<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
>

<channel>
	<title>Patrick van Schie, auteur op Wynia&#039;s Week</title>
	<atom:link href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/author/patrickvanschie/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link></link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Fri, 23 Feb 2024 14:00:31 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.4</generator>
	<item>
		<title>De geschiedenis leert: angst voor een extraparlementair kabinet is nergens voor nodig. LONGREAD!  </title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-geschiedenis-leert-angst-voor-een-extraparlementair-kabinet-is-nergens-voor-nodig-longread/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2024-02-24</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 24 Feb 2024 04:48:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Kabinetsformatie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=54128</guid>

					<description><![CDATA[<p>De vorming van een gewoon ‘parlementair’ meerderheidskabinet op basis van een akkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB is door Pieter Omtzigt geblokkeerd. De nieuwe informateur Kim Putters is nu op zoek naar andere kabinetsvormen. Voor PVV, VVD en BBB is de vorming van een minderheidskabinet dat afhankelijk zou worden van onzekere gedoogsteun verleend door [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-geschiedenis-leert-angst-voor-een-extraparlementair-kabinet-is-nergens-voor-nodig-longread/">De geschiedenis leert: angst voor een extraparlementair kabinet is nergens voor nodig. LONGREAD!  </a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">De vorming van een gewoon ‘parlementair’ meerderheidskabinet op basis van een akkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB is door Pieter Omtzigt geblokkeerd. De nieuwe informateur Kim Putters is nu op zoek naar andere kabinetsvormen. Voor PVV, VVD en BBB is de vorming van een minderheidskabinet dat afhankelijk zou worden van onzekere gedoogsteun verleend door Omtzigts NSC zeer onaantrekkelijk. Zeker nu is gebleken dat Omtzigt na op een voor hem wezenlijk punt zijn zin te hebben gekregen – de Grondwet en wat daarmee samenhangt – toch nog zomaar om onduidelijke redenen kan weglopen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De variant van een ‘extraparlementair’ kabinet wordt nu veel genoemd. Maar niemand schijnt te weten wat daaronder moet worden verstaan. Sommigen denken dat het iets nieuws is. Staatsrechtgeleerde Wim Voermans stelde dat Nederland er wel ervaring mee heeft, maar dat je daarvoor tot de jaren tachtig van de negentiende eeuw moet teruggaan. Dat is historisch onjuist. Niet alleen het hier en daar wel genoemde kabinet-Cort van der Linden (1913-1918) was extraparlementair, ook daarna trad nog geregeld een dergelijk kabinet op.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Indertijd waren er eveneens discussies over wat deze variant inhoudt, om te beginnen in de Tweede Kamer zelf. Zo zei de leider van de katholieke Tweede Kamerfractie Wiel Nolens in november 1929, bij het aantreden van het extraparlementaire kabinet- Ruijs de Beerenbrouck III, dat de vraag of een kabinet parlementair of extraparlementair moet worden genoemd een ‘op zich zelf buitengewoon moeilijke quaestie’ is. In datzelfde debat merkte zijn partijgenoot Ruijs vervolgens op ‘dat niemand ooit den landmeter heeft ontmoet, die het heeft bestaan met de nauwgezetheid, zijn vak eigen, de grenzen te trekken tusschen een parlementair en een extra-parlementair Kabinet.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">De verkiezingen en de formatie van 1913</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1913 raakten de confessionele partijen – de drie voorlopers van het CDA: de katholieken, de gereformeerde ARP en de hervormde CHU – hun ruime meerderheid uit 1909 kwijt. De ‘vrijzinnigen’ wonnen de verkiezingen met een gemeenschappelijke kandidaten en een gemeenschappelijk program. Deze ‘vrijzinnigen’ waren zelf over drie partijen verdeeld: twee liberale partijen en de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB). In deze laatste zien D66’ers graag een voorloper van hun partij. Maar anders dan D66 maakte de VDB geen aanspraak op de naam liberaal. Al kon de VDB bogen op meer liberaal gedachtegoed dan in D66 kan worden aangetroffen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De ‘vrijzinnige concentratie’ – het samenwerkingsverband van de drie vrijzinnige partijen – had weliswaar de verkiezingen van 1913 gewonnen maar niet genoeg voor een eigen meerderheid in de Tweede Kamer. Om daar alsnog aan te komen zou men steun moeten krijgen van de sociaaldemocraten. Hoewel verschillende voorlieden uit de sociaaldemocratische SDAP wel voelden voor de vorming van wat het eerste paarse kabinet had kunnen worden, wees op een SDAP-partijcongres een krappe meerderheid (54 procent) dit af. De ‘vrijzinnigen’ voelden er vervolgens niet voor een minderheidskabinet te vormen dat voortdurend een sociaaldemocratisch zwaard van Damocles boven zich zou moeten dulden. De gelijkenis met de huidige situatie rond NSC is frappant.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Het kabinet-Cort van der Linden (1913-1918)</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Pieter Cort van der Linden wees in 1913 de weg uit de impasse door een extraparlementair kabinet te vormen. Hoewel geen lid van enige politieke partij was Cort van der Linden een vooraanstaand liberaal. Hij had in 1886 een belangrijk boek geschreven over hoe het liberalisme zich aan de tijd diende aan te passen en van 1897 tot 1901 diende hij als minister van Justitie in het parlementair liberale kabinet-Pierson-Goeman Borgesius.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Van de overige acht ministers in zijn eigen kabinet hadden er vier een expliciete partijkleur. Twee waren vrijzinnig-democraat (Willem Treub en Thomas Pleyte, al lag de eerstgenoemde overhoop met de leiding van zijn partij), één minister was ‘unie-liberaal’ (Cornelis Lely; de man van de Zuiderzeewerken) en de vierde was ‘vrij-liberaal’, zeg maar klassiek-liberaal (Nicolaas Bosboom). Die laatste was weliswaar geen actief politicus, maar had meegeschreven aan het beginselprogram van zijn partij.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Tijdens de debatten in de Tweede Kamer over het nieuw aangetreden kabinet noemde de unie-liberale leider Theo de Meester (een voormalig premier) het kabinet ‘extra-parlementair’ omdat ‘het staat buiten ieder partijverband’ maar wel rekening hield met de uitspraak van de kiezers, die volgens hem voor algemeen kiesrecht en een kosteloos ouderdomspensioen hadden gestemd. De vrij-liberale leider Meinard Tydeman merkte op dat het woord ‘extra-parlementair’ dan wel boven het huis mocht staan maar dat de liberale premier een ‘liberale huisraad’ meebracht, ‘liberaal door zijn program, vrijzinnig in de personen van zijn ministers’. Het katholieke Kamerlid Jan Loeff vond dan ook dat er sprake was van een ‘verkapt concentratiekabinet’. Maar de sociaaldemocratische leider Pieter Jelles Troelstra onderschreef de opvatting van de premier dat het kabinet los stond van de (vrijzinnige) partijen doch ‘over de partijen heen’ in verbinding stond met de meerderheid van de kiezers. Hij noemde dit ‘extra-parlementaire’ kabinet daarom ook wel ‘een volkskabinet’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Na het kabinet Cort-Van der Linden traden zeven en een half jaar lang parlementaire kabinetten bestaande uit confessionelen op. Zo sterk waren de drie voorlopers van het CDA destijds dat zij in 1918 de helft van de Kamerzetels veroverden en vanaf 1922 met zijn drieën zelfs een absolute meerderheid. Maar in de ‘rechtse Coalitie’ – indertijd werden confessionele partijen ‘rechts’ genoemd en niet-confessionele partijen ‘links’; naast de sociaaldemocraten golden dus ook de liberalen en vrijzinnig-democraten als ‘links’ – was het allesbehalve koek en ei. In het najaar van 1925 liet de zeer antipapistische (oftewel antikatholieke) CHU een pas gevormd kabinet vallen door voor het schrappen van de Nederlandse gezant bij de paus te stemmen. Dit was natuurlijk tegen het zere been van de katholieken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Na een moeizame formatie werd een zogenaamd ‘intermezzo-kabinet’ onder leiding van de christelijk-historische Dirk Jan de Geer gevormd. Het zou tijdelijk zitting hebben maar bleef uiteindelijk aan tot de volgende reguliere verkiezingen in 1929. Naast de premier zelf had wederom de helft van de ministers een duidelijk partijprofiel, van een van de ‘rechtse’ (dus confessionele) partijen. De Geer verklaarde echter dat geen van hen mocht worden gezien als vertegenwoordiger van de partij waartoe hij behoort.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De liberale fractievoorzitter Hendrik Dresselhuys verheugde zich erover dat de rechtse Coalitie ‘door eigen voosheid’ uit elkaar was gevallen. Van het nieuwe kabinet werden enkele partijloze ministers alom als liberaal aangeduid. Daartegen maakte Dresselhuys bezwaar; bij de Vrijheidsbond (de liberale partij) waren zij niet bekend.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Voortgezet wantrouwen tussen confessionelen onderling</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Bijna alle fractiewoordvoerders noemden het kabinet ‘extra-parlementair’. De vrijzinnig-democratische fractievoorzitter Henri Marchant stak er de draak mee: ‘Het moet een eigenaardige sensatie zijn, wanneer men met een Kabinet, bestaande uit mannen van verschillende politieke partijen, te midden van deze Vergadering verschijnende, achtereenvolgens door de leiders der fracties hoort verklaren, dat die leden der partij zoolang zij deel uitmaken van het Kabinet, in zekeren zin door hun partij zullen worden verloochend. (-) Dat is het lot van het extra-parlementaire kabinet.’ Zijn verklaring luidde dat de partijleiders ‘bevreesd zijn, dat zij door het beleid van het Kabinet zullen worden geblameerd.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">‘Rechts’ behield bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1929 zijn meerderheid, maar de verdeeldheid hield aan. Weer werd vergeefs getracht een gewoon parlementair kabinet te vormen; de antipapistische CHU lag opnieuw dwars. De katholiek Ruijs de Beerenbrouck, eerder premier van 1918 tot 1925, vormde vervolgens een als ‘extra-parlementair’ gepresenteerd kabinet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vanuit de oppositie werd die status betwist. De liberale fractievoorzitter Hendrik Knottenbelt sprak over een ‘zoogenaamd extra-parlementair Kabinet’ dat eigenlijk gewoon ‘rechts-parlementair’ zou zijn. Het was ‘rechts’ zoals de CHU het wenste: ‘rechtsch van richting, doch zonder bindend akkoord’. Vrijzinnig-democraat Marchant viel hem wat betreft de benaming bij. Hij stelde echter dat het ontbreken van een bindende overeenkomst tussen fracties in het parlement niet bepalend was voor het ‘extra-parlementaire’ karakter van een kabinet. Dat er eenheid van beginsel bestond tussen het kabinet en de ‘rechtse’ fracties stempelde het kabinet- Ruijs de Beerenbrouck III zijns inziens tot rechts-parlementair. Maar liefst acht ministers hadden bovendien een duidelijk partijprofiel. De ‘extra-parlementaire allures’ dienden volgens Marchant uitsluitend ter camouflage omdat de leiders van de ‘rechtse’ partijen ‘bang [waren] om zich te compromitteeren’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Hendrik Colijn, de antirevolutionaire fractievoorzitter, vond dat er wel degelijk sprake was van een ‘extra-parlementair’ kabinet. Het kabinet- Ruijs de Beerenbrouck III was immers gevormd ‘zonder enig overleg met de groepen in de Kamer’. Liever had hij een parlementair kabinet zien optreden dat zich tevoren had kunnen verzekeren van voldoende steun in de Kamer. ‘Ontbreekt die zekerheid, dan stuurt het Kabinet niet, maar dan wordt het gestuurd.’ De katholieke fractievoorzitter Nolens – we zagen al dat hij de kwestie ‘moeilijk’ noemde – had ook liever een parlementair kabinet gezien. Maar hoewel de katholieke fractie ‘geen enkele verantwoordelijkheid’ droeg voor het optreden van het kabinet, nam zij een ‘medewerkende houding’ aan. De katholieke fractie handelde immers naar haar aard ‘gouvernementeel’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In zijn algemeenheid, zo voegde Nolens toe, zouden fracties een kabinet niet ‘zo maar’ ten val mogen brengen. Anderzijds mocht de Kamer ‘ook in het bijzonder van een extra-parlementair Kabinet verwachten, dat het niet te licht, te lichtvaardig, met het stellen van de portefeuille-, en vooral van de Kabinetsquaestie werke.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Het crisiskabinet-Colijn (1933-1937)</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Vier jaar later – de economische depressie had inmiddels zwaar toegeslagen en de democratie stond onder druk – waren het de katholieken die een parlementair kabinet onmogelijk maakten. Colijn poogde met het oog op de zware crisis waarin Nederland zich bevond een brede basiskabinet te vormen, waaraan naast de drie confessionele partijen tevens liberalen en vrijzinnig-democraten deelnamen. De katholieken blokkeerden het, volgens sociaaldemocraat Willem Albarda omdat ze aan de eigen arbeiders onder hun eigen kiezers niet konden uitleggen dat ze de sociaaldemocraten steeds van samenwerking uitsloten (de leer van de ‘uiterste noodzaak’) maar wel met de liberalen zouden regeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onder de noemer ‘extra-parlementair’ formeerde Colijn vervolgens een kabinet uit dezelfde vijf partijen. Albarda spotte dat ‘ineens’ alle bezwaren van de katholieken tegen samenwerking met de liberalen waren vervallen. Maar niemand ‘beschouwt dit Kabinet in werkelijkheid als een extra-parlementair Kabinet’. Er was tevoren overleg geweest met de vijf fracties en de ministers kwamen uit die fracties voort. Dolf Joekes, de nieuwe fractievoorzitter van de vrijzinnig-democraten (en vader van het latere VVD-Kamerlid), ontkende dat allerminst. ‘Vaststaat, dat opzettelijk in het Kabinet zijn opgenomen vooraanstaande mannen uit elk van de vijf partijen en dat van twee fracties zelfs de politiek leider en de second best daarvan deel uitmaken.’ Hij kon het weten want naast de ARP van premier Colijn was zijn eigen VDB een van die twee fracties waarvan de nummers één en twee zitting namen in het kabinet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De katholieke fractievoorzitter Piet Aalberse, opvolger van de inmiddels overleden Nolens, stelde dat de drie katholieke ministers zonder overleg met de katholieke partij of fractie waren toegetreden. Maar hij haalde zijn eigen bewering onderuit door te vervolgen: toen er eenmaal een ‘extra-parlementair’ kabinet werd geformeerd had hij in ’s-lands belang de aangezochte drie katholieken overgehaald toe te treden zodat als minister konden dienen de ‘beste mannen die mijn partij kan leveren’. Aalberse noemde het kabinet een ‘extra-parlementair Kabinet ad hoc’, waarbij het ‘hoc’ sloeg op de crisis. Hij kondigde aan dat de katholieke fractie niet zou trachten dit kabinet ‘van het leven te berooven’. Iets dat hij binnen twee jaar toch deed, al werd het kabinet-Colijn daarna vrij gauw gelijmd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="3067971725" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">In 1948 werd alweer een kabinet op brede basis nodig geacht, nu vooral in verband met de dekolonisatie van Nederlands-Indië (Indonesië). Bij ‘rooms-rood’ (de katholieke KVP en de PvdA die sinds 1946 regeerden) mochten VVD en CHU aanschuiven maar de PvdA-fractie verzette zich tegen nauwe banden. Premier Willem Drees noemde zijn kabinet ‘een program-ministerie’, een kwalificatie die oppositieleider Jan Schouten van de ARP verwierp omdat elk kabinet optrad met een bepaald program.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De katholieke fractievoorzitter Carl Romme noemde het kabinet zonder meer ‘extra-parlementair’. Zijn collega Marinus van der Goes van Naters van de PvdA vond dat dit net aan het geval was. ‘De intrede van vooraanstaande parlementaire figuren, waaronder in de eerste plaats de formateur zelf [zijn partijgenoot premier Drees], deed dit Kabinet, wat de samenstelling betreft, inderdaad dicht tot een parlementair Kabinet naderen.’ Hij meende, zonder verdere uitleg, dat het kabinet daar toch ver genoeg van afstond zodat de PvdA er steun aan kon verlenen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">VVD-leider Pieter Oud meende dat een akkoord waarop een kabinet rustte niet afdeed aan de vrijheid die kabinet en fracties ‘in onze constitutionele verhoudingen’ altijd ten opzichte van elkaar moesten blijven behouden. Er konden zich namelijk nieuwe omstandigheden aandienen waardoor of het kabinet of een van de fracties zich niet meer aan het oorspronkelijke akkoord gebonden hoefde te achten. De antirevolutionair Schouten en CHU-fractievoorzitter Hendrik Tilanus vonden allebei de vraag of het kabinet parlementair dan wel extraparlementair was uiteindelijk niet zo relevant; in de woorden van Tilanus; ‘het komt op de daden aan’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Lessen uit onze parlementaire geschiedenis</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Wat kunnen we leren van de ervaringen met extraparlementaire kabinetten uit de eerste helft van de twintigste eeuw?</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Extraparlementaire kabinetten genoten nooit de eerste voorkeur. Zij werden altijd pas gevormd nadat een gewoon parlementair kabinet (van de gewenste richting) onhaalbaar bleek.</li>



<li>Ook vroeger heerste onder de politici vaak onduidelijkheid wat het kenmerk van een extraparlementair kabinet was. Zodanig dat waar de ene politicus een kabinet extraparlementair noemde, er geregeld een oppositieleider was die het als een verkapt parlementair kabinet aanduidde.</li>



<li>In de extraparlementaire kabinetten traden steeds vaker ministers op met een duidelijk partijprofiel. Waar dit voor de eerste twee van de vijf genoemde kabinetten voor de helft van de ministers gold, betrof dit in de laatste drie gevallen bijna de hele ministersploeg. Sterker, vier van de vijf extraparlementaire kabinetten stond onder leiding van een van de partijleiders (indien we Ruijs, twee keer eerder premier, naast katholiek fractievoorzitter Nolens als zodanig mogen beschouwen). Alleen Cort van der Linden was geen partijlid, zij het wel een geprofileerd liberaal.</li>



<li>Bij sommige van de extraparlementaire kabinetten was er wel degelijk enige voeling gehouden met de voormannen van fracties in de Tweede Kamer, op zijn minst om te polsen hoe zij tegenover een (beperkt) regeerprogram stonden.</li>



<li>De vijf genoemde kabinetten zaten alle ‘de rit uit’, zij het in twee gevallen na een tussentijdse kabinetscrisis gevolgd door een geslaagde lijmpoging (het kabinet-Colijn in 1935 en het kabinet-Drees in 1951). Een extraparlementair kabinet hoeft dus niet per se een kort leven beschoren te zijn.</li>



<li>Op zijn minst heerst een vermoeden, door oppositieleiders soms uitgesproken, dat de variant extraparlementair ertoe diende dat een of meer fracties zich van het kabinet konden distantiëren terwijl zij het wel in stand hielden.</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="9582227423" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Omstandigheden uit het verleden mogen nooit zonder meer op het heden worden geprojecteerd. Vooral in de periode vanaf 1918 waren de politieke krachtsverhoudingen tussen de verschillende groeperingen (‘zuilen’) welhaast bevroren. Een winst of verlies van twee à drie zetels (op een totaal van destijds honderd Kamerzetels) bij de verkiezingen was al veel. Kortom, áls breken al zou lonen dan was de ermee te behalen zetelwinst beperkt en moesten de partijen rekening houden met krachtsverhoudingen die na verkiezingen ongeveer dezelfde zouden zijn. Dat is tegenwoordig wel anders.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Anders is ook de ‘gouvernementele’ instelling die veel partijen toen nog hadden (behalve de sociaaldemocraten en enkele extreme partijen). Deze hield in dat fracties er niet van het begin af aan hoe dan ook op uit waren een kabinet ten val te brengen. Integendeel, waar mogelijk steunde een fractie een kabinet. Deze ‘gouvernementele’ instelling vinden we vandaag de dag eigenlijk alleen nog maar bij de SGP, misschien niet toevallig een partij die zich in een stabiele kiezersaanhang mag verheugen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Kortom, wil een extraparlementair kabinet in de huidige omstandigheden, waarbij politici veelal meer zijn gericht op scoren in de media dan op verantwoordelijk bestuur en voorts één oog voortdurend gericht houden op hun scores in de opiniepeilingen, met enig succes kunnen opereren dan zijn bepaalde minimale afspraken onvermijdelijk. Omtzigt kan niet anders willen; hij heeft niet voor niets laten vastleggen dat het te vormen kabinet niet aan de grondrechten zal tornen. Daarnaast moet een nieuw kabinet, ook wanneer het extraparlementair is, erop kunnen rekenen dat een meerderheid van de Kamer een motie van wantrouwen tegen het kabinet slechts in een zeer zwaarwegend geval zal steunen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een centrumrechts (in de huidige betekenis van het woord) extraparlementair kabinet kan in zeker één opzicht gelijkenis vertonen met het kabinet-Cort van der Linden. Het zal naar de wens zijn van de meerderheid van de kiezers en daarom aanspraak kunnen maken, in de woorden van sociaaldemocraat Troelstra, op de naam van een echt ‘volkskabinet’.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em><strong>Patrick van Schie</strong></em><em>&nbsp;is historicus en directeur van de TeldersStichting, het onafhankelijke wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Wynia’s Week is jarig! Bent u al donateur?</em></strong><em>&nbsp;Dan hopen wij dat u ook in dit nieuwe jaar weer meedoet. Kwam het er nog niet van, maar wilt u wel Wynia’s Week mogelijk maken? Dan hopen we dat u&nbsp;<strong>nu ook de stap</strong>&nbsp;zet.&nbsp;<strong>Doneren kan&nbsp;</strong></em><a href="https://www.wyniasweek.nl/doneren/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>op verschillende manieren</em></strong></a><em>&nbsp;en zowel met een&nbsp;<strong>éénmalig</strong>&nbsp;bedrag als met een&nbsp;<strong>maandelijkse</strong>&nbsp;bijdrage. Hartelijk dank!</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-geschiedenis-leert-angst-voor-een-extraparlementair-kabinet-is-nergens-voor-nodig-longread/">De geschiedenis leert: angst voor een extraparlementair kabinet is nergens voor nodig. LONGREAD!  </a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/Van-Schie-220224-DEF.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/Van-Schie-220224-DEF-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/Van-Schie-220224-DEF-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/Van-Schie-220224-DEF.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/Van-Schie-220224-DEF-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/Van-Schie-220224-DEF-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Zodra burgers worden verplicht elkaar gelijk te behandelen, wordt Artikel 1 van de Grondwet een bom onder de rechtsstaat</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/zodra-burgers-worden-verplicht-elkaar-gelijk-te-behandelen-wordt-artikel-1-van-de-grondwet-een-bom-onder-de-rechtsstaat/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2024-02-10</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 10 Feb 2024 04:48:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Grondwet]]></category>
		<category><![CDATA[Kabinetsformatie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=53793</guid>

					<description><![CDATA[<p>Is niet een eerste vereiste in een rechtsstaat dat mensen gelijk worden behandeld? Degenen die vrezen dat de rechtsstaat in gevaar is onder een kabinet waaraan de PVV deelneemt, verwijzen zeker ook naar dat beginsel. Discriminatie is in strijd met artikel 1 van onze Grondwet. Voordat overhaaste uitspraken worden gedaan, moet goed worden bekeken wat [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/zodra-burgers-worden-verplicht-elkaar-gelijk-te-behandelen-wordt-artikel-1-van-de-grondwet-een-bom-onder-de-rechtsstaat/">Zodra burgers worden verplicht elkaar gelijk te behandelen, wordt Artikel 1 van de Grondwet een bom onder de rechtsstaat</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Is niet een eerste vereiste in een rechtsstaat dat mensen gelijk worden behandeld? Degenen die vrezen dat de rechtsstaat in gevaar is onder een kabinet waaraan de PVV deelneemt, verwijzen zeker ook naar dat beginsel. Discriminatie is in strijd met artikel 1 van onze Grondwet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voordat overhaaste uitspraken worden gedaan, moet goed worden bekeken wat het eerste artikel van onze Grondwet precies behelst en impliceert. De letterlijke tekst luidt sinds vorig jaar: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Over de betekenis van dit artikel ontstaan weleens misverstanden en bovendien zijn de interpretaties niet eenduidig. Sterker: juristen van naam en politici hebben er daadwerkelijk nogal verschillend over geoordeeld.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Artikel 1 is niet belangrijker dan andere grondwetsartikelen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Het feit dat het gelijkheidsartikel in onze Grondwet als eerste wordt genoemd, kan de gedachte ingeven dat het belangrijker is dan de andere grondwetsartikelen. Maar dit is niet het geval. Zoals de huidige vicevoorzitter van de Raad van State, Thom de Graaf (D66), een jaar of twintig geleden als minister van Binnenlandse Zaken aangaf tijdens een constitutioneel debat in het parlement: onze Grondwet kent geen hiërarchie van grondrechten. Anders gezegd: de volgorde geeft geen indicatie aan welk artikel meer belang moet worden gehecht en welk artikel derhalve zwaarder zou moeten tellen dan een ander grondrecht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Pim Fortuyn wekte in februari 2002 veel opschudding door in een interview met <em>de Volkskrant</em> te zeggen dat artikel 1 van de Grondwet hem niet mocht belemmeren vrijuit te zeggen wat hij vond (conform de uitingsvrijheid in artikel 7 van de Grondwet) en dat anders dat ‘rare’ artikel 1 maar moest worden afgeschaft. Hij had juridisch gezien gelijk dat artikel 1 niet inhoudt dat je over de daarin genoemde groepen niets meer zou mogen zeggen, oftewel: artikel 1 beperkt niet de reikwijdte van artikel 7. Hij had eveneens gelijk dat het iedere politicus vrij staat een wijziging of zelfs afschaffing van artikel 1 te bepleiten. Zolang dat maar volgens de juiste (in de Grondwet omschreven) procedure gaat, is daar niets ongrondwettigs of anti-rechtsstatelijks aan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Natuurlijk mogen burgers en politici vinden dat artikel 1 het zwaarste zou moeten wegen. Evengoed mogen andere burgers en politici daartegenover stellen dat zij artikel 7 juist belangrijker vinden dan artikel 1. Juridisch geldt er echter geen rangorde. Dat dit nog steeds zo is, werd in het recente boek van staatsrechtdeskundigen <em>Een nieuw commentaar op de Grondwet</em> (onder redactie van Afshin Ellian en Bastiaan Rijpkema) bevestigd: ‘Botsing van grondrechten: geen hiërarchie.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">De laatste wijziging van grondwetsartikel 1 dateert van vorig jaar. Handicap en seksuele gerichtheid zijn toegevoegd aan de categorieën op grond waarvan geen discriminatie mag plaatsvinden. Voorstanders van die uitbreiding vonden dat een versterking, maar hier is iets vreemds aan de hand. Was hun gedachte soms: indien een bepaalde categorie niet wordt genoemd, mag die misschien wel worden gediscrimineerd? De woorden ‘of op welke grond dan ook’ zijn echter meteen bij de vaststelling van het artikel in 1983 toegevoegd om dit te ondervangen. Waarom dan dus extra categorieën opsommen?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Er zijn altijd indelingen van mensen denkbaar die niet in de opsomming staan. Op deze manier is het wachten tot zich nieuwe groepen aandienen die zich achtergesteld voelen en een verdere uitbreiding van de opsomming verlangen. Dat maakt het artikel niet alleen onleesbaar, maar verzwakt bovendien de boodschap. Mocht de Grondwet weer eens worden gewijzigd dan verdient het aanbeveling niet nog eens nieuwe categorieën toe te voegen maar de opsomming te schrappen. ‘<em>In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister</em>‘, zo wist Goethe al.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Rechtsgelijkheid vergt een neutrale overheid</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Indien discriminatie fout is, doet de grond er niet toe. Met een belangrijk maar: het hangt ervan af of de bepaling louter verticaal of ook horizontaal wordt toegepast. Verticale werking betreft de verhouding tussen een overheid en burgers. Horizontale werking betreft de verhouding tussen burgers onderling.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Verticale werking betekent eigenlijk niets anders dan het liberale Verlichtingsideaal van rechtsgelijkheid. In 1801 stond dit in de voorloper van onze Grondwet als volgt omschreven: ‘Alle Leden der Maatschappij zijn gelijk voor de Wet zonder eenig onderscheid van rang of geboorte.’ Een overheid dient blind te zijn in de behandeling van burgers; hun afkomst, identiteit of voorkeuren horen er niet toe te doen in hoe zij door de overheid worden behandeld.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daar hoort natuurlijk bij dat overheidsdienaren niet mogen uitstralen welke voorkeur zij al dan niet hebben. De overheid hoort neutraal te zijn en te handelen; die neutraliteit dient dan ook voorop te staan wanneer ambtenaren met burgers in contact komen. Wat voor achtergrond een ambtenaar heeft doet er niet toe, als hij of zij maar bekwaam is en de wet zonder aanziens des persoon uitvoert. De politieke voorkeur of religieuze overtuiging van een ambtenaar mag niet in zijn of haar functioneren doorklinken. Wie zich zorgen maakt over de rechtsstatelijkheid zou vooral dat goed moeten beseffen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Of een ambtenaar sympathiseert met Hamas-terroristen of met Israël doet niet ter zake, tenzij die ambtenaar een terroristische organisatie helpt of het buitenlands beleid van de regering ondermijnt. Want die laatste twee situaties zijn natuurlijk in geen geval acceptabel. Een overheidsdienaar mag voorts elke levensovertuiging hebben maar deze niet in werktijd uitdragen. Die doet namelijk op dat moment niet ter zake.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer een vrouwelijke ambtenaar het nodig vindt haar moslimgeloof uit te dragen door in functie een hoofddoek, laat staan zwaardere gezichtsbedekking, te dragen, geeft zij aan dat de islam voor haar belangrijker is dan de neutraliteit. Daarmee toont zij aan ongeschikt te zijn voor de functie. Ondermijning van de rechtsstaat vindt plaats door gemeentebesturen die toestaan dat ambtenaren hun geloof onder werktijd uitdragen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Het grote gevaar van horizontale werking</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De gelijke behandeling heeft altijd verticaal gegolden, dat wil zeggen in de verhouding tussen overheid en burgers. In de aanloop naar de grondwetsherziening die in 1983 van kracht werd, en waarbij het huidige artikel 1 grotendeels gestalte kreeg, kwam de vraag op of er ook horizontale werking aan moest of mocht worden toegekend.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Bij de (eerste) behandeling van het concept-grondwetsartikel in de Tweede Kamer in 1976 waarschuwden Kamerleden uit verschillende politieke groeperingen tegen horizontale interpretatie van het artikel over gelijke behandeling. VVD-Tweede Kamerlid Annelien Kappeyne van de Coppello bijvoorbeeld noemde deze horizontale werking, tussen burgers onderling, ‘een zware beslissing die binnendringt in de privésfeer van de burgers zelf’. ‘Rooie Lien’ – niet alleen vanwege haar haarkleur zo genoemd – vreesde: door met horizontale werking in te stemmen ‘zetten wij de sluizen te zeer open zonder de vloed te kennen’. Zij had gelijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="3067971725" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">A.M. Donner, een van de voorzitters van de staatscommissie Cals-Donner (en vader van de CDA-politicus), verwoordde het in het <em>Handboek van het Nederlandse staatsrecht</em> vlak na de grondwetswijziging van 1983 nog scherper. Hij duidde de gelijkwaardigheid van mensen aan als ‘een netelige zaak’, zeker wanneer de overheid deze met ‘dwangmiddelen’ in het maatschappelijk verkeer zou willen doorvoeren. Donner vervolgde: ‘Emancipatie kan de staat bevorderen door het voorbeeld te geven; als hij haar oplegt of zelfs maar de emancipatie tot verplichte leer wil stellen, dan wordt hij even tyranniek als de Sovjet-staat’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het opleggen van een non-discriminatie-gebod aan burgers is onmogelijk en uiterst onwenselijk. Ieder mens maakt in zijn relaties met andere mensen steeds onderscheid. Dat is onvermijdelijk en op grond waarvan iemand dit doet gaat niemand iets aan. Wie anders dan de persoon in kwestie zelf zal hebben te bepalen of het gehanteerde criterium van onderscheid relevant is?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Iedereen maakt onderscheid</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Met wie wij willen samenwonen, vriendschap sluiten, sporten of anderszins willen vertoeven: het zijn beslissingen die wij vaak op gevoels- of andere irrationeel overkomende gronden nemen. Omdat ik iemand leuk vind, ben ik ermee bevriend. Omdat iemands gezicht mij niet aanstaat of zijn gedrag mij ergert, ga ik er niet (of zo min mogelijk) mee om. Iedereen maakt zulk onderscheid, niemand zou anders kunnen, en geen politicus of ambtenaar die er iets mee te maken heeft.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vrijheid betekent dat wij over zulke beslissingen met wie wij wel en met wie niet willen verkeren aan niemand verantwoording schuldig zijn; wel in de allerlaatste plaats aan een overheid. Zodra burgers worden verplicht elkaar gelijk te behandelen gaat hun vrijheid teloor. Dan verwordt artikel 1 van de Grondwet tot een bom onder de rechtsstaat zelf. Een ware rechtsstaat behoort immers eerst en vooral aan burgers een vrije sfeer van <a href="https://www.wyniasweek.nl/de-rechtsstaat-beschermen-betekent-eerst-en-vooral-dat-de-overheid-terug-moet-in-haar-hok/">denken en handelen te garanderen</a>.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Patrick van Schie</em></strong><em>&nbsp;is historicus en directeur van de TeldersStichting, het onafhankelijke wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em><strong>Wynia’s Week is jarig! Bent u al donateur?</strong></em><em>&nbsp;Dan hopen wij dat u ook in dit nieuwe jaar weer meedoet. Kwam het er nog niet van, maar wilt u wel Wynia’s Week mogelijk maken? Dan hopen we dat u&nbsp;</em><strong><em>nu ook de stap</em></strong><em>&nbsp;zet.&nbsp;</em><strong><em>Doneren kan&nbsp;</em></strong><a href="https://www.wyniasweek.nl/doneren/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><em><strong>op verschillende manieren</strong></em></a><em>&nbsp;en zowel met een&nbsp;</em><strong><em>éénmalig</em></strong><em>&nbsp;bedrag als met een&nbsp;</em><strong><em>maandelijkse</em></strong><em>&nbsp;bijdrage. Hartelijk dank!</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/zodra-burgers-worden-verplicht-elkaar-gelijk-te-behandelen-wordt-artikel-1-van-de-grondwet-een-bom-onder-de-rechtsstaat/">Zodra burgers worden verplicht elkaar gelijk te behandelen, wordt Artikel 1 van de Grondwet een bom onder de rechtsstaat</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/WW-Van-Schie-10-februari-2024-DEF.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/WW-Van-Schie-10-februari-2024-DEF-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/WW-Van-Schie-10-februari-2024-DEF-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/WW-Van-Schie-10-februari-2024-DEF.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/WW-Van-Schie-10-februari-2024-DEF-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/02/WW-Van-Schie-10-februari-2024-DEF-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>De rechtsstaat beschermen betekent eerst en vooral dat de overheid terug moet in haar hok</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-rechtsstaat-beschermen-betekent-eerst-en-vooral-dat-de-overheid-terug-moet-in-haar-hok/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2024-01-27</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 27 Jan 2024 04:49:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Grondwet]]></category>
		<category><![CDATA[Recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=53508</guid>

					<description><![CDATA[<p>Twee weken geleden schreef ik in Wynia’s Week dat in het publieke debat vaak ten onrechte naar de rechtsstaat wordt verwezen. Als, zoals ik toen stelde, minimumstraffen, kritiek op rechterlijke uitspraken of wetten die in botsing komen met een bepaling in een internationaal verdrag de rechtsstaat niet (meteen) aantasten, wat houdt de rechtsstaat dan wél [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-rechtsstaat-beschermen-betekent-eerst-en-vooral-dat-de-overheid-terug-moet-in-haar-hok/">De rechtsstaat beschermen betekent eerst en vooral dat de overheid terug moet in haar hok</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><a href="https://www.wyniasweek.nl/niet-alle-zorgen-van-prominenten-over-de-rechtsstaat-zijn-terecht/">Twee weken geleden schreef ik in <em>Wynia’s Week</em></a> dat in het publieke debat vaak ten onrechte naar de rechtsstaat wordt verwezen. Als, zoals ik toen stelde, minimumstraffen, kritiek op rechterlijke uitspraken of wetten die in botsing komen met een bepaling in een internationaal verdrag de rechtsstaat niet (meteen) aantasten, wat houdt de rechtsstaat dan wél in?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het gebruik van de term ‘rechtsstaat’ in de hedendaagse betekenis kwam een kleine twee eeuwen geleden op in Duitsland. De term werd geïntroduceerd door liberale hoogleraren en politici, in het bijzonder Robert von Mohl, Karl von Rotteck en Carl Theodor Welcker. De beide laatstgenoemde heren namen het begrip op in hun <em>Staats-Lexikon</em>, een soort politieke encyclopedie. Wat zij er vooral mee bedoelden, was dat de staat in toom diende te worden gehouden. Dit hield niet enkel in dat de staat zelf gebonden diende te zijn aan de wet, zodat willekeur werd uitgesloten, maar tevens dat er grenzen dienden te worden gesteld aan de werkingssfeer van de staat. Een rechtsstaat kent een vrije sfeer van burgers welke door de staat niet mag worden betreden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De rechtsstaat omvat meer dan de meestal genoemde elementen legaliteitsbeginsel (overheidsoptreden dient te berusten op een algemeen geldende wet, niet op willekeur), overheidsgezag dat zélf ook aan de wet is onderworpen, en machtenscheiding met onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Die elementen zijn zeker allemaal belangrijk. Maar het wezen van de rechtsstaat – dat achter de genoemde elementen ligt – is dat burgers bescherming <em>tegen</em> een overheid dienen te genieten. En dat houdt vooral ook in dat zij vrijheden moeten kunnen genieten die een overheid niet mag aantasten.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Een absoluut vrije sfeer van burgers</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dit besef is ouder dan het begrip rechtsstaat zelf. Het stamt uit de tijd van de Verlichting – de late zeventiende en de achttiende eeuw –, zo niet al eerder, en werd in politieke zin door de liberalen naar voren gebracht. Die vrijheden werden eind achttiende eeuw in grondwetten vastgelegd, zoals de Amerikaanse uit 1787 en de Franse van na de Revolutie in 1789. De geschiedenis van de Franse Revolutie liet echter ook zien dat je burgerlijke vrijheden nog zo mooi in grondwetten kunt opschrijven, maar dat dit niet genoeg is wanneer de overheid met een beroep op bijvoorbeeld ‘de algemene volkswil’ – zoals machthebbers dat opvatten – zich aan diezelfde vrijheden vergrijpt. Eerst vertrapten de radicale revolutionairen onder leiding van Robespierre deze vrijheden, vervolgens liet Napoleon zich er evenmin veel aan gelegen liggen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit was voor de liberaal Benjamin Constant de aanleiding om in 1810 (<em>Principes des politique applicables à tous les gouvernements</em>) te formuleren wat later het wezen van de rechtsstaat werd, zonder dat Constant deze term als zodanig al gebruikte. De staat, ‘het lichaam’ van alle burgers, is weliswaar soeverein, zo schreef Constant, maar deze staat kan niet soeverein over individuele levens beschikken:</p>



<p class="wp-block-paragraph">‘Integendeel, een bepaald deel van het menselijk bestaan dient individueel en onafhankelijk te blijven, en rechtens buiten elke politieke jurisdictie. Soevereiniteit bestaat uitsluitend in een beperkte en op een relatieve manier. De jurisdictie van deze soevereiniteit stopt waar onafhankelijk, individueel leven begint. […] Als de regering zich uitstrekt tot doelen buiten haar competentie wordt ze onwettig. […] Zelfs als de hele natie met uitzondering van de man die zij schaadt iets wil, wordt dit niet ineens legitiem.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Wie tot zich laat doordringen dat het wezen van een rechtsstaat is dat er een sfeer is van burgers, individueel of uit vrije wil met elkaar verbonden, waar overheden buiten moeten blijven, zal inzien dat het wrang en bizar is dat linkse partijen, maar ook confessionele partijen als het CDA en de ChristenUnie, nu zo gretig grijpen naar de rechtsstaat om tegenstanders de maat te nemen. Juist deze partijen bepleiten immers keer op keer, in meer of mindere mate, dat de overheid verder zou moeten ingrijpen in wat vanouds als de privésfeer van burgers wordt beschouwd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze neiging tot zulke inmenging heeft bij deze partijen diepe wortels, en maakt in het geval van de linkse partijen zelfs hun wezen uit; haaks dus op het wezen van de rechtsstaat. Tegenwoordig gaat deze inmengingszucht zó ver dat deze partijen zelfs wensen te bepalen hoe burgers hun huis in de toekomst nog mogen verwarmen (geen gas), wat ze nog mogen eten (geen vlees), hoe ze op vakantie mogen gaan (niet vliegen), hoe ze naar hun eigen geschiedenis dienen te kijken (vol schaamte over de vermeende schuld van hun voorouders aan de slavernij), en zo voort.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Van GroenLinks-PvdA via D66 en CU tot en met NSC: er heerst ondanks alle bewijzen van overheidsfalen een ongeschokt geloof dat tal van (vermeende) maatschappelijke kwalen kunnen worden bestreden door de overheid méér te laten doen. Opmerkelijk als dit al is, des te vreemder is het dat deze partijen daarbij geregeld onbeschroomd de overheid over de grenzen van de vrije sfeer van burgers binnenduwen. Zijn zij zich er niet van bewust hoezeer dit op gespannen voet staat met het wezen van de rechtsstaat? Of is de rechtsstaat voor hen slechts een vlag die goed afstraalt op wie hem hijst; en dan maar hopen dat niemand weet waar hij werkelijk symbool voor staat?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Verschil in grondrechten</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De rechtsstaat is niet hetzelfde als de grondwet. De rechtsstaat kan zelfs niet gelijk worden gesteld met de in zo’n grondwet opgenomen grondrechten. In ieder geval niet met <em>alle</em> grondrechten. Er bestaat namelijk een fundamenteel verschil tussen de klassieke burgerrechten, waarmee wordt getracht aan te geven wat een staat <em>niet</em> mag doen, en de pas sinds 1983 in onze Grondwet opgenomen sociale grondrechten, die een opdracht inhouden aan de staat om op een of andere manier juist wel actie te ondernemen op een bepaald terrein, bijvoorbeeld wonen, zorg, bestaanszekerheid…</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vanaf het moment dat de sociale grondrechten in de Grondwet werden opgenomen, nog maar vier decennia geleden, was het niet precies duidelijk wat de betekenis ervan was. Hield het een vage opdracht in waar geen ‘harde’ rechten aan konden worden ontleend? Of moeten burgers er wel een direct beroep op kunnen doen, zoals linkse partijen graag zouden zien en een enkele rechter heeft gemeend ze te moeten interpreteren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Eén ding is echter duidelijk, of zou althans duidelijk moeten zijn: hoe meer een overheid doet om sociale grondrechten gestalte te geven, des te groter het gevaar dat zij zich mengt in de vrije sfeer van burgers, waartegen klassieke burgerrechten traditioneel een dam pogen op te werpen. Naarmate sociale grondrechten meer worden opgepoetst komt de rechtsstaat in het nauw.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Lijf en goed</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De klassieke grondrechten – zoals het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, van meningsuiting, van vereniging en vergadering, van privacy en onschendbaarheid van het lichaam, het huisrecht en het eigendomsrecht – hebben wel alles met de rechtsstaat van doen. Het zijn immers rechten waarmee wordt beoogd de vrije sfeer van burgers te vrijwaren van (staats)inmenging. De opsomming van klassieke grondrechten is soms niet compleet en ook dán vergt het beginsel van de rechtsstaat dat een overheid zich niet in de privésfeer van burgers mengt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarbij komt dat aan de omschrijving van de klassieke grondrechten in de Grondwet meestal een tenzij wordt toegevoegd (‘behoudens…’); in een rechtsstaat behoort dan niet de nadruk te liggen op hoe dat ‘tenzij’ kan worden benut om de staat alsnog toegang tot de privésfeer te verschaffen. Kern van een klassiek grondrecht is dat de staat zich afzijdig dient te houden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In sociale contracttheorieën is de voornaamste legitimatie van staatsgezag de bescherming van lijf en goed die eenieder dient te hebben tegen medeburgers die zich daaraan (proberen te) vergrijpen. Liberale contracttheoretici voegden daaraan toe dat burgers evenzeer bescherming verdienen wanneer het de overheid is die zich aan hun lichaam of aan hun goederen vergrijpt. Dit vormt een kern van wat we tegenwoordig de rechtsstaat noemen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Helaas wordt die bescherming niet in alle opzichten geboden. Als we het toespitsen op de meest letterlijke toepassing dan gaat het om de bescherming van de lichamelijke integriteit en van het recht op eigendom, de artikelen 11 respectievelijk 14 in onze Grondwet. Op papier genieten Nederlanders deze bescherming, in de praktijk worden hun rechten momenteel op verschillende manieren wel degelijk geschonden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een duidelijk geval van schending van artikel 11 – het recht op onaantastbaarheid van het lichaam – vormt de Actieve Donorregistratie (ADR), die op initiatief van D66 enkele jaren geleden werd ingevoerd. Voor wie het niet meer precies voor ogen staat: de ADR-wet bepaalt dat wie niet aangeeft wat er op de rand van overlijden met zijn of haar organen dient te gebeuren, wordt geacht te hebben ingestemd met orgaandonatie. Norm in de ADR-wet is dus dat iemands organen aan het collectief toebehoren tenzij iemand aangeeft dit niet te willen. Rechtsstatelijk bezien is de norm van artikel 11 de waarborg dat niemand het recht heeft organen uit iemands lichaam te nemen tenzij hij of zij expliciet heeft aangegeven daarmee in te stemmen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">D66 geeft graag hoog op van haar gehechtheid aan de rechtsstaat, maar begrijpt duidelijk niet dat een grondrecht een burger behoort te beschermen ook zonder dat deze burger zich er expliciet op beroept. Dit laat zien dat men daar het concept klassieke grondrechten en dus van de rechtsstaat niet werkelijk doorgrondt.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Concrete inbreuken op het eigendomsrecht</h2>



<p class="wp-block-paragraph">En helaas kleeft deze tekortkoming meer politici aan. Bedenk als parallel dat wanneer de politie of een andere ambtenaar jouw woning zonder verdenking en gerechtelijk huiszoekingsbevel doorsnuffelt buiten jouw aanwezigheid of wanneer je verbouwereerd vergeet te protesteren, er evengoed sprake is van schending van het huisrecht (artikel 12 van onze Grondwet). Dat recht geniet een burger immers zonder er een beroep op te hoeven doen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Artikel 14 van onze Grondwet – het eigendomsrecht – is merkwaardig genoeg zwak verwoord. Het artikel valt namelijk met de deur in huis onder welke voorwaarden iemand kan worden onteigend. Het ‘tenzij’ wordt aldus uitgewerkt zonder dat eerst het principe wordt verwoord. De formulering in onze Grondwet is dan ook voor verbetering vatbaar en daarvoor hoeft eigenlijk niet lang te worden gezocht. Artikel 17 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens omschrijft het eigendomsrecht kernachtig. Lid 1: ‘Eenieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen’; en lid 2: ‘Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.’</p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="https://www.wyniasweek.nl/vermogen-behoort-niet-toe-aan-de-staat/">Eerder heb ik betoogd</a> dat bij de belastingheffing het fictieve rendement op vermogen in box 3 een vorm van ongeoorloofde onteigening is. Hoewel de rechter evenzo heeft geoordeeld weigert het kabinet, bij monde van staatssecretaris Marnix van Rij, het gedane onrecht recht te zetten met als argument dat dit te veel zou kosten. Een argument dat in een rechtsstaat niet gebezigd zou moeten worden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="3067971725" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Bovendien is het buitengewoon scheef dat (vermeende) slachtoffers in de kindertoeslagaffaire bij een schade vanaf 1.500 euro elk een vergoeding van ten minste 30.000 euro aan <em>andermans</em> geld ontvangen, terwijl aan de slachtoffers van de fictieve rendementsheffing <em>hun eigen</em> op onrechtmatige wijze ontvreemde geld wordt onthouden. Sterker, de overheid blijft de komende jaren een fictief rendement hanteren omdat de systemen van de Belastingdienst het schrappen ervan niet kunnen verwerken. Systemen die boven een klassiek grondrecht worden gesteld: er valt aan versteviging van de rechtsstaat warempel nu al een hoop te doen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het recht op eigendom ligt nog meer onder vuur, en de dreiging komt dan vooral van links. Zo komt een toenemend aantal gemeenten met voorschriften aan wie burgers hun woning wel en niet mogen verkopen. Zo’n woning moet dan bijvoorbeeld worden verkocht aan iemand uit de eigen gemeente. Maar eigendomsrecht houdt niet alleen in dat iemands eigendom niet mag worden ontvreemd, het houdt tevens in dat iemand vrij is zijn eigendom – in dit geval zijn woning – te verkopen aan ongeacht wie hem maar het beste bod zou willen doen. Door bepaalde potentiële kopers te weren, onthouden de gemeenten die de genoemde regel toepassen een huiseigenaar een inkomen dat hij had kunnen genieten indien de kopersmarkt niet kunstmatig was beperkt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Sommige partijen willen zelfs nog verder gaan. Zij doen voorstellen om het bezit van een tweede woning zwaarder te belasten of geheel onmogelijk te maken. Het huidige woningtekort vormt voor hen een grond waarop zij denken te mogen uitmaken dat een dergelijke woning beter aan iemand anders kan toebehoren. Maar zo’n woning is geen collectief bezit; zij is particulier bezit. Een overheid heeft zich niet te mengen in hoe vaak iemand in zijn eigen woning vertoeft, net zo min als dat een overheid van een burger een tweede fiets zou mogen afpakken omdat die fiets toch maar ongebruikt in de schuur staat.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Het gevaar komt vooral van de overheid</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De rechtsstaat is, kortom, ontzettend belangrijk. Niet alleen is het van belang ervoor te zorgen dat de rechtsstaat niet in gevaar komt, daarnaast moeten schendingen van de rechtsstaat die nu reeds plaatsvinden of hebben plaatsgevonden worden rechtgezet. De gevaren zijn bovenal te duchten van politici die op meer overheidsingrijpen aandringen, zeker wanneer daarmee het terrein van de vrije sfeer van burgers wordt betreden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wie de rechtsstaat liefheeft behoort zich hard te maken voor vrijwaring van overheidsinmenging in de privésfeer van burgers. Burgers hebben het fundamentele recht vrijelijk in die particuliere ruimte te opereren zolang zij anderen niet belemmeren of schade toebrengen. Werken aan de rechtsstaat betekent eerst en vooral de overheid in haar hok terugdringen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em><strong>Patrick van Schie</strong></em><em>&nbsp;is historicus en directeur van de TeldersStichting, het onafhankelijke wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Wynia’s Week is jarig! Bent u al donateur?</em></strong><em>&nbsp;Dan hopen wij dat u ook in dit nieuwe jaar weer meedoet. Kwam het er nog niet van, maar wilt u wel Wynia’s Week mogelijk maken? Dan hopen we dat u&nbsp;<strong>nu ook de stap</strong>&nbsp;zet.&nbsp;<strong>Doneren kan&nbsp;</strong></em><a href="https://www.wyniasweek.nl/doneren/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>op verschillende manieren</em></strong></a><em>&nbsp;en zowel met een&nbsp;<strong>éénmalig</strong>&nbsp;bedrag als met een&nbsp;<strong>maandelijkse</strong>&nbsp;bijdrage. Hartelijk dank!</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-rechtsstaat-beschermen-betekent-eerst-en-vooral-dat-de-overheid-terug-moet-in-haar-hok/">De rechtsstaat beschermen betekent eerst en vooral dat de overheid terug moet in haar hok</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-27-januari-2024.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-27-januari-2024-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-27-januari-2024-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-27-januari-2024.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-27-januari-2024-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-27-januari-2024-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Niet alle zorgen van ‘prominenten’ over de rechtsstaat zijn terecht</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/niet-alle-zorgen-van-prominenten-over-de-rechtsstaat-zijn-terecht/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2024-01-13</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 13 Jan 2024 04:53:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Democratie]]></category>
		<category><![CDATA[Grondwet]]></category>
		<category><![CDATA[Kabinetsformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=53281</guid>

					<description><![CDATA[<p>De rechtsstaat staat naar verluidt centraal tijdens de huidige formatie – of moeten we zeggen de pre-formatie? Dat moet voor liberalen, die immers de rechtsstaat een warm hart toedragen, verheugend zijn. Sommigen zeggen: ‘Die rechtsstaat is zó belangrijk, het is schande dat daarover moet worden gesproken’. Maar dat is onzin; vrijheid is voor liberalen al [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/niet-alle-zorgen-van-prominenten-over-de-rechtsstaat-zijn-terecht/">Niet alle zorgen van ‘prominenten’ over de rechtsstaat zijn terecht</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">De rechtsstaat staat naar verluidt centraal tijdens de huidige formatie – of moeten we zeggen de pre-formatie? Dat moet voor liberalen, die immers de rechtsstaat een warm hart toedragen, verheugend zijn. Sommigen zeggen: ‘Die rechtsstaat is zó belangrijk, het is schande dat daarover moet worden gesproken’. Maar dat is onzin; vrijheid is voor liberalen al evenzeer ontzettend belangrijk en daar kan toch niet genoeg over worden nagedacht en gesproken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Linkse politici doen nogal eens alsof zij de ware hoeders van de rechtsstaat zijn. Maar de partijtjes die in 1990 zijn gefuseerd tot GroenLinks sympathiseerden in de jaren tachtig volop met (of hun leden waren soms actief als) de stenen gooiende krakers die ‘Jullie rechtsstaat is de onze niet’ schreeuwden. Een van de partijen die in GroenLinks is opgegaan was trouwens de Communistische Partij Nederland (CPN), die niet kon wachten tot ze het Rode Leger en daarmee het totalitaire Sovjet-systeem in ons land mocht verwelkomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">‘Dat was toen,’ zo zal men misschien zeggen, ‘dat gaat leden van GroenLinks-PvdA die jonger zijn dan de babyboomgeneratie toch niet aan?’ Indien GroenLinks-PvdA echter werkelijk om de rechtsstaat zou geven, dan behoort ze kraken (diefstal van rechtmatig eigendom) en alle geweld dat tegenwoordig in ons land wordt toegepast door klimaat- en andere linkse activisten scherp af te keuren.</p>



<h2 class="wp-block-heading">‘Prominenten’ maken zich zorgen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dagblad <em>Trouw</em> kopte vorige week zaterdag dat ‘prominenten’ zich zorgen maken over de rechtsstaat. Het bleek om vier (oud-)politici te gaan, van wie voormalig CDA-minister van Justitie Ferd Grapperhaus via een interview de meeste ruimte kreeg om zijn zorgen kenbaar te maken. Die voelde al wel aankomen dat zijn geloofwaardigheid niet erg sterk is omdat hij tijdens de coronacrisis als minister de afstandsregels tijdens zijn eigen huwelijk opzichtig aan de laars lapte. Maar hij had de rechtsstaat gerespecteerd, zo beweerde hij nu, door hierover verantwoording af te leggen aan de Kamer en een boete te betalen. Toe maar, hoe verdienstelijk…</p>



<p class="wp-block-paragraph">Beter was het geweest als het kabinet – dus ook Grapperhaus – zich in die tijd meer het hoofd had gebroken over de vraag in hoeverre coronaregels (het gedwongen afzonderen van bewoners van verzorgingstehuizen, verplichte winkelsluitingen, de avondklok, de mondkapjesplicht) eigenlijk verenigbaar waren met burgerlijke vrijheden, dus met de rechtsstaat. Was er toen maar wat meer over de rechtsstaat nagedacht en gesproken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En los daarvan: de jaren dat Grapperhaus optrad als minister van Justitie lieten geen enkele verbetering zien voor wat betreft de belabberde ophelderingspercentages van misdrijven; bij geweldsmisdrijven daalden die cijfers zelfs. Burgers beschermen tegen criminaliteit behoort toch wel tot de kern van wat in een rechtsstaat dient te gebeuren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Wat het nadenken en praten over de rechtsstaat mede zou moeten opleveren, is het inzicht dat lang niet alles wat er tegenwoordig mee in verband wordt gebracht er werkelijk mee van doen heeft. Zo stelde voormalig Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol dat minimumstraffen, die de PVV in haar program heeft staan, in strijd zijn met de rechtsstaat. Want die ‘doen afbreuk aan de onafhankelijke beoordeling door een rechter’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nu kun je over de wenselijkheid van minimumstraffen in wetgeving denken zoals je wil, maar ze tasten de onafhankelijkheid van rechters evenmin aan als de alom verankerde maximumstraffen. Een rechter blijft volkomen vrij in de vraag of iemand al dan niet schuldig is en houdt binnen een bandbreedte de ruimte om de strafmaat te bepalen. Als een ondergrens een aantasting is, waarom dan een bovengrens niet? In het verleden heeft de VVD, de partij van Broekers-Knol, overigens zelf minimumstraffen in haar verkiezingsprogram gehad, en toen hoorde je toch nooit dat het in strijd zou zijn met de rechtsstaat.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de jaren negentig maakte de Amerikaanse president Bill Clinton zich hard voor een ‘<em>three strikes and you’re out</em>’-clausule in het strafrecht, wat nog wel verder ging. Maar destijds is dit nooit als anti-rechtsstatelijk afgeserveerd. Verschillende staten in de VS kennen deze clausule overigens vandaag de dag en passen haar ook toe; kan het land daarom niet als een rechtsstaat gelden?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Kritiek op gerechtelijke uitspraken mag</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Menigeen denkt voorts dat een rechtsstaat inhoudt dat je op gerechtelijke uitspraken geen kritiek zou mogen uitoefenen. Ook dat is een misvatting. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht houdt in dat politici geen instructies mogen geven hoe een rechter in een specifieke casus heeft te oordelen. In Rusland, China en andere totalitaire landen is te zien hoe volstrekt rechteloos burgers zijn indien de ‘rechterlijke macht’ opereert als een uitvoeringsorgaan van de politieke machthebbers. In ons deel van de wereld is daarvan gelukkig geen sprake, en dat moet vooral zo blijven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar dit betekent allerminst dat burgers en volksvertegenwoordigers niet zouden mogen reflecteren op gerechtelijke uitspraken. Het staat burgers bijvoorbeeld vrij te menen dat rechters in zijn algemeenheid of in een bepaald geval veel te laag straffen. Je kunt vinden dat zij daarin gelijk hebben of juist niet, maar het is in zoverre relevant dat we op die manier weten of het rechtsgevoel van burgers wordt bevredigd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat rechtsgevoel mag niet bepalend zijn in een specifieke zaak; daar is het oordeel altijd aan de rechter. Indien echter aan het rechtsgevoel van burgers stelselmatig tekort wordt gedaan, is het zaak voor de wetgevende macht (het parlement) om zich te bezinnen of aanpassing van wetten, bijvoorbeeld inzake de strafmaat, noodzakelijk is. Dat is dan geen aantasting van de rechtsstaat maar het in balans brengen van wetgeving en rechtspraak. Volksvertegenwoordiging en rechterlijke macht hebben in een democratische rechtsstaat nu eenmaal elk hun eigen taak te vervullen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Evenmin is een grondwet in een rechtsstaat heilig. De Nederlandse Grondwet opent sinds een paar jaar met de expliciete uitspraak dat ons land een ‘democratische rechtsstaat’ is. Dit neemt niet weg dat het elke politicus vrijstaat om voorstellen te doen tot wijziging van de Grondwet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo willen sommige linkse partijen de monarchie afschaffen, wat flagrant in strijd is met in ieder geval de artikelen 24 tot en met 41 van de momenteel geldende Grondwet. Pieter Omtzigt wil constitutionele toetsing invoeren, hetgeen nu uitdrukkelijk wordt verboden in artikel 120. Zo zou men door kunnen gaan. Het mag allemaal, zulke wijzigingsvoorstellen, mits de juiste procedure wordt gevolgd. Die procedure is omschreven in… onze Grondwet. Heel hoofdstuk 8 (de artikel 137 tot en met 142) is gewijd aan hoe onze Grondwet kan worden herzien.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Je zou kunnen zeggen: maar de grondrechten zijn daarvan uitgezonderd. Opnieuw: dat mag iemand vinden, maar onze Grondwet bepaalt níet dat sommige artikelen nooit mogen worden gewijzigd. Natuurlijk zijn er artikelen die althans in mijn liberale ogen, en hopelijk vrijwel algemeen, als essentieel voor een rechtsstaat zullen worden beschouwd. Ik denk dan bovenal aan de klassieke grondrechten, die burgers moeten beschermen tegen een overheid. Een land zonder vrijheid van meningsuiting, om maar een heel wezenlijk burgerrecht te noemen, mag uiteraard geen rechtsstaat heten.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Internationale verdragen kunnen worden opgezegd</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Over de exacte betekenis van dat grondrecht kan niettemin discussie ontstaan. Onder degenen die zich nu als verdedigers van de rechtsstaat opwerpen, zijn er nogal wat mensen die vinden dat Geert Wilders niet zomaar alles mag zeggen en daarbij verder zouden willen gaan dan op dit moment geldende wetgeving en jurisprudentie. Discussie hoe ver de vrijheid van meningsuiting, om bij dat voorbeeld te blijven, hoort bij een democratische rechtsstaat. Maar als deze uitingsvrijheid te sterk wordt ingesnoerd, ja dán vindt er echt een aantasting van de rechtsstaat plaats.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Net zo min als de artikelen van onze huidige Grondwet zijn internationale verdragen heilig. Tal van juristen weten ons te vertellen dat deze of gene politieke wens anti-rechtsstatelijk is omdat het in strijd wordt geoordeeld met een bepaling uit verdrag X of Y. Maar veel van wat in de enorme, almaar uitgedijde hoeveelheid internationale verdragen vastligt heeft weinig of niets te maken met een rechtsstaat. Net als wetgeving zijn die verdragen de neerslag van opvattingen op een bepaald moment.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer omstandigheden of opvattingen wijzigen, zou herziening mogelijk moeten zijn, vanzelfsprekend zolang de fundamentele burger- en mensenrechten maar overeind blijven. Mocht wijziging te moeilijk of onmogelijk blijken, dan bestaat zelfs de mogelijkheid een verdrag op te zeggen. Sommige verdragen bevatten een regeling voor een dergelijke uittreding; in het EU-verdrag is dat artikel 50. In gevallen zonder zo’n exit-procedure bepaalt artikel 56 van het Verdragenrecht dat opzegging van een verdrag toch altijd mogelijk is.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Niet alles is rechtsstatelijk, maar de rechtsstaat is wel erg belangrijk</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Of dat ook verstandig is, is een politieke afweging. Een verdrag zeg je niet zomaar op. Maar wanneer bepalingen in een verdrag, of de uitleg die eraan wordt gegeven, in strijd raken met de belangen van ons land zoals kiezers en hun volksvertegenwoordigers die zien, dan is opzegging gewoon een juridisch begaanbare weg. Diegenen die ons land voor altijd gevangen willen houden in een internationaal verdrag, zelfs als rechters de tekst daarvan anders gaan interpreteren dan bij sluiting ervan in de bedoeling lag, handelen niet overeenkomstig maar in strijd met het internationale recht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het zou al heel wat zijn als alle aandacht die onze rechtsstaat momenteel waard wordt geacht ertoe mag leiden dat tal van drogredeneringen worden ontmaskerd. Lang niet alles dat onder verwijzing naar ‘de rechtsstaat’ tot taboe wordt verklaard, heeft daadwerkelijk met een rechtsstaat te maken. Natuurlijk is het van het grootste belang dat wij in een rechtsstaat leven, en dit dient ook zo te blijven. Dan is het wel goed eerst zuiver vast te stellen wat een rechtsstaat echt behelst. Meer daarover een volgende keer.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Patrick van Schie</em></strong><em> is historicus en directeur van de TeldersStichting, het onafhankelijke wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em><strong>Wynia’s Week is jarig! Bent u al donateur?</strong> Dan hopen wij dat u ook in dit nieuwe jaar weer meedoet. Kwam het er nog niet van, maar wilt u wel Wynia’s Week mogelijk maken? Dan hopen we dat u </em><strong><em>nu ook de stap</em></strong><em> zet. </em><strong><em>Doneren kan </em></strong><a href="https://www.wyniasweek.nl/doneren/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><em><strong>op verschillende manieren</strong></em></a><em> en zowel met een </em><strong><em>éénmalig</em></strong><em> bedrag als met een </em><strong><em>maandelijkse</em></strong><em> bijdrage. Hartelijk dank!</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/niet-alle-zorgen-van-prominenten-over-de-rechtsstaat-zijn-terecht/">Niet alle zorgen van ‘prominenten’ over de rechtsstaat zijn terecht</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-13-januari-2024.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-13-januari-2024-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-13-januari-2024-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-13-januari-2024.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-13-januari-2024-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2024/01/WW-Van-Schie-13-januari-2024-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Een rechtsstaat is geen rechters-staat. Rechterlijk activisme is juist een bedreiging voor de rechtsstaat</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/een-rechtsstaat-is-geen-rechters-staat-rechterlijk-activisme-is-juist-een-bedreiging-voor-de-rechtsstaat/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2023-12-23</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 23 Dec 2023 05:48:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Grondwet]]></category>
		<category><![CDATA[Rechtsstaat]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=52859</guid>

					<description><![CDATA[<p>‘De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.’ Aldus de korte, krachtige formulering van de preambule welke sinds 2022 aan de Nederlandse Grondwet is toegevoegd. Weinigen zullen er aanstoot aan nemen, liberalen al helemaal niet. Toch is het begrip ‘democratische rechtsstaat’ dat zo vaak wordt omarmd niet geheel onproblematisch. Volgens de leer van de [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/een-rechtsstaat-is-geen-rechters-staat-rechterlijk-activisme-is-juist-een-bedreiging-voor-de-rechtsstaat/">Een rechtsstaat is geen rechters-staat. Rechterlijk activisme is juist een bedreiging voor de rechtsstaat</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">‘De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.’ Aldus de korte, krachtige formulering van de preambule welke sinds 2022 aan de Nederlandse Grondwet is toegevoegd. Weinigen zullen er aanstoot aan nemen, liberalen al helemaal niet. Toch is het begrip ‘democratische rechtsstaat’ dat zo vaak wordt omarmd niet geheel onproblematisch.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens de leer van de <em>trias politica</em> berust de democratische legitimatie van onze wetgeving bij de Staten-Generaal, terwijl een onafhankelijke rechterlijke macht ervoor zorgt dat burgers zich rechtsstatelijk beschermd weten. Een rechter zal in individuele zaken onvermijdelijk moeten beoordelen hoe een noodzakelijkerwijs (en als het goed is) in algemene termen geformuleerde wet in het voorliggende specifieke geval dient te worden toegepast.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Rechter interpreteert ook verdragen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Zulke jurisprudentie creëert ook voor navolgende gevallen een rechtswerkelijkheid, maar in theorie tast dat de wetgevende bevoegdheid van het parlement niet aan. Indien de rechter wetgeving toepast op een manier die het parlement ongewenst acht, kan de wet worden gepreciseerd of herzien, desnoods worden geschrapt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo zou een evenwichtig samenspel tussen parlement en rechterlijke macht eruit moeten zien. Maar de rechter interpreteert eveneens een toenemend aantal verdragen en EU-richtlijnen of -akkoorden, mag zelfs wetten aan verdragen toetsen. Natuurlijk, daar heeft ons parlement veelal (in het geval van EU-richtlijnen niet altijd) mee ingestemd, maar wanneer een rechter daar een andere interpretatie aan geeft dan de democratisch gelegitimeerde wetgever bedoelde, is het bijna onmogelijk een verdrag of richtlijn nog te herzien. Daar zouden immers alle verdragspartijen of een meerderheid van de EU-lidstaten mee moeten instemmen. Iets dat op papier kan, maar in werkelijkheid nooit zal gebeuren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Het interpreteren van wat wet- en regelgeving, of een verdrag, in een concrete casus inhoudt, is uiteraard wat een rechter behoort te doen. De kwestie is: kijkt een rechter daarbij naar wat de wetgever of de verdragsluitende partij – het parlement – bij de totstandkoming van&nbsp; die wet of dat verdrag heeft beoogd of gaat hij zelf bezien hoe de wet of het verdrag gelet op ‘de maatschappelijke ontwikkelingen’ behoort te worden gelezen? Het eerste is zijn taak, bij het tweede gaat hij zijn boekje te buiten. Dan dringt de rechter het terrein van de wetgevende macht binnen. Dan raakt de trias uit balans.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit heet rechterlijk activisme. Het brengt de democratie in verdrukking. Want ongekozen ambtsdragers die aan niemand verantwoording hoeven af te leggen – rechters – beperken op deze manier de speelruimte voor kabinet en parlement, waarvan de leden verantwoording moeten afleggen respectievelijk wel gekozen zijn (en als zij herkozen willen worden ook aan de kiezers verantwoording zullen afleggen).</p>



<h2 class="wp-block-heading">Politieke kleur rechters is niet representatief</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Sommigen zeggen: rechters zijn neutraal. Dat horen ze inderdaad te zijn maar het betekent natuurlijk niet dat rechters geen politieke kleur hebben. En die kleur, zo is uit eerdere <em>Vrij Nederland</em>-onderzoeken gebleken, is behoorlijk onevenwichtig, volstrekt niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Rechters in ons land stemmen onevenredig vaak op D66 en GroenLinks; de VVD is enigszins en de confessionele partijen zijn zwaar ondervertegenwoordigd; de PVV zelfs in het geheel niet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nu hoeft dit er <em>misschien</em> nog niet toe te doen indien de rechters zich zouden beperken tot het bewaken van de klassieke grondrechten. Dat is wat liberalen willen en wat een kernelement van de rechtsstaat vormt: bescherming van de burgers tegen een te machtige en te indringende overheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Problematisch wordt het in ieder geval zodra rechters zich gaan uitspreken over wat op grond van de ‘sociale grondrechten’ geboden zou zijn. Traditioneel waren die sociale grondrechten minder ‘hard’, ze vormen eigenlijk een inspanningsoproep gericht aan de overheid. Wat dit concreet (moet) inhouden, dat is aan de wetgever. Niet aan een rechter. Het gaat om hoeveel een overheid moet doen, of moet laten!</p>



<p class="wp-block-paragraph">En om wat voor maatregelen al dan niet moeten worden genomen. Dat is typisch het terrein van de politiek, van de democratisch gelegitimeerde wetgever. En gegeven het feit dat rechters meer dan gemiddeld links stemmen, hoeft het niet te verbazen dat zij uitspraken doen die van de overheid (nog) méér optreden verlangen (bv. inzake migrantenopvang, stikstofbeleid, klimaatmaatregelen).</p>



<h2 class="wp-block-heading">Rechtsstaat moet werkingssfeer overheid beperken</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Kern van een rechtsstaat, ik herhaal het, is bescherming van burgers <em>tegen</em> een overheid. Een rechtsstaat dient de werkingssfeer van de overheid te <em>beperken</em>, <em>niet</em> te <em>verruimen</em>. Een rechtsstaat is geen rechters-staat. Rechterlijk activisme wordt veelal verdedigd onder verwijzing naar de rechtsstaat. Maar het ondermijnt de democratie en het bedreigt de vrije sfeer die burgers moeten kunnen blijven genieten ten opzichte van de overheid. Een rechterlijk activisme dat de overheid aanspoort tot (meer) beleid vormt een regelrechte bedreiging van democratie én rechtsstaat.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Patrick van Schie</em></strong><em> is historicus en directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme. Dit artikel </em><a href="https://assets-global.website-files.com/608652f7ca305dcf184dd274/6572dc63e02af50e5a82f067_ONLINE%20Liberaal%20Journaal%20RECHTSSTAAT%20TeldersStichting%20december%202023.pdf" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><em>verscheen onlangs</em></a><em> in het Liberaal Journaal van de TeldersStichting over ‘De rechtsstaat’.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Wynia’s Week is jarig! Bent u al donateur?</em></strong><em>&nbsp;Dan hopen wij dat u ook het komend jaar weer meedoet. Kwam het er nog niet van, maar wilt u wel Wynia’s Week mogelijk maken? Dan hopen we dat u&nbsp;<strong>nu ook de stap</strong>&nbsp;zet.&nbsp;<strong>Doneren kan&nbsp;</strong></em><a href="https://wyniasweek.us4.list-manage.com/track/click?u=cd1fbe814cacc472f38470314&amp;id=5f6035b29d&amp;e=93b53dd2f7" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>op verschillende manieren</em></strong></a><em>&nbsp;en zowel met een&nbsp;<strong>éénmalig</strong>&nbsp;bedrag als met een&nbsp;<strong>maandelijkse</strong>&nbsp;bijdrage. Hartelijk dank!</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/een-rechtsstaat-is-geen-rechters-staat-rechterlijk-activisme-is-juist-een-bedreiging-voor-de-rechtsstaat/">Een rechtsstaat is geen rechters-staat. Rechterlijk activisme is juist een bedreiging voor de rechtsstaat</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/12/PatrickvanSchie-23-12-23.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/12/PatrickvanSchie-23-12-23-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/12/PatrickvanSchie-23-12-23-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/12/PatrickvanSchie-23-12-23.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/12/PatrickvanSchie-23-12-23-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/12/PatrickvanSchie-23-12-23-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>De Eerste Kamer is evenals de Tweede Kamer in de greep van de partijleiders. Dat is dus dubbelop.</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-eerste-kamer-is-evenals-de-tweede-kamer-in-de-greep-van-de-partijleiders-dat-is-dus-dubbelop/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2023-03-11</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 11 Mar 2023 05:50:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Eerste Kamer]]></category>
		<category><![CDATA[Staatsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=41724</guid>

					<description><![CDATA[<p>Hoewel het dezer dagen veelvuldig verschijnen in de media en in het land van tal van fractievoorzitters uit de Tweede Kamer of andere partijleiders anders doet vermoeden, zal er na komende woensdag niets veranderen aan de samenstelling van de Tweede Kamer. Wat voor genoemde politici op het spel staat is hoe de Eerste Kamer eruit [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-eerste-kamer-is-evenals-de-tweede-kamer-in-de-greep-van-de-partijleiders-dat-is-dus-dubbelop/">De Eerste Kamer is evenals de Tweede Kamer in de greep van de partijleiders. Dat is dus dubbelop.</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Hoewel het dezer dagen veelvuldig verschijnen in de media en in het land van tal van fractievoorzitters uit de Tweede Kamer of andere partijleiders anders doet vermoeden, zal er na komende woensdag niets veranderen aan de samenstelling van de Tweede Kamer. Wat voor genoemde politici op het spel staat is hoe de Eerste Kamer eruit komt te zien. Sommige kandidaat-Eerste Kamerleden worden als ‘lijsttrekker’ gepresenteerd maar dat is natuurlijk flauwekul, want de kiezers kunnen helemaal niet op deze mensen stemmen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Aanstaande woensdag worden de leden van de twaalf Provinciale Staten gekozen. Het zijn de Statenleden die dan vervolgens bepalen wie er in de Eerste Kamer komen. De Eerste Kamer wordt dus ‘getrapt’ (indirect) gekozen; waarbij elk Statenlid geacht wordt netjes de lijst van de eigen partij goed te keuren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Soms gaat er nog wel eens wat ‘mis’ zoals toen een D66-Statenlid in 2011 een blauw schrijvende pen gebruikte om zijn stembiljet in te vullen; dat kostte zijn partij destijds een zetel in de Eerste Kamer (ook Statenleden moeten namelijk een rood potlood gebruiken, anders is het stembiljet ongeldig). Zelfs onze zogenaamd ‘professionele’ politici blijken soms verbluffend onkundige amateurs te zijn.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Weg is de roep ‘Weg met de Eerste Kamer’</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Vroeger hoorde je van de linkerzijde (van D66 via de PvdA tot de extreemlinkse partijen waaruit later GroenLinks werd opgebouwd) nogal eens de roep om de Eerste Kamer maar af te schaffen. Het was, zo werd daar beweerd, een elitair gezelschap dat ‘progressieve’ hervormingen slechts in de weg stond. Links ruimde die hindernis maar liever op. Daar hoor je ze bij GroenLinks en de PvdA tegenwoordig niet meer over, nu ze kansen ruiken hun kiezersaandeel van naar verwachting niet meer dan ongeveer één zesde in te kunnen zetten om het kabinet in een linkse worggreep te vangen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten tijde van het kabinet-Rutte 2 liet ook Halbe Zijlstra, als VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, zich door soortgelijke opportunistische overwegingen leiden: hij suggereerde de Eerste Kamer op te doeken. Het kabinet had immers (ook toen) geen meerderheid in die Eerste Kamer, en dat was maar lastig. Dit vormde mede de aanleiding tot instelling van de staatscommissie parlementair stelsel, oftewel de staatscommissie-Remkes. Deze staatscommissie bestempelde Tweede en Eerste Kamer gezamenlijk echter tot ‘het hart van onze democratie’.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Waarom een tweekamerstelsel</h2>



<p class="wp-block-paragraph">In de Scandinavische landen hebben de socialisten, toen zij daar in de naoorlogse jaren nog zowat de alleenheerschappij uitoefenden, overal de senaat afgeschaft. In deze landen bestaat het parlement uit slechts één kamer (unicameralisme). Wel zo simpel. Dat was voor de socialisten ook het motief: niet langer te worden gehinderd om hun eigen programma zo eenvoudig mogelijk door te kunnen drukken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit is precies waarom liberalen vanouds vóór een tweekamerstelsel zijn. Liberalen wantrouwen macht en daarom behoeft elke macht een tegenmacht. Voor een volksvertegenwoordiging geldt net zo goed als voor welke instantie ook dat zij niet kan worden geacht de opperste wijsheid in pacht te hebben. Bovendien kan een volksvertegenwoordiging zich laten leiden door de waan van de dag. Of door machtsfactoren in plaats van door inhoudelijke argumenten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze overwegingen brachten de Zwitsers-Franse liberale denker Benjamin Constant er meer dan twee eeuwen geleden toe Montesquieus <em>trias politica</em> – de scheiding der machten – te verfijnen. In zijn <em>Principes de politique </em>(1810) stelde Constant dat de wetgevende macht – het parlement – zelf eveneens diende te worden opgedeeld. In de ene kamer zouden dan de ‘vluchtige’ opinies – de <em>hypes</em> van de dag – aan bod komen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de andere kamer konden juist de meer bezonnen perspectieven voor de lange termijn een plek krijgen. Het ging er dus niet enkel om dat in die tweede kamer (in ons land de Eerste Kamer genoemd) de zaken nog eens dunnetjes werden overgedaan, het ging er tevens om dat de wetsvoorstellen met een andere blik zouden worden bekeken.</p>



<h2 class="wp-block-heading">De Eerste Kamer moet geen doublure zijn</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Wil een extra kamer (bij ons dus de Eerste Kamer) van toegevoegde waarde zijn, dan dient hij meer te zijn dan een doublure van de kamer waar het politieke primaat ligt (bij ons de Tweede Kamer). Naarmate politieke partijen meer grip hebben gekregen op de Kamerleden (en dat is uiteindelijk ook met Eerste Kamerleden gebeurd) en het stemmen ‘zonder last’ door fractiediscipline en binding aan regeerakkoorden is uitgehold, zijn beide Kamers meer op elkaar gaan gelijken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het zijn de partijtoppen die tegenwoordig in beide Kamers de dienst uitmaken. Dit geldt evenzeer voor het gros van de zogenoemde oppositiepartijen, omdat die steeds vaker de neiging zijn gaan vertonen bij politiek gevoelige onderwerpen <em>coûte que coûte</em> tegen te zijn tenzij ze een wetsvoorstel kunnen aangrijpen om hun eigen programma alsnog gerealiseerd te krijgen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vooral vanuit partijen die deelnemen aan een kabinet hoor je meestal dat de Eerste Kamer geen politiek moet bedrijven maar wetgeving louter behoort te beoordelen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Nu zou er zeker veel mee gewonnen worden indien de Eerste Kamer deze criteria veel strenger ging hanteren maar ook de senatoren ontkomen niet aan een politieke beoordeling van ontwerpwetten en regelgeving.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Eerste Kamer is in zijn hele bestaan <em>mede</em> een politiek lichaam geweest, niet alleen omdat er politici in zitten maar vooral omdat de beantwoording van vragen als ‘Wat is op langere termijn in het algemeen belang?’ en ‘Hoe verhoudt dit wetsvoorstel zich tot onze Grondwet?’ geen technische exercitie is maar een kwestie van politieke afweging van waarden en belangen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">De greep van politieke partijen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">In het verleden werd getracht de waarborg dat de Eerste Kamerleden wetgeving inderdaad met meer bezonnenheid zouden beoordelen te zoeken in ervaring of in deskundigheid, die dan bijvoorbeeld zou moeten blijken uit een hoogleraarschap. Nog steeds zijn Eerste Kamerleden gemiddeld ouder dan hun collega’s in de Tweede Kamer en bovendien zijn hoogleraren met 12 op 75 leden in onze huidige senaat ruimschoots vertegenwoordigd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar wanneer ook zij zich vrijwel steevast in de partijpas voegen, neemt de waarde van hun extra ervaring en inzichten af. Wat heb je er immers aan als een Eerste Kamerlid weet dat een wetsvoorstel inhoudelijk niet deugt, maar hij of zij er toch voor stemt omdat de partijtop of het kabinet dat van hem of haar verlangt? Dat geldt evenzo voor Eerste Kamerleden uit een ‘oppositiepartij’ indien zij alles afwegende tot het oordeel komen dat een voorgenomen wet wel in het algemeen belang is maar zij toch tegen stemmen puur om het kabinet dwars te zitten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De band tussen Eerste Kamerleden en politieke partijen zou losser moeten zijn. Dat vergt een cultuuromslag. Maar daar valt niet veel van te verwachten zolang de selectie voor de (volgende) kandidatenlijst in handen van de partijen is. En in vertegenwoordigende stelsels zijn politieke partijen niet (meer) weg te denken. Of toch?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Een alternatieve samenstelling van de Eerste Kamer</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Tien jaar geleden groef de Vlaamse historicus David van Reybrouck de methode van het antieke Athene op waar voor allerlei publieke functies geen verkiezingen werden gebruikt maar het lot besliste. Kort en goed stelde Van Reybrouck voor om te experimenteren met vertegenwoordiging van burgers in organen die door loting zouden worden samengesteld. Nu is het de vraag of je daarmee in de Eerste Kamer de langetermijnvisie inbrengt die Benjamin Constant (terecht) noodzakelijk achtte. Maar wel kun je op deze manier voorkomen dat partijen de kandidaten selecteren en dat partijbelangen het algemeen belang wegdrukken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">De Eerste Kamer zou een geschikt orgaan zijn om via loting willekeurige burgers een stem te geven in zoverre het een deeltijdambt betreft voor slechts 1 dag in de week. Veel burgers zullen hun gebruikelijke werkzaamheden kunnen combineren met een lidmaatschap van de Eerste Kamer, waarbij ze voor die ene dag een schappelijke vergoeding dienen te krijgen. Tegelijkertijd bestaat er geen gevaar dat zij om die vergoeding te behouden in de Kamer gaan stemmen overeenkomstig de wensen van het kabinet of een partij; hun herverkiezing is immers niet aan de orde. De volgende Eerste Kamer zal uit een nieuwe lichting gelote burgers bestaan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Aan loting kunnen twee nadelen zitten. Ten eerste kan het lot personen aanwijzen die apert níet voor volksvertegenwoordiger geschikt zijn (het huidige stelsel biedt overigens geen garantie dat elk Kamerlid geschikt is). De vijver aan ongeschikte gewone burgers is overigens minder groot dan menig politicus zal denken of beweren. De afstand tussen Kamerleden en burgers is in de loop der decennia kleiner geworden. Een meerderheid van de burgers is wanneer zij de tijd krijgen heus in staat de voors en tegens van een wetsvoorstel met elkaar te bespreken en vervolgens een eigenstandige afweging te maken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten tweede is bij loting de kans dat een burger ooit in zijn of haar leven tot Eerste Kamerlid wordt uitverkoren miniem. Dit kan tot desinteresse leiden, wanneer tal van burgers op geen enkele manier meer met de Eerste Kamer van doen hebben. Voor een democratie is het van groot belang dat burgers zich betrokken blijven voelen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Voorselectie door loting</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Beide euvels zijn te verhelpen door loting en verkiezingen te combineren. Men zou – bij wijze van voorbeeld – door loting 1.500 willekeurige burgers kunnen selecteren, waarmee een dwarsdoorsnede van de kiesgerechtigde bevolking wordt benaderd. Zij vormen dan de kandidaat-leden voor de Eerste Kamer; om niet alsnog een scheve verdeling te krijgen moet een burger slechts om zeer dwingende redenen zo’n kandidatuur kunnen weigeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Vervolgens kunnen alle kiesgerechtigde burgers uit deze 1.500 kandidaten de 75 Eerste Kamerleden kiezen. Van alle door loting aangewezen kandidaten wordt dan dus 1 op de 20 daadwerkelijk gekozen, en elke kandidaat zal de kiezers moeten laten weten wat zijn of haar ideeën over belangrijke thema’s zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Kandidaten die pertinente onzin uitkramen zullen op deze manier hopelijk weinig kans maken. Helemaal uitsluiten dat zij Kamerlid kunnen worden kan men zo niet, maar ook in het huidige stelsel blijken politici die onzin verkopen toch te kunnen worden gekozen. Deze Eerste Kamer zal dan inhoudelijk behoorlijk moeten worden ondersteund. Maar dat is voor de Tweede Kamer niet anders.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En de toets op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid? Kan die aan gewone burgers worden toevertrouwd? Hier kunnen de Raad van State en de Algemene Rekenkamer een adviserende rol vervullen. En waar het om uitvoerbaarheid gaat kan onze wetgeving alleen maar winnen door een beslissende stem in te brengen van burgers die weten hoe het er in de echte maatschappij aan toe gaat.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Eerst naar wat haalbaar moet zijn: senatoren in etappes kiezen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Het valt niet te verwachten dat een stelsel zoals hierboven besproken snel zal worden ingevoerd. Het druist namelijk in tegen het belang van <em>alle </em>politieke partijen, omdat die op deze manier hun macht over de samenstelling van de Eerste Kamer zullen kwijtraken. Wat voor burgers als toekomstmuziek kan klinken, vormt voor politieke partijen een niet te harden kabaal.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="3067971725" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Kansrijker is wellicht een wijze van verkiezing die door het vorige kabinet is omarmd in zijn reactie op de voorstellen van de staatscommissie-Remkes. En wel om niet, zoals nu, na de Provinciale Statenverkiezingen de hele Eerste Kamer ineens voor 4 jaar te kiezen maar terug te keren naar het in gedeeltes doen verkiezen van de Eerste Kamerleden. Dat hoeft niet te geschieden precies op de wijze waarop het vóór 1983 ging.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Je zou ook het systeem kunnen hanteren dat geldt voor de Amerikaanse Senaat. Dat wil zeggen: elke twee jaar wordt één derde van de Eerste Kamer vernieuwd met leden die ieder voor 6 jaar worden gekozen. Daarmee garandeer je enerzijds een langere zittingsduur en dus meer profijt van ervaring die een Eerste Kamerlid opdoet en anderzijds voorkom je dat de Eerste Kamer in nieuwe samenstelling een betere, want recentere, reflectie vormt van de kiezersvoorkeuren dan de Tweede. Dit laatste geeft alleen maar onduidelijkheid en dus gedoe over waar het politieke primaat zich bevindt.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Ten slotte</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Zolang in de wijze waarop de Eerste Kamer wordt gekozen blijft zoals ze is, zullen Provinciale Statenverkiezingen elke vier jaar worden ‘gekaapt’ door landelijke politici. De Statenverkiezingen blijven dan in wezen een massale opiniepeiling en de Eerste Kamer zal zich moeilijk kunnen ontworstelen aan zijn imago van doublure van de Tweede Kamer. Met als bijzonderheid dat de Eerste Kamer gedurende een deel van de tijd (wanneer deze Kamer het kortst geleden is gekozen) een betere afspiegeling vormt van de sentimenten in het land dan de Tweede Kamer, waar toch het politieke primaat ligt, of althans behoort te liggen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Op den duur is dit niet in het belang van de Eerste Kamer. En, belangrijker: evenwichtige besluitvorming in een stelsel van voldoende <em>checks and balances </em>is aldus onvoldoende gewaarborgd. Wie het algemeen belang en het functioneren van onze democratie ter harte gaat, behoort te blijven nadenken over een Eerste Kamer die is gebouwd op een in staatsrechtelijk opzicht gedegener grondslag.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Patrick van Schie</em></strong><em> is historicus en directeur van de liberale TeldersStichting.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De<strong>&nbsp;donateurs maken Wynia’s Week.&nbsp;</strong>U zorgt er als donateur voor dat ons onafhankelijke magazine twee keer per week en 104 keer per jaar kan verschijnen. Doneren kan op verschillende manieren, kijk&nbsp;</em><a href="https://wyniasweek.us4.list-manage.com/track/click?u=cd1fbe814cacc472f38470314&amp;id=d8aaea2584&amp;e=93b53dd2f7" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>HIER</em></strong></a><strong><em>.&nbsp;Hartelijk dank!</em></strong><em></em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/de-eerste-kamer-is-evenals-de-tweede-kamer-in-de-greep-van-de-partijleiders-dat-is-dus-dubbelop/">De Eerste Kamer is evenals de Tweede Kamer in de greep van de partijleiders. Dat is dus dubbelop.</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/03/PtrickvanSchie-11-3-23.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/03/PtrickvanSchie-11-3-23-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/03/PtrickvanSchie-11-3-23-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/03/PtrickvanSchie-11-3-23.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/03/PtrickvanSchie-11-3-23-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2023/03/PtrickvanSchie-11-3-23-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Overal ‘neoliberaal’ op plakken is ook een vorm van complotdenken</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/overal-neoliberaal-op-plakken-is-ook-een-vorm-van-complotdenken/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2022-10-01</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 01 Oct 2022 04:48:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Boeken]]></category>
		<category><![CDATA[Liberalisme]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=31762</guid>

					<description><![CDATA[<p>Pieter Heerma, CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, ging bij de jongste Algemene Beschouwingen enorm te keer tegen ‘het neoliberalisme’; en hij was bepaald niet het enige Kamerlid. SP-voorvrouw Lilian Marijnissen zag het allemaal glunderend aan. Eerder heb ik betoogd – in december 2013 in een artikel in S&#38;D, het tijdschrift van de aan de PvdA [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/overal-neoliberaal-op-plakken-is-ook-een-vorm-van-complotdenken/">Overal ‘neoliberaal’ op plakken is ook een vorm van complotdenken</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Pieter Heerma, CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, ging bij de jongste Algemene Beschouwingen enorm te keer tegen ‘het neoliberalisme’; en hij was bepaald niet het enige Kamerlid. SP-voorvrouw Lilian Marijnissen zag het allemaal glunderend aan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Eerder heb ik betoogd – in december 2013 in een artikel in <em>S&amp;D</em>, het tijdschrift van de aan de PvdA verbonden Wiardi Beckman Stichting; een klein jaar later samen met Martin van Hees en Mark van de Velde in het boek <em>Neoliberalisme: een politieke fictie</em>; en in <a href="https://www.wyniasweek.nl/eindigt-het-neoliberalisme-in-2020-of-heeft-het-nooit-bestaan/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">najaar 2020 in Wynia’s Week</a> dat dit neoliberalisme helemaal niet bestaat. Behalve dan als scheldwoord gebruikt door voornamelijk linkse mensen – maar inmiddels dus ook door CDA’ers als Pieter Heerma en Hugo de Jonge alsmede door bijvoorbeeld ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers – voor van alles en nog wat dat hen kennelijk niet aanstaat.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Complottheorie betreffende ‘neoliberalisme’</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Waarom bestaat het neoliberalisme niet als werkelijk <em>hedendaags</em> verschijnsel? Laat ik kort enkele hoofdargumenten geven. Ten eerste is er niemand die vandaag de dag zichzelf zo noemt; het woord wordt als gezegd gebruikt om anderen of om bepaalde andere ‘stromingen’ aan te duiden en meteen te diskwalificeren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten tweede maken degenen die het woord in de mond nemen, of opschrijven, zelden duidelijk wat zij ermee bedoelen. Het heeft steevast wel iets te maken met (‘doorgeschoten’) marktwerking, maar het schijnt eveneens achter de toegenomen regeldruk te zitten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deregulering én regulering; het kan kennelijk altijd aan ‘het neoliberalisme’ worden verweten. Het ‘neoliberalisme’ wordt verder beschuldigd van het terugdringen van overheidsinvloed maar eveneens van de verstrengeling van grote marktpartijen met de overheid (<em>crony capitalism</em>). De klachtenlijst is groot en uiteenlopend, en nogal eens zijn de klachten ronduit tegenstrijdig.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ten derde wordt er meestal een soort duistere samenzwering gesuggereerd, van machtige (zaken)lieden en wetenschappers die ons arme burgers aan de meedogenloze krachten van de markt willen uitleveren. Terwijl links alom klaagt over complotdenkers, al dan niet terecht, maakt menigeen daar én op de confessionele linkerflank zich door zelf een ‘neoliberaal’ fantoom te creëren volop schuldig aan zijn eigen vorm van complotdenken.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Nieuw boek over Nederlands ‘neoliberalisme’</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Onlangs verscheen het boek <em>Neoliberalisme. Een Nederlandse geschiedenis</em>, geschreven door Bram Mellink en Merijn Oudenampsen. Zij stellen bovenvermeld complotdenken te verwerpen. Daarom willen zij zich concentreren op concrete uitingen van ‘neoliberaal’ denken in ons eigen land.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toch wijzen zij al meteen de in 1947 opgerichte Mont Pelerin Society (MPS) aan als een centrum van waaruit sindsdien bewust de ‘neoliberale’ denkbeelden werden en worden verspreid. Belangrijk daarbij was volgens hen het boek <em>The road to serfdom</em> van Friedrich Hayek, de oprichter van de MPS. Zij duiden dit (qua oplage in ieder geval) succesvolle boek aan als een ‘schotschrift’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Zulke diskwalificerend bedoelde omschrijvingen voor publicaties van vermeende neoliberalen bezigen Mellink en Oudenampsen vaker in hun boek. Een aantal malen wordt bovendien het woordje ‘extremistisch’ toegevoegd, om te onderstrepen hoe verwerpelijk de lezer de beschreven ‘neoliberale’ denkbeelden behoort te vinden. Veel moeite om op objectief wetenschappelijke wijze te analyseren doen Mellink en Oudenampsen niet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De beide auteurs nemen wel afstand van de in ons land gebruikelijke neiging onder aanklagers van het neoliberalisme om dit ‘verschijnsel’ te omschrijven als van buitenaf geïmporteerd. Een van hun hoofddoelstellingen, zo beweren zij, is te laten zien dat het neoliberalisme diepe historische wortels in Nederland zelf heeft en dat er in ons land een eigen vorm aan is gegeven. De auteurs willen geen ‘abstract verschijnsel’ beschrijven maar zij willen ‘neoliberale netwerken’ in kaart brengen, door in te gaan op personen en instanties die in Nederland het neoliberale denken waren toegedaan.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Grabbelton</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Welk criterium hebben de auteurs dan gehanteerd om te bepalen of iemand tot een ‘neoliberaal netwerk’ behoort? We vernemen daarover niets. Wel stempelt het lidmaatschap van de genoemde Mont Pelerin Society iemand blijkbaar automatisch tot een neoliberaal (al omschrijven de leden ervan zichzelf gewoonlijk als klassiek-liberaal). En dat geldt eveneens voor het Nederlandse Comité ter Bestudering van Ordeningsvraagstukken dat ook kort na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Geleidelijk aan komen in het boek van Mellink en Oudenampsen meer en meer mensen langs die om onduidelijke redenen worden aangeduid als ‘neoliberaal’. Een kleine greep uit een (in het boek) almaar uitdijend gezelschap van Nederlanders: van de katholieke minister van Economische Zaken Jan van den Brink in de kabinetten-Drees (jaren vijftig) tot Willem Drees jr. (eerst als topambtenaar, later als DS’70-leider); van de Rotterdamse hoogleraar economie Lense Koopmans tot (PvdA’er, later minister voor de LPF) Eduard Bomhoff; van de diep-katholieke topambtenaar op Economische Zaken Frans Rutten tot aan de secretaris-generaal op Algemene Zaken Ad Geelhoed (lid van de PvdA); van de CDA-politici Ruud Lubbers en Onno Ruding via VVD’ers Frits Bolkestein en Gerrit Zalm tot en met LPF-voorman Pim Fortuyn en PVV-leider Geert Wilders (althans tot aan de bankencrisis).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook PvdA’ers als Arie van der Zwan en Rick van der Ploeg moeten, als we de auteurs mogen geloven, tot het neoliberale gezelschap worden gerekend. En, niet te vergeten, het wetenschappelijk bureau van het CDA, met inbegrip van ene Jan-Peter Balkenende (ja, de latere premier), alsmede het aan de VVD gelieerde wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme, de TeldersStichting.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De lijst met vermeende Nederlandse neoliberalen die de auteurs aandragen is lang. Bij alle diversiteit hebben bovengenoemde personen één ding inderdaad gemeen: zij hebben zichzelf nooit als ‘neoliberaal’ aangeduid.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Een door de overheid maakbare markt</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Voor auteurs Mellink en Oudenampsen maakt dat niet uit. Lang niet alle personen die het neoliberalisme ontwikkelden waren ‘doorgewinterde neoliberalen’, zo schrijven zij zelf. Blijkbaar kun je bijdragen aan het neoliberale denken zonder je ervan bewust te zijn dat je een neoliberaal bent. Dat kan dan als politicus maar ook als ambtenaar of als wetenschapper. Het ‘neoliberalisme’ wordt er al met al niet minder mysterieus van.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Anders dan tal van andere auteurs die het ‘neoliberalisme’ aanklagen proberen Mellink en Oudenampsen aan het begin van hun boek overigens wel het verschijnsel inhoudelijk af te bakenen. ‘Neoliberalen geloven in de grond van de zaak dat alleen een actieve overheid in staat is om het voortbestaan van de vrije markt te verzekeren.’ Zij geloven in een ‘door de overheid maakbare markt’ en beschouwen economen als beleidsadviseurs die de overheid daarbij kunnen adviseren. Deze ‘neoliberalen’ onderscheiden zich hierin van de klassiek-liberalen die geen actieve rol voor de overheid op de markt zien weggelegd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit type neoliberalisme dateert van de jaren vlak voor en vooral na de Tweede Wereldoorlog. De personen uit deze tijd waaraan het wordt toegeschreven meenden dat de Grote Depressie van de jaren dertig duidelijk had gemaakt dat de markt soms tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Om een crisis te doorstaan maar ook om te voorkomen dat monopolies en kartels de voor een goed functionerende markt broodnodige concurrentie om zeep zouden helpen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een enkeling onder de genoemde personen heeft inderdaad – in die tijd! – gespeeld met de gedachte zijn opvattingen aan te duiden als ‘neoliberalisme’. De Chicago-econoom Milton Friedman is zo iemand. Mellink en Oudenampsen halen dan ook gretig een essay uit 1952 aan waarin Friedman zich als neoliberaal presenteert. Maar anders dan zij suggereren was het verre van een algemeen aanvaarde naam. De meest gebezigde en zeer toepasselijke naam is: Ordoliberalisme. Dat dit soms ook wel met ‘neoliberalisme’ aangeduide verschijnsel heeft bestaan is geen nieuws; ook niet voor ondergetekende. Zowel in mijn <em>S&amp;D</em>-artikel als in het boek met mijn twee mede-auteurs uit 2014 is dit ‘Ordoliberalisme’ beschreven.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Etikettenplakkerij</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Hayek noch de Mont Pelerin Society heeft zichzelf echter ooit ‘neoliberaal’ genoemd. Toch wemelt het boek van Mellink en Oudenampsen van de zinsneden waarin dit wel wordt gesuggereerd, compleet met citaten. Daarmee wordt de indruk gewekt dat Hayek en zijn Mont Pelerin Society het etiket ‘neoliberaal’ wel degelijk zelf gebruikten. De oplettende lezer zal echter steeds zien dat de woord neoliberaal of neoliberalisme géén deel uitmaken van de citaten; zij staan niet <strong>in</strong> maar <strong>voor</strong> de aanhalingstekens.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze misleiding zou nog tot daaraan toe zijn indien de auteurs hun poging tot definitie van het neoliberalisme consequent hadden gehanteerd. Maar naarmate het boek vordert verschuift de impliciete inhoud van het neoliberalisme dat de auteurs als criterium hanteren. Algauw is élke voorstander van marktwerking zonder meer een ‘neoliberaal’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de jaren zestig komen daar bij de voorstanders van een zuinig opererende overheid; dit is de reden dat Drees jr. – als persoon en in zijn politieke opvattingen het toonbeeld van zulke zuinigheid – ineens ‘neoliberaal’ heette te zijn. In de jaren zeventig krijgt iedereen die zich verzette tegen het streven van Den Uyl en de zijnen om de overheid zich werkelijk overal mee te laten bemoeien, van de auteurs het etiket ‘neoliberaal’ opgeplakt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En zo gaan de auteurs maar door: van Lubbers cum suis die in de jaren tachtig de volstrekt uit de hand gelopen overheidsfinanciën op orde trachtten te brengen tot degenen die later bepaalde diensten wilden privatiseren of verzelfstandigen. Van economen uit de ‘public choice’-school – die stelt dat ook ambtenaren hun eigenbelang volgen, voorop de uitdijing van het apparaat dat zij onder zich hebben – via de voorstanders van het New Public Management – die stellen dat overheidsdiensten als een bedrijf dienen te worden gerund – tot aan libertariërs – een ideologische stroming die stelt dat ook veel kerntaken van de overheid – waarvan klassiek-liberalen vinden dat ze door de staat moeten worden verricht – beter door individuen en hun verbanden zelf kunnen worden uitgevoerd.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Gebrek aan historisch besef</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Duizelt het u al? Dat is dan volkomen terecht, want het Nederlandse ‘neoliberalisme’ van Mellink en Oudenampsen bestaat uit een brij van verschillende, maar door hen amper of geheel niet onderscheiden denkrichtingen en stromingen. Wanneer zij liberalen of libertariërs eronder scharen is het individualisme een kenmerk; wanneer zij christendemocraten (of hun voorlopers uit de KVP en de ARP) eronder scharen zijn ineens polderen en het corporatisme kenmerken van hetzelfde ‘neoliberalisme’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat het nuttiger is te onderkennen dat bijvoorbeeld het liberalisme of het (politiek) katholicisme zo hun eigen geschiedenis en ideologische wortels hebben, ontgaat de auteurs. Mellink en Oudenampsen geven er ook geen blijk van kennis te bezitten over hoe er in zulke stromingen werd gedacht, en dat de wortels ervan vaak heel wat verder terug reiken dan tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een voorbeeld vormt de bezitsvorming waarop de Katholieke Volkspartij (KVP) in de jaren vijftig hamerde. De auteurs zien hierachter de hand van het ‘neoliberalisme’, in een poging het socialisme de voet dwars te zetten. Geen moment refereren zij aan de oude traditie onder katholieke politici om <em>niet</em> in de overheid maar in de zelfwerkende maatschappelijke verbanden de kracht van een samenleving te zoeken. Ook beseffen zij blijkbaar niet dat privaat bezit al in het negentiende-eeuwse politiek-katholieke denken als een der hoekstenen van de samenleving gold.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Verborgen tweestrijd</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Mellink en Oudenampsen staren zich letterlijk blind op het ‘neoliberalisme’. Overal waar zij verzet zien tegen het uitbreiden van de overheidsmacht roepen zij: ‘neoliberalisme’! In hun obsessie met dit (vermeende) verschijnsel ontgaat hen de rijkdom en verscheidenheid achter alles dat zij met het etiket hebben getooid. Af en toe wisselen zij de benaming af met ‘conservatief’; een aanduiding die zij al evenmin nader omschrijven maar telkens opduikt als zij zich ergeren als iemand niet meeging met de zo mooie plannen die links voor de maatschappij in petto had.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="3067971725" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Is er dan niets dat het boek van Mellink en Oudenampsen de moeite waard maakt? Toch wel. Wie alle etiketten die de heren hebben zitten plakken verwijdert, of erdoorheen tracht te lezen, ontwaart een op zich niet onaardige beschrijving van de worsteling tussen Keynesianen en Hayekianen in Nederland, oftewel tussen voorstanders van (nog meer) overheidssturing in de economie en degenen die menen dat de markt veelal beter de wensen van de burgers kan bedienen. Het is lang niet allemaal nieuw, het had soms veel grondiger uitgediept kunnen worden – etiket eraf, inhoud erin! – maar al met al worden toch enkele alternatieve ideeën voor de verzorgingsstaat aan de vergetelheid onttrokken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zelf vond ik het leukst een aantal posters uit het eerste fotokatern ontleend aan het tijdschrift <em>Burgerrecht</em>. Deze posters beeldden vaak prachtig uit hoe een albemoeiende overheid burgers en bedrijven kan en zal verstikken. De auteurs zullen ze met minder waardering uit de archieven hebben opgediept…</p>



<h2 class="wp-block-heading">Tenslotte</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Mellink en Oudenampsen doen pogingen uit de jaren vijftig om ‘neoliberale’ ideeën te promoten af als ‘opzichtige intriges’ (p. 49). Hoe verhoudt zich dat tot hun eigen pogingen om hun boek vandaag de dag in de schijnwerpers te duwen?</p>



<p class="wp-block-paragraph">In augustus schreven beide auteurs een artikel in <em>De Groene</em> over Hayek, volgens hen dus dé man achter het internationale ‘neoliberalisme’. In dit artikel – en op de cover van het weekblad – omschrijven zij de wetenschapper van Oostenrijkse komaf als ‘de Lenin van het neoliberalisme’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor een gemiddelde <em>Groene</em>-abonnee is dat misschien geen belediging. Maar het gelijkstellen van de vriendelijke, bedaarde wetenschapper Hayek aan de ordinair op al zijn tegenstanders scheldende en de vooral bloeddorstige eerste dictator van de Sovjet-Unie getuigt of van kwade intenties óf van een onvoorstelbaar onbenul over wat Lenin in slechts een paar jaar heerschappij over Rusland en de andere gebieden waar het communisme toen reeds voet aan de grond kreeg aanrichtte. Aan economische ravage maar bovenal met moordpartijen en terreur bedreven door het Rode Leger en de Tsjeka (de voorloper van de KGB).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Niet alleen in ideologisch opzicht, ook als mens was Hayek een volstrekte tegenpool van Lenin. Maar wie het etiket ‘neoliberaal’ krijgt opgedrukt mág kennelijk niet deugen, ook als daarvoor met de feiten een loopje moet worden genomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Bram Mellink en Merijn Oudenampsen, <em>Neoliberalisme. Een Nederlandse geschiedenis. </em>Boom Uitgevers.</strong></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/overal-neoliberaal-op-plakken-is-ook-een-vorm-van-complotdenken/">Overal ‘neoliberaal’ op plakken is ook een vorm van complotdenken</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/09/VANSCHIE011022-neolib.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/09/VANSCHIE011022-neolib-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/09/VANSCHIE011022-neolib-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/09/VANSCHIE011022-neolib.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/09/VANSCHIE011022-neolib-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/09/VANSCHIE011022-neolib-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Voorkeursbeleid is het einde van de gelijke kansen</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/voorkeursbeleid-is-het-einde-van-de-gelijke-kansen/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2022-07-09</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 09 Jul 2022 05:52:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Gelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Liberalisme]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=28804</guid>

					<description><![CDATA[<p>Moet alles en iedereen gelijk zijn? Patrick van Schie laat zien dat gelijkheid niet per se het hoogste goed is. Veelvormig onderwijs is verre te verkiezen boven eenvormig onderwijs. En hoe zat het ook al weer met gelijke kansen (en gelijke uitkomsten)? Dit is het derde en laatste deel van mijn serie over ongelijkheid en [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/voorkeursbeleid-is-het-einde-van-de-gelijke-kansen/">Voorkeursbeleid is het einde van de gelijke kansen</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><em>Moet alles en iedereen gelijk zijn? Patrick van Schie laat zien dat gelijkheid niet per se het hoogste goed is. Veelvormig onderwijs is verre te verkiezen boven eenvormig onderwijs. En hoe zat het ook al weer met gelijke kansen (en gelijke uitkomsten)?</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit is het derde en laatste deel van mijn serie over ongelijkheid en het liberalisme. In <strong><a href="https://www.wyniasweek.nl/ongelijkheid-mag-best-maar-ongelijkheid-voor-de-wet-niet/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">deel 1</a></strong> gaf ik aan dat ongelijkheid vaak juist een uitdrukking is van ieders unieke eigen persoonlijkheid. Dit onderkennen betekent erkenning geven aan ieders eigen persoonlijkheid. Gelijkheid voor de wet is daarentegen voor liberalen wel essentieel. In <strong><a href="https://www.wyniasweek.nl/vermogen-behoort-niet-toe-aan-de-staat/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">deel 2</a></strong> maakte ik duidelijk dat een overheid niet het recht heeft vermogens te gaan herverdelen, alsof alle vermogens bij elkaar mogen worden geveegd en dan een collectief goed zouden vormen waarover politici vervolgens naar hun goeddunken kunnen beslissen. De overheid heeft door jarenlang een ‘fictieve vermogensrendementheffing’ te hanteren het particulier eigendomsrecht ernstig geschonden. Die schending behoort volledig te worden rechtgezet.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In <strong>deel 3</strong> richt ik mij op ‘kansengelijkheid’. De meeste liberalen zijn daar voor. Maar wat houdt het in? En hoe ver mag een overheid gaan om dit te bevorderen?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Consensus over kansengelijkheid?</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Kansengelijkheid is de laatste jaren onder politici enorm populair geworden. Het is ook een principe waar niemand tegen kan zijn. Geen politicus zal het in zijn hoofd halen te zeggen: ‘Nee hoor, ik vind dat sommige burgers meer en andere minder kansen moeten hebben.’ En voor burgers maakt het krijgen van gelijke kansen een belangrijke onderdeel uit van hun oordeel of de samenleving als rechtvaardig wordt ervaren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Mooi, zo’n consensus. Zou je zeggen. Maar dan is het misschien ook oppassen geblazen. Lang niet alles dat onder het mom van ‘kansengelijkheid’ wordt voorgesteld is wat het lijkt te zijn. Dat begint al met hoe wordt bepaald of er sprake is geweest van ongelijke kansen die zouden nopen tot maatregelen om die vermeende ongelijkheid te compenseren. Veel politici, zeker aan de linkerkant, presenteren ongelijkheden in uitkomsten automatisch als indicatoren voor kansenongelijkheid. Daarvan kán sprake zijn geweest maar dat is lang niet altijd het geval.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Gezond leven kan goedkoop</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Neem de levensverwachting. Die is statistisch gezien onder mensen met lage inkomens beduidend lager dan onder mensen met hoge inkomens. Bedenk overigens dat achter deze statistieken grote individuele verschillen schuil gaan. Iemand die van zijn ouders genen erft met een hoog risico op vroegtijdige sterfte zal dat met de erfenis aan pecunia niet ongedaan kunnen maken. Wat niet wegneemt dat de gemiddeld lagere levensverwachting iets is om nader naar te kijken. Wonen mensen met lagere inkomens vaker naast vervuilende fabrieken? Dan is dat aanleiding die vervuiling aan te pakken; en natuurlijk niet alleen voor zover het minder welgestelde inwoners raakt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Of eten en leven mensen uit lagere inkomensgroepen vaker ongezond? Uit tal van onderzoeken blijkt dat zij – gemiddeld genomen! – veel meer ongezonde vetten nuttigen, minder groenten en fruit eten, veel vaker roken en minder vaak bewegen. Nogal wat politici denken dat hier beleid op moet worden gemaakt. Maar anders dan voorlichting geven – en bijna iedereen weet heus wel dat elke dag pizza eten en roken ongezond is – valt er redelijkerwijs niet veel aan te doen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Mensen die ongezond leven zijn geen slachtoffer. Zij maken eigen keuzes en dragen een eigen verantwoordelijkheid. Gezond leven hoeft ook niet duur te zijn. Seizoensgroenten zijn de goedkoopste vormen van voedsel, kraanwater kost veel minder dan frisdrank of bier, niet-roken is vele malen goedkoper dan roken, en wandelen of fietsen kost helemaal niets maar levert een enorme gezondheidswinst op.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het subsidiëren van voedingswaren of het verstrekken van ‘gratis’ sportpassen is dus niet nodig om gelijke kansen op gezondheid te bevorderen. Zulke middelen creëren eerder ongelijkheid tussen de gesubsidieerde cliëntèle en de burgers die er (net) niet voor in aanmerking komen. Of de gesubsidieerde ‘armen’ zelf echt beter af zijn is nog maar zeer de vraag. Zij worden afhankelijk gemaakt en bevoogd in plaats van behandeld als volwassen en verantwoordelijke burgers. Die overigens, net als iedereen, natuurlijk het recht hebben te kiezen voor een ongezonde levensstijl. Wie dat lekkerder vindt mág ongezond eten verkiezen boven groenten en fruit; hij of zij mag op de bank blijven zitten in plaats van te gaan wandelen. Wie dat aangenamer vindt moet zo’n leven kunnen leiden in de wetenschap dat het zijn kans verkleint op om een hoge leeftijd te bereiken. Al blijven ook dat statistieken; over individuele gevallen zeggen die niet alles.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Kinderen en kansengelijkheid</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Wat ik hierboven schreef over eigen verantwoordelijkheid geldt niet voor jonge kinderen, laat staan baby’s. Daarom voegde ik ook het woord ‘volwassen’ aan burgers toe. Wanneer een baby meteen wordt volgestopt met ongezonde etenswaren kan het kind daar niets aan doen maar kan er al veel voor later worden verpest. De vraag is hoe ver een overheid kan en mag gaan om hier iets aan te doen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De uiterste consequentie van het bieden van volledig gelijke kansen aan eenieder ongeacht de familieachtergrond is het zo spoedig mogelijk weghalen van kinderen na hun geboorte en ze in staatsgestichten groot brengen. Dat zorgt inderdaad voor zo gelijk mogelijke kansen – nog niet voor gelijke uitkomsten, omdat ieder kind een eigen aard en eigen talenten behoudt – maar ook voor de gegarandeerd meest ellendige uitkomsten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Behalve enkele communisten zal hopelijk niemand een zo vergaande emotionele en geestelijke verarming en mishandeling van kinderen bepleiten. Het zou ook een onaanvaardbare schending van de veiligheid van het huisgezin zijn, waarop slechts bij bewezen gevallen van kindermishandeling thuis ten behoeve van het kind mag worden ingebroken.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Soms compenseert de natuur</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Erkend moet worden dat ook als we kansengelijkheid willen bevorderen die niet wordt gemeten aan de hand van uitkomsten, er grenzen zijn aan wat een overheid kan en mag doen. Dat het ene kind van jongs af aan wordt gestimuleerd te lezen en zich ook anderszins breed te ontwikkelen terwijl een ander kind thuis slechts desinteresse ontmoet en lamlendigheid om zich heen ziet, zorgt zeker voor een ongelijke stimulans. Een school zal dit slechts ten dele kunnen verhelpen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We zullen ons bij deze beperkte mogelijkheden tot correctie neer moeten leggen omdat&nbsp; het ‘geneesmiddel’ – inmenging van de staat in het gezin en staatsbevoogding – veel erger is dan de kwaal. Maar gelukkig zorgt de natuur hier soms voor compensatie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Menig kind dat in een gespreid bedje belandt gaat het té goed en mist door het uitblijven van tegenslagen tijdens de jeugd het vermogen om later in het leven met zulke tegenslagen om te gaan. Terwijl kinderen die ondanks een weinig stimulerende omgeving thuis zelf met hun talenten vooruit willen komen, zich zo een ijzeren wil met doorzettingsvermogen vormen welke vaak cruciaal is voor succes zowel op school als later in het leven.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Ontplooiing van <em>eigen</em> talenten</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Bovenstaande waarschuwingen laten onverlet dat ook vrijwel alle liberalen kansengelijkheid wensen te bevorderen. De plaats om dat vorm te geven is het onderwijs. Daar moeten kinderen ongeacht hun achtergrond gelijke kansen krijgen om hun talenten te ontwikkelen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is een liberale denker die deze ontplooiingsgedachte het eerst heeft uitgewerkt. De Duitse liberale filosoof en latere onderwijsminister van Pruisen Wilhelm von Humboldt (1767-1835) schreef in 1792: ‘Het ware doel van de mens […] is de hoogste en meest harmonieuze ontplooiing van zijn krachten tot een compleet en consistent geheel. Vrijheid is de eerste en meest onmisbare voorwaarde die zo’n ontplooiing mogelijk maakt; maar daarnaast is essentieel – nauw verbonden aan vrijheid – een variëteit aan situaties. Die diversiteit is het gevolg van vrijheid.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze woorden bevatten voor het onderwijs tevens de sleutel tot succes. Kinderen moeten allemaal op school zekere kernvaardigheden aanleren – voorop: lezen, schrijven en rekenen – en gemeenschappelijke kennis opdoen – zoals geschiedenis en basale kennis over de staatsinrichting van het eigen land. Maar zij moeten dit zoveel mogelijk op eigen niveau kunnen doen en daarnaast moeten zij de kans krijgen om hun <em>eigen</em> individuele talenten te ontwikkelen. Daarbij past een onderwijs dat de diversiteit aan talenten recht doet en ruimte biedt aan veelvormigheid.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Toetsen is eerlijk</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Linkse onderwijshervormers en politici hebben het tegendeel gedaan en daarmee veel schade aangericht. Zo hebben zij aan het einde van de basisschool het toetsen van wat kinderen kennen en kunnen minder belangrijk gemaakt omdat dit zo ‘zielig’ zou zijn voor de tere kinderzieltjes. Daardoor kreeg het advies van de onderwijzers meer gewicht en werd vaak zelfs doorslaggevend. Maar die adviezen kunnen erg subjectief zijn en, zo blijkt, in de praktijk in het nadeel uitvallen van kinderen uit een sociaaleconomisch ‘lager’ milieu.</p>



<p class="wp-block-paragraph">‘Ach, Henkie’s ouders hebben ook niet doorgeleerd, dus hij kan wel naar het vmbo’, is maar al te vaak over deze leerlingen geoordeeld als zij hun toetsen beter maakten. Daartegenover hebben goed opgeleide en vooral mondige, om niet te zeggen brutale, ouders het schooladvies van hun kind in veel gevallen ‘omhoog’ weten te praten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Testen en toetsen zijn ‘blind’ voor het sociaaleconomisch milieu waar een kind uit komt. Ze kennen het geslacht of de kleur van het kind evenmin. Toetsen van kennis en vaardigheden doet dus het meeste recht aan wat een kind kan en heeft geleerd. Wie een eerlijk schooladvies wil met zo gelijk mogelijke kansen moet aan toetsen dus méér gewicht toekennen, niet minder. Alleen indien de toets-resultaten in groep 8 aantoonbaar afwijken van wat eerdere toetsen over het kind hebben laten zien, zou er nog bij uitzondering van af mogen worden geweken.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Geen dodende uniformiteit op de middelbare scholen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dan volgt het secundair onderwijs. In de jaren zeventig hebben de socialisten onder aanvoering van Onderwijsminister Van Kemenade verwoede pogingen gedaan om een middenschool in te voeren, één school waar alle kinderen naar toe zouden moeten in plaats van scholen naar gelang ieders niveau. Die poging van het middelbaar onderwijs een eenheidsworst te maken is destijds mislukt. Maar het streven is helaas allerminst verdwenen. De gebruikte terminologie is anders maar met het uitstellen van de schoolkeuze en het steeds maar verder oprekken van de gemeenschappelijke ‘brugklassen’, zoals aanbevolen door linkse politici en de Onderwijsraad, wordt hetzelfde beoogd: uitwissen van elk verschil.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de leeftijd van 12 tot 15 jaar weet inderdaad lang niet elk kind wat het (later) wil. Maar veel kinderen weten al wel (enigszins) in welke richting hun interesses gaan, en zeker ook in welke níet. Bovendien is veelal reeds duidelijk waar de individuele talenten misschien wel liggen en welke er duidelijk minder aanwezig zijn. Onderwijs dat kinderen gelijke kansen biedt om hun verschillende talenten nader te verkennen en te ontwikkelen, dient méér op hun verschillen te worden toegesneden in plaats van eenvormiger te worden gemaakt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daag intellectuele uitblinkers uit met onderwijs op eigen niveau en omgeven door medeleerlingen die elkaar in hun leergierigheid kunnen stimuleren. Bied leerlingen die handig zijn en plezier beleven aan knutselen en mooie dingen maken de kans deze talenten te ontwikkelen in plaats van hun leerplezier te bederven met elementen van algemene ontwikkeling waar zij verder niets aan hebben en die bij hen slechts weerzin tegen onderwijs teweeg brengen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="3067971725" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Goed secundair onderwijs is veelvormig onderwijs. Niet iedereen hoeft hetzelfde te doen of alles op eenzelfde niveau te volgen. Integendeel. Zoek aansluiting bij wat een individuele leerling uitdaagt. Dat vergt zeker het nodige van leerkrachten. Maar het haalt het beste in leerlingen naar boven. En dat beste verschilt. Die verschillen mogen er zijn, moeten er kunnen zijn. Pas wanneer iedere leerling de eigen unieke talenten kan ontwikkelen, kun je zeggen dat het onderwijs gelijke kansen heeft geboden.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Quota creëren ongelijke kansen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Voor het tertiair onderwijs geldt hetzelfde. Ik zal dit niet uitwerken maar mij aan het slot richten op de fase daarna, op het werk. Daar worden zogenaamd om gelijke kansen te bevorderen nogal eens quota ingesteld voor vrouwen en (etnische) minderheden om hun (al dan niet vermeende) achterstelling in het verleden recht te trekken. Quota bieden echter geen gelijke kansen maar houden in dat mensen uit de doelgroepen worden voorgetrokken en, kort gezegd, blanke mannen worden gediscrimineerd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hiermee wordt niemand recht gedaan. Blanke mannen krijgen minder kansen, soms zelfs geen enkele kans. Personen die tot de zogenoemde ‘voorkeursgroepen’ behoren worden evenmin beoordeeld op hun persoonlijke geschiktheid maar gereduceerd tot één voor de baan zelden relevant kenmerk. Het is beledigend voor de vrouw of de persoon uit een aangewezen ‘minderheid’ dat zij of hij kennelijk niet in staat werd geacht op eigen kracht voor de baan in aanmerking te komen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het instellen van quota of het voeren van een ‘voorkeursbeleid’ creëert hoogst ongelijke kansen. Soms wordt een schijnbaar gematigde variant gehanteerd. Dan wordt bij gelijke geschiktheid de voorkeur gegeven aan bijvoorbeeld een vrouw. Maar dat is onzin want geen twee kandidaten voor een functie zijn verder in alle opzichten gelijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Als de uiteindelijke keuze gaat tussen twee vrouwen of tussen twee mannen zal er ook een grond zijn om voor één van beiden te kiezen. Precies hetzelfde motief behoort doorslaggevend te zijn wanneer de uiteindelijke keuze is tussen een vrouw en een man.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Gelijke kansen gedijen bij variëteit</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Daarmee komen we terug op de kern van de zaak. Werkelijk gelijke kansen bieden houdt in dat recht wordt gedaan aan de verschillen tussen individuen. Zodat eenieder op zijn of haar eigen individuele kwaliteiten wordt beoordeeld. Quota en de <em>woke</em>-ideologie reduceren individuen tot elementen in groepen. Dan wordt niet langer gekeken naar wie iemand zelf werkelijk is maar wordt deze persoon in een hokje geduwd. Mensen van vlees en bloed tellen dan niet meer, zij verdwijnen in dorre statistieken.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het bieden van gelijke kansen op individuele ontplooiing, zo maakte de liberaal Von Humboldt eind 18<sup>e</sup> eeuw reeds duidelijk, vergt daarentegen dat er ruimte wordt geboden aan een zo groot mogelijke variëteit.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em><a href="https://www.wyniasweek.nl/author/patrickvanschie/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">Patrick van Schie</a> </em></strong><em>is directeur van de TeldersStichting. Hij publiceert regelmatig in Wynia’s Week over liberalisme in de 21<sup>ste</sup> eeuw.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Wynia’s Week wordt mogelijk gemaakt door de donateurs</em></strong><em>. Mogen we u noteren? Doneren kan </em><a href="https://www.wyniasweek.nl/doneren/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>HIER</em></strong></a><em>. Hartelijk dank!</em></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/voorkeursbeleid-is-het-einde-van-de-gelijke-kansen/">Voorkeursbeleid is het einde van de gelijke kansen</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/07/VANSCHIE-Ongelijkheid3-090722.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/07/VANSCHIE-Ongelijkheid3-090722-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/07/VANSCHIE-Ongelijkheid3-090722-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/07/VANSCHIE-Ongelijkheid3-090722.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/07/VANSCHIE-Ongelijkheid3-090722-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/07/VANSCHIE-Ongelijkheid3-090722-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Vermogen behoort niet toe aan de staat</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/vermogen-behoort-niet-toe-aan-de-staat/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2022-06-25</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 25 Jun 2022 05:52:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Liberalisme]]></category>
		<category><![CDATA[Ongelijkheid]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=28337</guid>

					<description><![CDATA[<p>Twee weken geleden gaf ik in het eerste deel van mijn kleine serie over ongelijkheid aan dat mensen van elkaar verschillen, en vooral ook dat zij van elkaar moeten mógen verschillen. Wanneer zij verschillende keuzes maken, geraken zij logischerwijze in een ongelijke situatie. Daarom is ongelijkheid als zodanig helemaal niet onrechtvaardig maar juist een erkenning [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/vermogen-behoort-niet-toe-aan-de-staat/">Vermogen behoort niet toe aan de staat</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><em>Twee weken geleden gaf ik in </em><a href="https://www.wyniasweek.nl/ongelijkheid-mag-best-maar-ongelijkheid-voor-de-wet-niet/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><em>het eerste deel van mijn kleine serie</em></a><em> over ongelijkheid aan dat mensen van elkaar verschillen, en vooral ook dat zij van elkaar moeten mógen verschillen. Wanneer zij verschillende keuzes maken, geraken zij logischerwijze in een ongelijke situatie. Daarom is ongelijkheid als zodanig helemaal niet onrechtvaardig maar juist een erkenning van de eigen persoonlijkheid van mensen. Ongelijkheid voor de wet dient echter wel uit den boze te zijn.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>In dit tweede deel ga ik in op de momenteel veel besproken vermogensongelijkheid. Zijn mensen die meer vermogen hebben vergaard asociaal wanneer zij dit niet delen met mensen die minder of geen vermogen hebben? Of liggen de zaken ook hier heel wat genuanceerder?</em></p>



<h2 class="wp-block-heading">Sparen maakt verschil</h2>



<p class="wp-block-paragraph">‘Vijf mythes over vermogensongelijkheid ontkracht’, bazuint het wetenschappelijk bureau van GroenLinks op zijn website. De aan GroenLinks gelieerde wetenschappers laten enkele <em>infographics</em> zien die ‘het probleem van de vermogensongelijkheid’ in één oogopslag duidelijk moeten maken. ‘Beelden zeggen immers meer dan woorden’, staat op de site te lezen. Het eerste plaatje moet aantonen dat de rijkste 10% van Nederland 43% van al het spaargeld bezit. Als dat nou niet onrechtvaardig is….</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar het zegt natuurlijk helemaal niets. Een eenvoudig voorbeeld kan dit duidelijk maken. Neem twee mensen met exact hetzelfde inkomen, en verkerend in hetzelfde type huishouden. De een spaart elke maand € 250,- en de ander maakt zijn of haar salaris elke keer schoon op. Dan heeft de eerste persoon na twintig jaar € 60.000,- bij elkaar gespaard (voor zover althans de vermogensrendementheffing dit bedrag niet heeft aangetast) terwijl de tweede geen enkel vermogen heeft opgebouwd. Wat is er aan deze ongelijkheid onrechtvaardig? De persoon zonder vermogen had er ook voor kunnen kiezen een deel van zijn salaris te sparen. Hij of zij heeft een andere keuze gemaakt, wat natuurlijk prima is. Maar deze persoon verkeert dan door die <em>eigen</em> keuze wel in een andere vermogenspositie.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Sparen is niet alleen voor de ‘rijken’</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Typisch voor een VVD’er, zal ik nu krijgen tegengeworpen: ‘de onderkant’ [het woord alleen al] kán helemaal niet sparen. Nu zal ik de laatste zijn om te ontkennen dat sparen voor de een makkelijker is dan voor de ander.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar zoals er enerzijds mensen met een fors inkomen zijn die aan het einde van de maand toch niets overhouden, of die zelfs schulden op schulden stapelen – en heeft zo iemand het recht zich na twintig jaar te beklagen dat hij in de schulden zit? –, zo zijn er in de lage inkomensgroepen statistisch gezien onevenredig veel mensen die stevig roken. Ook dat is hun eigen keuze, zolang anderen maar van de rook verschoond kunnen blijven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een pakje sigaretten kost momenteel algauw minstens € 8,-. Wie een pakje per dag rookt had zich door dat niet te doen € 240,- per maand kunnen besparen, of afhankelijk van het merk zelfs anderhalf keer zoveel. Ook talloze mensen met een laag inkomen hadden na twintig jaar sparen dus € 60.000,- (of meer) aan spaargeld kunnen bezitten. En dan hadden zij nog een betere gezondheid gehad ook.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Liberalen vinden dat mensen zelf moeten weten waaraan zij hun geld besteden, als het althans hun eigen eerlijk verdiende geld is. Maar indien mensen verschillende keuzes maken voor wat betreft de vraag of zij alles meteen spenderen dan wel een deel van hun inkomen opzij zetten, is er niets oneerlijks aan hun op den duur ongelijke vermogenspositie.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Met statistieken wordt veel gegoocheld</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Toch kwalificeren tal van politici vermogensongelijkheid zonder meer als ‘een groot probleem’ (PvdA) en als ‘onrechtvaardig’. Zo ook bijvoorbeeld het quasi-liberale D66 dat het overheidsbeleid voortdurend op vermogenseffecten wil evalueren om te kunnen ‘bijsturen’ wanneer ‘het overheidsbeleid niet toereikend is om de vermogensongelijkheid te reduceren’.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Simpele statistieken zeggen echter niets. Het genoemde voorbeeld met sparen toont aan dat er niet alleen verschillen ontstaan wanneer mensen verschillende keuzes maken maar ook door het voortschrijden der jaren. Een oudere heeft gemiddeld genomen veel meer gelegenheid gehad om te sparen dan een jongere, en warempel: ouderen zíjn in ons land ook veel vaker vermogend dan jongeren. Dat is even ‘onrechtvaardig’ als dat jongeren gemiddeld genomen harder kunnen lopen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor wie denkt dat dit een flauwe opmerking is: maar liefst 40% van de ongelijkheid in vermogen in Nederland laat zich verklaren door verschillen in leeftijdsgroepen. Veruit de meeste Nederlanders zijn (financieel) ‘arm’ – naar Nederlandse maatstaven – op het moment dat zij de volwassen leeftijd bereiken; menigeen zal pas in de loop der tijd enig vermogen (kunnen) opbouwen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Er zijn meer redenen waarom ‘beelden’ met statistieken soms een heel verkeerde voorstelling van zaken geven. Worden pensioenaanspraken in de cijfers meegenomen (ik schreef het de vorige keer al) of worden die weggelaten (zoals het geval is in de Nederlandse statistieken)? Wanneer die wel zouden worden verwerkt dan zou het vermogensaandeel van de rijkste 1% Nederlanders al direct met eenderde dalen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wordt er rekening gehouden met de omvang van het huishouden? Ook dat maakt nogal uit: het vermogen van meerpersoonshuishoudens is meestal beduidend hoger dan dat van éénpersoonshuishoudens. Lang niet alle alleenstaanden zijn dat uit eigen keuze, maar als het geen eigen keuze is, is het niet zo dat bepaalde vermogenscategorieën daar meer kans op maken dan andere. In nogal wat gevallen is het wel of geen relatie hebben overigens niet eens een constante factor in iemands leven.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Vermogen is geen ‘collectief’ bezit</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Een bekende uitspraak luidt: er zijn drie soorten leugens: gewone leugens, verdomde leugens en statistieken. Dat wil niet zeggen dat statistieken waardeloos zijn, maar wel dat ermee kan worden gegoocheld. Je moet steeds weten wat er precies in een statistiek is verwerkt, en wat niet!, voordat je er iets zinnigs over kunt zeggen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En dan nog; constateren dat er ongelijkheid in vermogen is houdt niet in dat dit verschil onrechtvaardig is. Wanneer mensen op een eerlijke manier hun vermogen hebben opgebouwd of verworven, wat is er dan oneerlijk aan dat de een meer heeft dan de ander? De taal die vooral in linkse kringen gebezigd wordt spreekt boekdelen. Daar heeft men het over de ‘verdeling’ van het vermogen. Alsof de vermogens behoren tot een collectief goed, en het aan politici en ambtenaren is dit zo gelijkmatig mogelijk over de burgers te verdelen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar (bijna) alle vermogen is van oorsprong particulier. Overheden kunnen er slechts aan komen door lasten op te leggen aan burgers, verenigingen en bedrijven. Dergelijke dwang kan worden uitgeoefend voor taken die werkelijk in het algemeen belang zijn. Maar welk recht heeft een overheid om te bepalen dat vrijwillig tot stand gekomen overeenkomsten en de daaruit voortvloeiende vermogensposities anders moeten worden ‘verdeeld’? En dat burgers die eerlijk een vermogen hebben opgebouwd dat onvrijwillig (deels) moeten afstaan?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Eigendom is een fundamenteel mensenrecht</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens de liberale filosoof John Locke was de legitimiteit van het staatsgezag gelegen in het aan burgers verzekeren van hun ‘Lives, Liberties and Estates, which I call by their general Name: Property’. Het was zijns inziens niet aan de wetgevende macht (of aan welke overheidsinstantie ook) zich aan de eigendommen van burgers te vergrijpen. ‘Whenever the Legislatures endeavor to take away, and destroy the Property of the People […] they put themselves into a state of War with the People, who are thereupon absolved from any further Obedience.’ Politici die gaan herverdelen gaan hun boekje te buiten, en verspelen op die manier de (rechts)grond van hun gezag, aldus Locke.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo dacht men ruim drie eeuwen geleden, zal menigeen tegenwerpen; tegenwoordig wordt hier ‘moderner’ over gedacht. Maar wat níet veranderd is: (bijna) alle eigendommen zijn van particuliere origine. En wat zelfs versterkt is: het eigendomsrecht is in grondwetten en verdragen vastgelegd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) luidt: ‘Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht.’</p>



<p class="wp-block-paragraph">Is herverdelen in het algemeen belang? Is het niet juister te stellen dat met herverdeling specifieke groepen burgers worden begunstigd en wel direct ten koste van andere groepen burgers? Betracht een staat die zo handelt nog wel neutraliteit ten opzichte van de burgers? Of creëert hij aldus grove rechtsongelijkheid?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Illegale heffing op fictief rendement</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De Nederlandse staat is eerder dit jaar door de Hoge Raad op de vingers getikt wegens de schending van het in het EVRM gegarandeerde mensenrecht op eigendom. Met de fictieve vermogensrendementheffing heeft de Belastingdienst jarenlang het eigendom aangetast van spaarders die hun vermogen niet belegden maar bij wie de staat, en een meerderheid van ons parlement, bewust deed alsof dit wel het geval was.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo werd een rendement belast dat er niet was, en waarvan politici en belastingambtenaren donders goed wisten dat het er niet was. De Belastingdienst krijgt immers van alle spaarders de tegoeden bij de banken door, zodat het precies bekend is welke ‘vermogende’ belastingplichtigen uitsluitend of grotendeels sparen en hoeveel – of beter uitgedrukt: hoe weinig – rente zij daarop hebben ontvangen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toch weten alleen de getroffenen die bezwaar tegen de fictieve vermogensrendementheffing hebben aangetekend, al zeker dat zij geld zullen terugkrijgen. De grote meerderheid die geen bezwaar maakte, waarschijnlijk omdat zij dacht dat dit zinloos zou zijn, moet maar afwachten of en in hoeverre de staatssecretaris en de Tweede Kamer het haar aangedane onrecht gaat rechtzetten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat er verschil zou worden gemaakt is reeds onverteerbaar omdat burgers mensenrechten hebben ongeacht of zij bij schending ervan bezwaar maken of niet. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat een overheid censuur instelt voor burgers die de moeite niet nemen om naar de rechter te stappen om uitingsvrijheid te kunnen (blijven) uitoefenen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Schending rechtzetten kan niet afketsen op kosten</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De aarzeling om het onrecht voor alle gedupeerde spaarders recht te zetten berust op de kosten. Nog zo’n vreemd argument want als een mensenrecht van een burger is geschonden, mag het zo snel mogelijk ongedaan maken daarvan niet worden nagelaten omdat dit ‘te duur’ is.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Tweede Kamer heeft in een breed ondersteunde motie aangegeven dat in ieder geval de ‘kleine spaarders’ tegemoet moeten worden gekomen. Dat oogt sympathiek, maar het maken van onderscheid tussen ‘kleine’ en ‘grote’ spaarders die even onterecht zijn aangeslagen voor nooit ontvangen rendement op hun vermogen creëert rechtsongelijkheid. Het is alsof de politie wel zonder gerechtelijk huiszoekingsbevel een villa mag doorzoeken, omdat het toch slechts ‘rijke’ burgers zijn. Dat kan natuurlijk niet in een rechtsstaat.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Linkse politici staan al klaar met plannen om de ‘kosten’ van een tegemoetkoming – hoe ruim of kleinzielig ook – te verhalen op de ‘vermogenden’. Die zouden dan dus een sigaar uit eigen doos krijgen. Bedenk wel: wat kosten zijn vanuit het oogpunt van de staat waren gelden waar deze staat om te beginnen nooit recht op had. Het zou dan beter zijn wanneer de staat de tering eens naar de nering ging zetten.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Tellen planten meer dan mensen?</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Alle politieke gekronkel om onder het vonnis van de Hoge Raad uit te komen, en om een geschonden mensenrecht goed te maken, is des te opmerkelijker omdat veel politici, zeker ter linkerzijde, altijd star vasthouden aan rechterlijke uitspraken over door de politiek te nemen maatregelen in verband met stikstof of klimaatakkoorden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hebben planten in ons land meer rechten dan burgers? Misschien vinden de Partij voor de Dieren en D66 dat. Planten en mensen zijn inderdaad niet gelijk. Maar hopelijk beseffen politici in meerderheid dat rechten van burgers zwaarder behoren te wegen dan die van planten.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Patrick van Schie</em></strong><em>&nbsp;is directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft op uitnodiging van Wynia’s Week regelmatig over liberalisme in de 21<sup>ste</sup>&nbsp;eeuw. Eerdere afleveringen vindt u&nbsp;</em><a href="https://www.wyniasweek.nl/author/patrickvanschie/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>HIER</em></strong></a><strong><em>.</em></strong></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/vermogen-behoort-niet-toe-aan-de-staat/">Vermogen behoort niet toe aan de staat</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-25-6-22.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-25-6-22-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-25-6-22-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-25-6-22.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-25-6-22-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-25-6-22-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Ongelijkheid mag best, maar ongelijkheid voor de wet niet</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ongelijkheid-mag-best-maar-ongelijkheid-voor-de-wet-niet/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2022-06-11</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Patrick van Schie]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 11 Jun 2022 05:51:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Gelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Liberalisme]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.wyniasweek.nl/?p=27328</guid>

					<description><![CDATA[<p>Alom klinken klachten dat de ongelijkheid groeit. Maar zelfs als dit waar zou zijn, is dat dan altijd erg? Een maatschappij met volstrekt gelijke mensen die allemaal gelijke wensen hebben, dát zou pas een schrikbeeld zijn. Lang niet alle ongelijkheid is verkeerd. Maar ongelijkheid voor de wet moet wel uit den boze zijn, betoogt Patrick [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ongelijkheid-mag-best-maar-ongelijkheid-voor-de-wet-niet/">Ongelijkheid mag best, maar ongelijkheid voor de wet niet</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><em>Alom klinken klachten dat de ongelijkheid groeit. Maar zelfs als dit waar zou zijn, is dat dan altijd erg? Een maatschappij met volstrekt gelijke mensen die allemaal gelijke wensen hebben, dát zou pas een schrikbeeld zijn. Lang niet alle ongelijkheid is verkeerd. Maar ongelijkheid voor de wet moet wel uit den boze zijn, betoogt Patrick van Schie in een eerste artikel tegen de heersende gelijkheidsdrang.</em></p>



<h2 class="wp-block-heading">Het gelijkheidsfetisjisme</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Op zoek naar een meerderheid ook in de Eerste Kamer voor de bijstelling van haar financiële plannen is de coalitie ook bij de fractievoorzitters van PvdA en GroenLinks langs gegaan. Die stelden als ‘absolute voorwaarde’ aan eventuele steun: ‘Het kabinet moet ongelijkheid fundamenteel bestrijden.’ Inmiddels hebben beide linkse partijen het kabinet laten weten dat het naar hun steun kan fluiten.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Natuurlijk is het niets nieuws dat linkse partijen meer gelijkheid nastreven, en wel in de vorm van (nog) meer nivellering. De roep om meer gelijkheid klinkt echter veel breder in de politiek. Coalitiepartij D66 acht het bijvoorbeeld essentieel om ‘gelijke kansen’ te bevorderen; en wie zou daar nou tegen kunnen zijn?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het probleem bij D66 is echter dat zodra daar een ongelijkheid qua situatie wordt waargenomen, die partij meteen de conclusie trekt dat er ‘dus’ geen gelijke kansen zijn geweest. Zelfs in sommige niet-linkse partijen klinkt inmiddels geregeld de roep om ongelijkheid <em>coûte que coûte</em> te bestrijden.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Is ongelijk wel onrechtvaardig?</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De media zwepen deze sentimenten flink op. De zeer bemiddelde journalisten Sander Schimmelpenninck, Jeroen Pauw en Joris Luyendijk buitelden afgelopen jaar zowat over elkaar heen om hun schuldbesef af te kopen met programma’s of boekjes vol klachten over de vreselijke ongelijkheid die in ons land zou bestaan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Kim Putters, scheidend directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, mocht onlangs in een aantal tv-programma’s een afscheidsboekje toelichten waarin hij de ‘structurele ongelijkheid’ als een van onze voornaamste problemen aanwees. Sprak hij hier als wetenschapper of eerder als prominent PvdA-lid?</p>



<p class="wp-block-paragraph">In al deze gevallen wordt ongelijkheid automatisch als een probleem aangewezen. Ongelijkheid is ‘niet acceptabel’, stelde Attje Kuiken direct nadat zij tot PvdA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer was gekozen. ‘Ongelijk = onrechtvaardig’, roepen linkse politici en media in koor.</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="6482869211" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Opmerkelijk genoeg blijft deze bewering meestal onbestreden. Misschien zijn degenen die het niet met de bewering eens zijn beducht voor ‘asociaal’ te worden uitgekreten? Áls er al kanttekeningen bij de alarmerende geluiden over ongelijkheid worden geplaatst, dan is het meestal om aan te geven dat het met de ongelijkheid wel meevalt.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Vaak worden appels met peren vergeleken</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Nu is het ook goed om niet alle beweringen over feitelijke ongelijkheid meteen voor waar over te nemen. Wanneer we het bijvoorbeeld hebben over vermogensongelijkheid – hét mikpunt tegenwoordig voor links, in navolging van hun hedendaagse goeroe Piketty – dan is het wel van belang te weten of pensioenaanspraken wel of niet in de cijfers zijn meegenomen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat maakt namelijk nogal verschil. De meeste mensen in loondienst hebben een ‘stille reserve’ in de vorm van hun pensioenaanspraken, die vaak niet als vermogen worden geteld terwijl ze dat wel zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook is het bijvoorbeeld van belang te weten of ouderen simpelweg worden vergeleken met jongeren. Die laatsten hebben veelal nog geen vermogen kunnen opbouwen maar gaan dat vaak nog wel doen. Voordat je het weet is er sprake van een vergelijking van appels met peren.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Maar mensen verschillen, en dat is maar goed ook</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dat laatste punt brengt ons meteen bij de kern van de zaak. Mensen verschillen van elkaar, in tal van opzichten. Zij verschillen in karakter, in belangstelling, in ijver, in mate van voorzichtigheid en voorzienendheid, en ga zo maar voort. Gelukkig maar. Ik weet niet of er hier in Nederland (nog) mensen zijn die blij worden bij het zien van gelijkvormige massa’s die marcheren langs de leiders van landen die gelijkheid prediken, zoals in Rood-China en Noord-Korea nog volop gebeurt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Meer mensen zullen in ons land waarschijnlijk – en hopelijk – toch de mening huldigen dat mensen zich moeten kunnen ontplooien naar hun eigen aard en aanleg, een opleiding moeten kunnen volgen die hun werkelijke belangstelling heeft en hun leven zoveel mogelijk naar eigen voorkeuren en inspanningen vorm moeten kunnen geven.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Wie diversiteit wil moet mensen vrij laten</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Als zij dat (kunnen) doen, wanneer burgers dus de vrijheid wordt gelaten zoveel mogelijk zichzelf te zijn en hun eigen dingen te doen, dan bloeit… het verschil. Wie <em>echte</em> diversiteit wil moet deze niet van bovenaf opleggen maar doet er goed aan mensen zoveel mogelijk vrij te laten. Ja, de een zal dan meer verdienen dan de ander, omdat zijn of haar beroep schaarser is of omdat de een meer uren werkt dan de ander.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het kan ook zo zijn dat mensen heel graag bij een tv-programma een bepaalde presentator zien; ja zelfs dat zij daarbij de voorkeur geven aan Sander Schimmelpenninck. Mijn keuze hoeft immers niet die van anderen te zijn. Wie als presentator meer gewild is, wie ‘beter in de markt’ ligt, kan een hogere vergoeding bedingen. De eerder genoemde journalisten hebben er zelf nooit blijk van gegeven daar vies van te zijn.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Er is meer dan geld alleen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Vreemd genoeg wordt juist in kringen waar men (publiekelijk) te keer gaat tegen ‘geldzucht’ en ‘economisme’ (Jesse Klavers lelijke bijdrage aan de Nederlandse taal) nauwelijks erkend dat er meer is in het leven dan het financiële aspect. Dat wie lange dagen (en avonden) maakt aan de Zuidas misschien wel meer krijgt bijgeschreven op zijn bankrekening maar niet per se gelukkiger is dan iemand die een minder jachtig bestaan in een plattelandsdorp verkiest. En dat het allebei prima is zolang het eigen keuzes zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat een vrouw die zich richt op de opvoeding van haar eigen kinderen en met haar echtgenoot afspreekt dat hij (het merendeel van) het huishoudinkomen inbrengt, niet ongeëmancipeerd is maar gewoon haar zelfgekozen levensinvulling volgt. En dat iemand met een eigen onderneming of zelfstandig beroep misschien niet altijd het meeste verdient maar zijn of haar beloning ontvangt in de vorm van het kunnen volgen van een eigen passie. Dat we dat moeten respecteren, ja waarderen.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>



<h2 class="wp-block-heading">Gelijk belonen kan hoogst oneerlijk zijn</h2>



<p class="wp-block-paragraph">De meeste Nederlanders vinden dat werken mag lonen. Wie meer uren maakt mag (natuurlijk) meer verdienen dan wie zich met dezelfde werkzaamheden minder uren bezig houdt. Wie per uur twee keer zoveel tomaten plukt als een ander mag ook evenredig meer verdienen. Zo niet in de socialistische logica.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Maar wat is er eerlijk aan dat iemand die de kantjes ervan afloopt evenveel vangt als iemand die zich echt inspant? Of wat is er eerlijk aan dat iemand die slechts het hoognodige doet evenveel verdient als iemand die de verantwoordelijkheid voelt dat het bedrijf zo goed mogelijk loopt, en die daarnaar handelt?</p>



<p class="wp-block-paragraph">    <script async src="https://pagead2.googlesyndication.com/pagead/js/adsbygoogle.js"></script>
    <ins class="adsbygoogle" data-ad-client="ca-pub-1798243564608352" data-ad-slot="8473891437" data-ad-format="auto" data-full-width-responsive="true"></ins>
    <script>(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});</script>
    </p>



<p class="wp-block-paragraph">Filosoof Jurriën Hamer springt hier de nivelleerders bij. Hij valt in zijn publicaties het begrip ‘verdienste’ aan. Dat de een harder werkt dan de ander zou niet zijn of haar verdienste zijn. De luie of onwillige [<em>mijn</em> aanduidingen] collega kan er ook niets aan doen dat hij of zij minder werkt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat een klaploper net zo beloond zou moeten worden als de harde werker, zal er bij heel veel mensen niet in gaan. Gelijke beloning bij ongelijke prestatie wordt over het algemeen juist als hoogst <em>on</em>rechtvaardig ervaren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het ís ook onrechtvaardig naar degene die zich meer inspant. Die inspanningen worden dan immers niet gewaardeerd. Gelijke beloning ongeacht de mate waarin iemand zich inzet werkt ontmoedigend. Gelijk loon naar ongelijke inzet is bovendien schadelijk voor het bedrijf, ja voor de economie als geheel.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Welke verschillen wil links zoal compenseren?</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dit brengt ons terug bij het gegeven dat mensen ongelijk zijn. Zij zijn unieke wezens. Zelfs een eeneiige tweeling is niet geheel identiek. En naarmate mensen ouder worden en meer eigen keuzes in het leven hebben kunnen maken, groeit de – spontane! – diversiteit. Dat mensen van elkaar verschillen, en mogen verschillen, is allereerst goed voor henzelf. Een keurslijf doet niemand goed, behalve wellicht een volstrekt ziel- en kleurloos wezen. Een keurslijf doet ook niemand recht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit neemt niet weg dat er ‘onverdiende’ verschillen zijn die soms voordelen opleveren welke lang niet iedereen kan genieten. Zo is wetenschappelijk vaak vastgesteld dat lange mensen – in ieder geval lange mannen – meer aanzien genieten dan hun kleinere medemensen. Of zij dat extra aanzien ook <em>verdienen</em> is vers twee.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Evenzo wordt niet ieders uiterlijk gelijk gewaardeerd. Er zijn mensen die mooier worden gevonden dan andere. Daar hebben zij niets voor hoeven doen, maar zij vinden eenvoudiger een partner, worden (al dan niet terecht) eerder geloofd, en zo meer. Of zij overigens gelukkiger zijn, is maar de vraag.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En wat zouden we aan verschil in lengte of (vermeende) schoonheid moeten doen? Moet er voorrangsbeleid komen voor kleine of voor als ‘lelijk’ beschouwde mensen? Is het niet beter de schouders op te halen dan jaloers te worden? En om de eigen kwaliteiten en zegeningen te tellen?</p>



<h2 class="wp-block-heading">Tegen toekenning door links van privileges aan ‘zielige’ groepen</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Dit wil allemaal niet zeggen dat álle ongelijkheid maar aanvaard moet worden. Als liberaal ga ik uit van individuen die uniek, en dus ongelijk zijn. En ik verlang dat deze individuen hun leven zoveel mogelijk naar eigen voorkeur kunnen inrichten. Daarop hebben zij allemaal een gelijk recht. De ene burger mag niet meer vrijheid verlangen dan welke medeburger ook.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De grens aan ieders vrijheid is waar de vrijheid van een ander in het gedrang komt. Ongeacht wie die ander is wiens vrijheid in de knel komt. Ieder heeft een gelijk recht op vrijheid en de grenzen die daaraan moeten worden gesteld dienen voor iedereen gelijk te zijn. Kortom: elke burger dient gelijk te zijn voor de wet. Privileges zijn uit den boze. Rechtsgelijkheid moet gewaarborgd zijn.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Moeten vrouwen later AOW krijgen dan mannen?</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Natuurlijk zijn er bijzondere omstandigheden waarin het maken van onderscheid door een overheid wel geoorloofd moet zijn. Zo is het redelijk dat het recht op door de staat bekostigd initieel onderwijs slechts tot aan een zekere leeftijd wordt gegeven; binnen die leeftijdscategorie mag echter geen onderscheid worden gemaakt. Wel naar type onderwijs, wat aansluit bij het kind in kwestie, maar niet of er een recht op onderwijs als zodanig is.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ditzelfde geldt voor een ouderdomsvoorziening. Gegeven het stelsel dat een burger op grond van gevorderde leeftijd aanspraak kan maken op AOW, doet het geen afbreuk aan de rechtsgelijkheid daar een leeftijdsgrens aan te stellen. In beginsel zal iedere burger ongeacht andere kenmerken daar namelijk ooit aanspraak op kunnen maken. Al weten we dat dit in zoverre een fictie is dat sommige burgers daar genetisch gezien meer kans op maken en er langer van zullen kunnen genieten dan andere.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wie de ongelijkheid in daadwerkelijk genoten AOW-gerechtigde jaren wil wegnemen, zou de AOW moeten afschaffen. Of zou, als hij zich zo graag op statistieken beroept, ten minste de leeftijd waarop vrouwen AOW krijgen hoger moeten leggen dan die voor mannen. Vrouwen worden namelijk gemiddeld genomen nog altijd een paar jaar ouder en genieten nu dus langer AOW.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Links strooit met nieuwe privileges</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Ik hoor de verontwaardiging al uit linkse hoek. En voor alle duidelijkheid: het is niet míjn pleidooi een verschil aan te brengen in de AOW-gerechtigde leeftijd; het is een verschil dat logischerwijs juist zou moeten worden gemaakt door al diegenen die statistische ongelijkheden in uitkomsten onaanvaardbaar vinden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Of maken zij soms verschil tussen <em>wie</em> er wordt achtergesteld? Is achterstelling van zogenaamd ‘witte’ heteroseksuele mannen voor links ineens geen probleem? Geldt een discriminatieverbod bij linkse mensen alleen voor wie tot de door hun uitverkoren groepen behoren? Links strooit zo met nieuwe privileges. Die schending van de rechtsgelijkheid moet door liberalen, en door iedereen die wérkelijk om de rechtsstaat geeft, ten principale worden bestreden.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>Patrick van Schie</em></strong><em> is directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft op uitnodiging van Wynia’s Week regelmatig over liberalisme in de 21<sup>ste</sup> eeuw. Eerdere afleveringen vindt u </em><a href="https://www.wyniasweek.nl/author/patrickvanschie/" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><strong><em>HIER</em></strong></a><strong><em>.<br><br></em></strong></p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/ongelijkheid-mag-best-maar-ongelijkheid-voor-de-wet-niet/">Ongelijkheid mag best, maar ongelijkheid voor de wet niet</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-11-6-22.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-11-6-22-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-11-6-22-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-11-6-22.jpg" width="600" height="340" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-11-6-22-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2022/06/PatrickvanSchie-11-6-22-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
	</channel>
</rss>
