_inkijkexemplaar.pdf" target="_blank" rel="noreferrer noopener" aria-label="Verbum Holocaust Bibliotheek, gebonden uitgave, 727 blz (opent in een nieuwe tab)">Verbum Holocaust Bibliotheek, gebonden uitgave, 727 blz</a>.</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/boekhouders-na-de-holocaust-de-kleine-sjoa/">Boekhouders na de Holocaust: de kleine Sjoa</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/boekhouders-na-de-holocaust-de-kleine-sjoa/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/BAKKER-foto-slooppanden.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/BAKKER-foto-slooppanden-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/BAKKER-foto-slooppanden-300x190.jpg" width="300" height="190" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/BAKKER-foto-slooppanden.jpg" width="600" height="380" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/BAKKER-foto-slooppanden-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/BAKKER-foto-slooppanden-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Nederlandse ambtenaren voerden de Jodenvervolging nauwgezet uit</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/nederlandse-ambtenaren-voerden-de-jodenvervolging-nauwgezet-uit/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2020-05-02</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/nederlandse-ambtenaren-voerden-de-jodenvervolging-nauwgezet-uit/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Rob Bakker]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 02 May 2020 05:53:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=6909</guid>

					<description><![CDATA[<p>De Dodenherdenking krijgt dit jaar mogelijk een speciaal accent. Als premier Mark Rutte tenminste woord houdt zoals bij de laatste Holocaust-herdenking op 26 januari 2020, toen hij namens de regering excuses aanbood voor het handelen van de Nederlandse overheden in de Jodenvervolging. Rutte gaf de opdracht mee ‘om te blijven te herdenken’. Maar wat herdenken [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/nederlandse-ambtenaren-voerden-de-jodenvervolging-nauwgezet-uit/">Nederlandse ambtenaren voerden de Jodenvervolging nauwgezet uit</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">De Dodenherdenking
krijgt dit jaar mogelijk een speciaal accent. Als premier Mark Rutte tenminste
woord houdt zoals bij de laatste Holocaust-herdenking op 26 januari 2020, toen
hij namens de regering excuses aanbood voor het handelen van de Nederlandse
overheden in de Jodenvervolging. Rutte gaf de opdracht mee ‘om te blijven te
herdenken’. Maar wat herdenken we? De gedeporteerde en vermoorde Joden of de
eigen rol tijdens de Jodenvervolging?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Bijna driekwart
van de Joden in Nederland is tijdens de bezetting omgekomen, in totaal 102.000
mannen, vrouwen, bejaarden en waaronder meer dan 30.000 kinderen. Dit is het
hoogste percentage slachtoffers van bezet West-Europa. Omdat ons land in de
geschiedenis niet bekendstond als anti-Joods, wordt dit cijfer internationaal
als verbazend hoog beschouwd en wordt dit in diverse publicaties ‘de
Nederlandse paradox’ genoemd. Aan die paradox wordt een eind gemaakt in mijn
boek ‘<em>Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de
collaboratie</em>’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Sommigen aan de kaak gesteld, de rest buiten schot</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Götz Aly schreef
in ‘<em>Europa tegen de Joden</em>’: ‘Vragen naar de eigen geschiedenis tijdens
de Tweede Wereldoorlog voor wat betreft de wijdverbreide samenwerking met de bezettingsmacht
bleven in de meeste Europese landen na 1945 taboe. In het algemeen werden de
zogeheten collaborateurs eruit gelicht als kwalijk voorbeeld, om de grote
meerderheid van mededaders, verklikkers en grote en kleine profiteurs met rust
te kunnen laten.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat is een houding
die Nederland tot op de laatste dag, tot op de laatste minuut heeft
volgehouden, tot op de ochtend van zondag 26 januari 2020 bij de
Holocaustherdenking. Als laatste land, jaren na Frankrijk, België, Luxemburg,
Denemarken, Noorwegen, Litouwen. Na 75 jaar herdenking bevrijding was nog
latere erkenning en excuus van de Nederlandse overheid lachwekkend geworden. </p>



<h2 class="wp-block-heading">Pas laat een urn uit Auschwitz</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Laten we eens
kijken naar ons nationaal monument op de Dam: In de nissen van de muur van het
monument zijn verschillende urnen met aarde bijgezet. Nationaal Comité 4 en 5
mei: ‘Met het zand dat afkomstig is van plaatsen waar Nederlanders zijn
gemarteld en vermoord, wordt het nationale karakter van het monument
benadrukt.’ </p>



<p class="wp-block-paragraph">Nationaal? Van de meer
dan tweehonderdduizend oorlogsslachtoffers bestond de helft uit Joodse burgers.
Een feit dat pas apart benoemd werd ver na het jaar 2000 en iets later mocht er
eindelijk een urn met as uit Auschwitz bijgezet worden. De urn ter herdenking
van de gevallenen in onze koloniale oorlog in Indonesië was al jaren eerder
voorgegaan.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Na de eeuwwisseling: de kentering</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Na tientallen
jaren framing van de overheid van de bezetting als een periode van
‘onderdrukking en verzet’, is er na de eeuwwisseling een nieuwe invalshoek, een
nieuw paradigma, van diverse historici. De Hoge Raad, de NS, banken en
notarissen, de beroving van de Joden door Nederlanders, het kwam allemaal aan
bod. </p>



<p class="wp-block-paragraph">In mijn studie
naar Nederlandse ambtenaren en de collaboratie, volgde ik het papieren spoor
van de ambtelijke rijkstop naar de laatste ambtenaar aan het ijzeren spoor, tot
in kamp Westerbork. Nederland onderscheidde zich dermate, dat Adolf Eichmann
tijdens zijn proces in Israël opmerkte: ‘Daar verliepen de transporten zo
vlekkeloos dat het een lust was om naar te kijken.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Gewone ambtenaren</h2>



<p class="wp-block-paragraph">In alle bezette
West-Europese landen startte de massamoord op de Europese Joden met een reeks
lokale bestuurlijke maatregelen. Daarin speelden in al die landen de ambtenaren
op alle niveaus een rol &#8211; van bestuurders tot uitvoerders. Nederlandse
ambtenaren werkten ook mee aan de registratie, isolatie, roof, ontrechting, de
razzia’s en het deporteren en bewaken van Joden. </p>



<p class="wp-block-paragraph">De ambtenaren
waren bestuursambtenaren, burgemeesters en hun lokale ambtenaren zoals de
bevolkingsboekhouders, de politieambtenaren, de medewerkers van tram- en
spoorwegen en juristen tot en met de hoogste rechterlijke macht. Om de
controverse tussen historici Browning en Goldhagen aan te halen: waren dit
allemaal gewone ambtenaren of Hitlers gewillige helpers? </p>



<p class="wp-block-paragraph">Het antwoord is:
beide. </p>



<h2 class="wp-block-heading">Huiveringwekkende precisie</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Juist omdat ze
gewone ambtenaren waren en de Duitse almacht over Europa werd geaccepteerd in
Nederland, voerden de Nederlandse ambtenaren alle Duitse Verordeningen
aangaande de Jodenvervolging met huiveringwekkende precisie uit. Het begon met
een verklaring van de secretarissen-generaal, de opvolgers van de gevluchte
ministers: volgens een citaat van secretaris-generaal Max Hirschfeld aan de
Duitse consul-generaal in Amsterdam, was het College van SG bereid tot ‘<em>loyalster
Zusammenarbeit mit den deutschen Besatzungsbehörden</em>’. We schrijven hier 17
mei 1940, twee dagen na de capitulatie, terwijl generaal Winkelman officieel
nog de opperbevelhebber over Nederland was. </p>



<p class="wp-block-paragraph">De top beloofde
samen te werken en het verzet te bestrijden. Er was slechts een voorwaarde: men
zou weigeren te werken onder leiding van een NSB’er. Dat was geen probleem voor
de Duitsers want de zittende ambtenaren waren effectiever en hun richtlijnen werden
nauwkeuriger opgevolgd dan ooit mogelijk was geweest onder een NSB’er. De
Nederlandse ambtenaren hanteerden tijdens de bezetting het woord ‘collaboratie’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Bedrijven deden mee</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Een ander
voorbeeld: ‘anti-Joodse maatregelen’ was een term die in de bestuursagenda en het
archief van het Amsterdamse gemeentebestuur gewoon gehanteerd werd. Men wist
wat men deed. Al was het onderscheiden naar ras, geloof en het deporteren en
beroven van Nederlandse burgers expliciet verboden in de vooroorlogse ‘<em>Aanwijzingen
in geval van een vijandelijken inval</em>’ uit 1937. </p>



<p class="wp-block-paragraph">De topambtenaren
stonden niet alleen in hun bereidheid tot samenwerking: het Nederlandse
bedrijfsleven stond ook direct na de capitulatie klaar om de eerste Duitse
orders binnen te slepen. Nederlandse bedrijven aasden met name in de eerste
maanden van de bezetting gretig op orders omdat ze bang waren de boot te
missen. Ze hadden immers een tijdelijke voorsprong op Frankrijk en België.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Cumulatieve collaboratie</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De ambtenaren
werden de boekhouders van de Holocaust omdat ze het gehele papieren traject
behandelden van registratie, isolatie en deportatie. Het begon aan de top en
spreidde zich over de gehele ambtelijke piramide uit, als een cumulatieve
collaboratie. De registratie begon met de niet-Jood verklaring, al snel de
ariërverklaring genoemd, die alle ambtenaren moesten invullen, opgedragen en
gecontroleerd door hun meerderen. Meer dan tweehonderdduizend ambtenaren op
nationaal, regionaal, lokaal niveau, inclusief rechters en met de Hoge Raad als
eerste, vulden dit zonder protest in, waarna bleek dat er zo’n 2.500 Joodse
ambtenaren waren. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Na de Duitse
aankondiging van ontslag van de Joodse ambtenaren waren er diverse leden van
het College van SG, die stelden dat iedere samenwerking met het Duitse gezag
vrijwel onmogelijk was. Uit de notulen van 7 oktober 1940: ‘Ook tegenover de
Nederlandse bevolking ware een aanblijven van het college bij deze
omstandigheden niet langer mogelijk, aangezien men hierdoor de laatste resten
vertrouwen van die zijde geheel zou verliezen.’ Dat was duidelijke taal.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De voorzitter
(Snouck Hurgronje) koos een andere positie: ‘Door aanblijven alleen, zou het
college kunnen voortgaan met het behartigen en beschermen van de Nederlandse
belangen. Aftreden zou voor de Nederlandse belangen rampzalig zijn.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Geregistreerd, ontrecht, onteigend, gedeporteerd</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dat was het. Die
Nederlandse belangen zouden tijdens de gehele Jodenvervolging voorrang krijgen
boven de belangen van de Joodse burgers. Die werden vervolgens alle 160.000
door de Nederlandse bevolkingsboekhouders van 1050 gemeenten onder leiding van
superambtenaar Jacob Lentz geregistreerd, met een aparte ruiter op hun
persoonskaart in de gemeentelijke registratie. En een J op het persoonsbewijs
van de 140.000 vol-Joden. </p>



<p class="wp-block-paragraph">De Joodse Raad
werkte mee door controlebestanden voor een aantal gemeenten en voor eigen
gebruik. Voor die registratie, naast deportatie, bood minister-president Rutte
excuses aan. Maar de collaboratie ging verder: Joodse bedrijven werden
onteigend en 17.000 Joodse eenmanszaken werden geliquideerd met medewerking van
het Ministerie van Nijverheid, Handel en Scheepvaart. Nederlandse notarissen,
makelaars, gemeenten, banken en beursorganisatie verkochten of kochten geroofd
Joodse onroerend goed, aandelen en kunst. </p>



<h2 class="wp-block-heading">Geïsoleerd, gesepareerd, afgevoerd</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Joden werden
geïsoleerd en geweerd uit het openbare leven: niet in parken, zwembaden,
horeca, onderwijs, markten en winkels. Regels die gehandhaafd werden op lokaal
niveau door lokale ambtenaren en gemeentepolitie. Joden werden gesepareerd in
Nederlandse werkkampen. Tenslotte volgden de deportaties, waarvoor de
burgemeesters in het voorjaar van 1942 nog actuele adreslijsten moesten
leveren. Waarna met inzet van Nederlandse politie de Joden werden opgehaald en
met de Nederlandse Spoorwegen gedeporteerd naar Westerbork. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat kamp werd
bewaakt door de Nederlandse Marechaussee en in het kamp was een kantoor met
Nederlandse ambtenaren voor de voedseldistributie en een kantoor van de
Bevolkingsregistratie waarin afgevoerde Joden tevens werden afgevoerd uit de
bevolkingsregisters. Een aantal treinen ging rechtstreeks naar Auschwitz en
Sobibor. Pas bij de grens nam Deutsche Bahn het ijzeren spoor over. Na de
oorlog werden de Joden nog tientallen jaren hun wettelijke eigendom van geld en
bezittingen onthouden, omdat de economische opbouw voorrang had boven het
herstel van de georganiseerde roof.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De ambtenaren
waren boekhouders van de Holocaust en ze hielden hun boeken pijnlijk nauwkeurig
bij. De verliespost waren de anderen. Dat was het brandoffer &#8211; de letterlijke
vertaling van ‘Holocaust’ &#8211; van de Joden. Een zwarte bladzijde uit de
Nederlandse geschiedenis.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Rob Bakker, Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de collaboratie, verscheen recent bij uitgeverij <a href="https://verbum.nl/wp-content/uploads/2020/03/Persbericht-Boekhouders-van-de-Holocaust-dd-19-maart-2020-website.pdf" target="_blank" rel="noreferrer noopener" aria-label="Verbum Holocaust Bibliotheek, gebonden uitgave, 727 blz (opent in een nieuwe tab)">Verbum Holocaust Bibliotheek, gebonden uitgave, 727 blz</a>. Bij het boek horen twee gratis side eBoeken: De Aanwijzingen en de Ambtelijke Herinneringen van J.L. Lentz.</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/nederlandse-ambtenaren-voerden-de-jodenvervolging-nauwgezet-uit/">Nederlandse ambtenaren voerden de Jodenvervolging nauwgezet uit</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/nederlandse-ambtenaren-voerden-de-jodenvervolging-nauwgezet-uit/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/seyss-burgem-en-frederiks-zw.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/seyss-burgem-en-frederiks-zw-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/seyss-burgem-en-frederiks-zw-300x165.jpg" width="300" height="165" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/seyss-burgem-en-frederiks-zw.jpg" width="600" height="330" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/seyss-burgem-en-frederiks-zw-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2020/05/seyss-burgem-en-frederiks-zw-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
	</channel>
</rss>
