<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
>

<channel>
	<title>Herman Vuijsje, auteur op Wynia&#039;s Week</title>
	<atom:link href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/author/hermanvuijsje/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link></link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 17 Dec 2019 08:47:29 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.4</generator>
	<item>
		<title>Maar hoe zit het met het allochtoon racisme?</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/maar-hoe-zit-het-met-het-allochtoon-racisme/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2019-10-12</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/maar-hoe-zit-het-met-het-allochtoon-racisme/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Herman Vuijsje]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 12 Oct 2019 07:14:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://sypwynia.dev.webheads.nl/?p=765</guid>

					<description><![CDATA[<p>Hoe valt de wederopleving van racismekritiek , te verklaren? En hoe kunnen we begrijpen dat die opvattingen door zovelen worden overgenomen of zelfs enthousiast omhelsd? Niet vanwege een explosie van racistische incidenten. In Engeland zijn sinds 1975 tientallen moorden met een racistische achtergrond gepleegd. In Duitsland woedde een debat over de vraag of er sinds [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/maar-hoe-zit-het-met-het-allochtoon-racisme/">Maar hoe zit het met het allochtoon racisme?</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph">Hoe valt de wederopleving van racismekritiek , te verklaren?
En hoe kunnen we begrijpen dat die opvattingen door zovelen worden overgenomen
of zelfs enthousiast omhelsd?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Niet vanwege een explosie van racistische incidenten. In Engeland zijn sinds 1975 tientallen moorden met een racistische achtergrond gepleegd. In Duitsland woedde een debat over de vraag of er sinds de Duitse hereniging ruim zestig of meer dan achthonderd racistische moorden hebben plaatsgevonden. In 2013 stelde Die Zeit het aantal op 152.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In Nederland zijn uit de afgelopen decennia vier moorden met
een racistische achtergrond bekend. In 1976 werd de Turk Ibrahim Uysal in een
Amsterdamse gracht geduwd. Hij verdronk. De in 1983 vermoorde Kerwin Duinmeijer
was van Antilliaanse afkomst, maar de kinderrechter achtte een racistisch
motief niet bewezen. Wel werden in 1989 drie Rotterdamse vrouwen doodgestoken.
De dader was een Surinamer wiens blanke vriendin het had uitgemaakt en die uit
wraak zo veel mogelijk blanke vrouwen wilde doden. Deze daad bracht het aantal
racistische moorden op vier.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook het aantal overige racistische geweldsincidenten is naar
Europese maatstaven laag, en toont bovendien een gestage daling. Volgens het
laatste rapport van ECRI, de instantie die racisme monitort in de landen van de
Raad van Europa, telde Nederland in 2009 het laagste aantal geweldsincidenten
sinds de metingen begonnen, vijftien jaar tevoren. De enige gewelddadige botsing
tussen etnische groepen deed zich voor in 2009 in Culemborg. Molukse en
Marokkaanse jongeren raakten daar slaags, waarbij gewonden vielen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook bij antisemitische incidenten zijn vooral jonge
Marokkanen betrokken, constateert onderzoeker Leo Lucassen. Deze incidenten
&#8216;hangen sterk samen met het conflict in Israël en Palestina.&#8217; Zo werden bij
anti-Israël-demonstraties hakenkruisen meegevoerd, portretten van Bin Laden en
Hitler, en spandoeken met &#8216;Zes miljoen was niet genoeg&#8217; en &#8216;Joden de zee in&#8217;.
In 2002 moesten joden in Amsterdam vluchten voor fysieke bedreiging en werd het
&#8216;joodse&#8217; hotel Krasnapolsky belaagd met stenen, flessen en fietsen. Voor het
eerst sinds de oorlog werd opgeroepen om joden te vergassen, anders dan op
voetbaltribunes. Dit keer was de kreet gericht aan het adres van echte joden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">&#8216;Mensen verbergen weer hun Mageen David, hun davidsster,
orthodoxe Joden dragen een pet over hun keppel en sommigen hebben zelfs de
mezoezah van hun buitendeur gehaald. Joden duiken weer een beetje onder, willen
opnieuw niet meer zo opvallen,&#8217; zei Hans Vuijsje bij zijn afscheid als
directeur van Joods Maatschappelijk Werk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Jongerenrabbijn Menachem Sebag vertelde in de Volkskrant hoe
een van zijn kinderen wekenlang bang was, nadat een Arabier voor hun huisdeur een
snijgebaar langs zijn keel maakte. Een Marokkaanse jongen kwam met een
schroevendraaier op zijn eveneens joods-orthodoxe vrouw af: &#8216;Ik steek je hart
eruit.&#8217;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Intussen maken autochtone Nederlanders zich nauwelijks
schuldig aan antisemitisme. Daardoor is het aantal antisemitische incidenten in
Nederland vergeleken met andere landen heel laag.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Racistische incidenten komen in Nederland dus voor, maar het
zijn niet de &#8216;witte&#8217; Nederlanders die daarvoor verantwoordelijk zijn. Doet zich
dan een opvlamming van racistische denkbeelden voor, die de herleving van de
racisme-scare kan verklaren? Ook op dit punt wijst onderzoek op het tegendeel.
Bij het laatste Europese Waardenonderzoek (2012) vond 95 procent van de
Nederlanders dat je als immigrant volwaardig meetelt in de samenleving &#8211; het
hoogste percentage van de 46 onderzochte landen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Moeten je voorouders de nationaliteit van het land hebben om
je een echte inwoner van dat land te kunnen noemen? Van de Britten vond een
derde dat &#8216;heel belangrijk&#8217;. De Nederlanders vonden de vraag alleen al
belachelijk en eindigden helemaal onder aan de lijst van de 46 landen: slechts
5 procent vond die voorouderkwestie heel belangrijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onderzoek van het SCP bevestigt deze cijfers. Sinds de
eeuwwisseling is het percentage Nederlanders dat vindt dat er teveel
vreemdelingen in Nederland wonen, gestaag gedaald. Zeventig procent van de
autochtone Nederlanders vindt het goed dat een samenleving bestaat uit
verschillende culturen. Ook vindt tachtig procent van de Nederlanders dat hun
land vluchtelingen moet helpen, het op een na hoogste percentage van de 28 EU-landen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens de laatste &#8216;Eurobarometer&#8217; van de Europese Unie
vindt 95 procent van de Nederlanders het aangenaam &#8216;(&#8216;comfortable&#8217;) een
immigrant als vriend te hebben, ook weer het op een na hoogste percentage van
de 28 lidstaten. Zeventig procent vindt dat immigranten een positieve invloed
hebben op de samenleving, een vijfde plaats op de ranglijst.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook is het modieuze antisemitisme van voor de oorlog weggeëbd;
over joden wordt tegenwoordig niet vrijmoediger gesproken dan over Limbo&#8217;s of
Tukkers. Opnieuw met uitzondering van bepaalde groepen allochtonen: meer dan de
helft van de Nederlandse moslims vindt joden niet te vertrouwen, bleek in 2008
uit onderzoek.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dat allochtonen niet gevrijwaard zijn van racistische en
discriminatoire ideeën blijkt ook uit berichten uit Amsterdam-Zuidoost, het
kleurigste deel van de stad. De daar wonende Ghanezen hebben een donkerder huid
dan hun Surinaamse buren. Advocaat Don Ceder herinnert zich van zijn jeugd in
de Bijlmer dat Surinaamse jochies Ghanese schoolgenootjes uitscholden voor bokoe,
zoiets als &#8216;zwartjoekel&#8217;. Rapper Akwasi, ook van Ghanese komaf, heeft dezelfde
ervaring. Zelfs een Surinaamse juf noemde hem zo in de klas. Bokoe is daar het
meest gebruikte scheldwoord. Niet &#8216;Piet&#8217;&#8230;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Even verderop, in Amsterdam-Zuid, durven orthodoxe joden
niet meer met keppel over straat uit angst voor &#8216;microagressies&#8217; van
moslimjongeren. Niet alleen als we kijken naar racistische incidenten, maar ook
waar het gaat om racistische denkbeelden en uitingen, blijken de meeste daarvan
voor te komen onder immigrantengroepen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En de overheid? Zijn er in het Nederlandse regeringsbeleid
aanwijzingen te vinden voor een angstvallig pogen om de raciale zuiverheid van de
Nederlandse natie veilig te stellen? Als je het immigratiebeleid van de
afgelopen decennia bekijkt, zou je eerder tot de tegenovergestelde conclusie
komen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De massale toestroom van niet-westerse immigranten kreeg
voor het grootste deel zijn beslag in periodes van economische recessie, waarin
naar laaggeschoolde arbeid weinig vraag bestond. Hun komst in de jaren zeventig
en tachtig werd niet ingegeven door arbeidsmarkt-overwegingen, constateren Leo
en Jan Lucassen in hun boek Vijf eeuwen migratie, maar was te danken aan
genereuze regelingen voor gezinshereniging en gezinsvorming. Belangrijkste
trekpleister van deze &#8216;massa-immigratie&#8217; was de toegang tot het Nederlandse
stelsel van sociale verzekeringen. Een &#8216;in de geschiedenis unieke
constellatie&#8217;, aldus de Lucassens. Pas in 2004 werden de regels voor migratiehuwelijken
aangescherpt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze gastvrijheid voor mensen met een andere etnische
achtergrond heeft er ook toe geleid dat in Nederland ruim 350.000 mensen van
Surinaamse afkomst wonen (eerste en tweede generatie), terwijl Suriname zelf
een kleine 600.000 inwoners telt. Geen ander land ter wereld nam een hoger
aandeel op van de bevolking uit een voormalig wingewest.</p>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>De gelukkigste kinderen ter wereld</strong></h2>



<p class="wp-block-paragraph">Hoe denken allochtonen er zelf over? Hoe zijn hun ervaringen
met racisme? Van de Syriërs, de grootste groep immigranten van de laatste
jaren, voelt bijna tachtig procent zich thuis in ons land. Bijna twee derde
heeft minstens wekelijks contact met Nederlandse vrienden of kennissen. Hun
leven beoordelen ze gemiddeld met een 8,5. Bijna alle Syrische kinderen voelen
zich thuis en een derde van de ouders geeft het leven van hun kinderen een
tien.</p>



<p class="wp-block-paragraph">NRC Handelsblad volgde een groep Syrische vluchtelingen. Zij
ondervinden veel problemen: negentig procent heeft nog een uitkering, veertig
procent kampt met psychische problemen en velen zijn gefrustreerd over het
gedwongen nietsdoen en de onbegrijpelijke bureaucratie. Maar over racisme
klagen zij niet. &#8216;We worden nooit gediscrimineerd,&#8217; zegt een van hen. Een ander
kreeg ‚‚n keer op school iets onaardigs te horen over Syriërs. &#8216;Die jongen
heeft daarna sorry gezegd.&#8217;</p>



<p class="wp-block-paragraph">In 2011 bleek uit een onderzoek door het ministerie van OCW
dat Hagenaars van Turkse en Surinaamse afkomst het meest trots waren op hun
woonplaats. Van de autochtone inwoners was 72 procent trots op Den Haag, van de
Surinaamse 89 procent en van de Turkse 93 procent.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onderzoeken onder bredere groepen bevestigen deze indrukken.
In 2018 onderzocht de VN de geluksscore van immigranten in 117 landen. In deze
VN World Happiness Index staat Nederland op de elfde plaats.</p>



<p class="wp-block-paragraph">En uit het in 2016 gepubliceerde Unicef-onderzoek Fairness
for Children bleek dat immigrantenkinderen in heel Europa minder gelukkig zijn
dan hun autochtone landgenootjes. In heel Europa? Nee, er is één uitzondering:
in Nederland zijn immigrantenkinderen gelukkiger dan autochtone kinderen. Ze
moeten daarmee de gelukkigste kinderen ter wereld zijn, want Nederlandse
kinderen geven hun leven gemiddeld het hoogste cijfer, met de minste
uitschieters naar beneden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is niet moeilijk deze resultaten met persoonlijke
getuigenissen te illustreren. Zo ging de Surinaams-Nederlandse advocaat Natacha
Harlequin als meisje mee met haar moeder, die onderwijzeres was in een dorp in
het Westland. &#8216;Dan waren we de enige donkere mensen in dat dorp en dat was
prima.’</p>



<div class="wp-block-image"><figure class="alignleft is-resized"><img decoding="async" src="https://sypwynia.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/20141009112654_1.jpg" alt="" class="wp-image-6089" width="136" height="175"/><figcaption> <em>Cynthia McLeod</em></figcaption></figure></div>



<p class="wp-block-paragraph">Cynthia McLeod was op de Mulo in Den Haag het enige zwarte
kind. &#8216;Iedereen wilde mijn vriendinnetje zijn, ik werd overal uitgenodigd. Ik
heb me nooit gediscrimineerd gevoeld.&#8217;</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Kameroens-Nederlandse zakenvrouw Marina Diboma ging
studeren in Amsterdam. &#8216;Het is vast wel eens gebeurd, maar ik kan me niet
herinneren dat iemand ooit onaardig tegen me heeft gedaan.&#8217;</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Vietnamees-Nederlandse ondernemer Kimmylien Nguyen: &#8216;Ik
heb nooit racisme meegemaakt in Nederland. En ik zou nooit denken: ze doen zo tegen
me omdat ik zwart haar of kleinere ogen heb.&#8217;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze uitspraken citeer ik uit Robert Vuijsje&#8217;s
Volkskrantrubriek &#8216;Land van afkomst&#8217;. Uit eigen ervaring voeg ik er nog een
paar aan toe, begin dit jaar opgedaan in Suriname.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een Hindoestaanse dame: &#8216;Wij Surinamers zijn massaal naar
Nederland gekomen, en dat heeft Nederland ontzettend goed opgevangen.&#8217; Zelf
vertrok ze in 1967 met haar man, ze kwamen in Maassluis terecht en kregen een
mooi huisje aangeboden. &#8216;Onze kinderen waren de enige zwartjes in de klas. Nooit
gediscrimineerd.&#8217;</p>



<div class="wp-block-image"><figure class="alignleft is-resized"><img fetchpriority="high" decoding="async" src="https://sypwynia.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/9789044639537_cvr.jpg" alt="" class="wp-image-6091" width="246" height="394"/><figcaption> <em>Dit artikel verscheen eerder als het zesde hoofdstuk – ‘De integratieparadox’ – van het boek ‘Zwartkijkers’ van Herman Vuijsje. Dat boek verscheen in november 2018 bij uitgeverij Prometheus</em> </figcaption></figure></div>



<p class="wp-block-paragraph">Een andere Hindoestaanse vrouw belandde in Zwolle en bleef
daar twintig jaar wonen. Ook zij spreekt, ik kan er niks aan doen, van
&#8216;zwartjes&#8217;: &#8216;Wij waren zo&#8217;n beetje de eerste zwartjes daar.&#8217; Een paar keer werd
ze nageroepen dat ze terug moest naar haar eigen land, &#8216;maar verder niks,
helemaal geen last van discriminatie gehad.&#8217; Omdat die Zwollenaren zo weinig
zwartjes hadden gezien, kenden ze niet het verschil tussen een neger en een
Hindoestaan, grinnikt ze. Daarom waren de paar keer dat ze voor neger werd
uitgemaakt, wel een bijzondere ervaring, want zij kende dat woord voornamelijk
als de term waarmee haar eigen mensen in Suriname de creolen uitscholden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een creoolse vrouw was verpleegster in Nederland: &#8216;Ik heb
daar altijd heel prettig gewerkt en ben heel fatsoenlijk behandeld.&#8217; Een keer
probeerde een blanke collega haar een diefstal in de schoenen te schuiven. De
baas plaatste camera&#8217;s en betrapte de collega.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een laatste aanwijzing voor de geringe mate van racisme die
allochtonen in Nederland ervaren, is de verdeling van het aantal gemengde
relaties. Van de getrouwde of samenwonende mensen met een Surinaamse
achtergrond heeft bijna de helft een autochtone partner. Voor Turkse en
Marokkaanse Nederlanders is dat bij hoogstens twaalf procent het geval. Ook
hier lijken dus culturele verschillen veel belangrijker dan verschillen in
etnische afkomst.</p>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>Debatrealiteit en
stadsrealiteit</strong></h2>



<p class="wp-block-paragraph">Toch wijzen niet alle onderzoeken op een grote tevredenheid
bij allochtonen in Nederland. Zo constateert het SCP in zijn rapport Integratie
in zicht? (2016) bij niet-westerse groepen een toenemend onbehagen over hun leven
en mogelijkheden. Van de Turkse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders voelt
slechts zestig procent zich thuis en dat aandeel is sinds 2005 gedaald. Vooral
jonge Marokkanen vinden dat ze er steeds minder bij horen en ervaren toenemende
discriminatie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Uit onderzoek door het Europese onderzoekinstituut FRA
(2017) blijkt dat Nederlandse moslims zich minder met hun woonland verbonden
voelen dan moslims in dertien andere EU-lidstaten, en ook meer discriminatie
melden. Ook rapporteren Nederlandse moslims het minste vertrouwen in de
politie. Zij zeggen twee keer zo vaak te zijn aangehouden vanwege &#8216;etnisch
profileren&#8217; als het gemiddelde van de dertien landen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Speurend naar verklaringen van dit verschil, constateerden
de onderzoekers dat Nederlandse moslims, vooral Marokkanen, veel meer dan hun
geloofsgenoten in andere landen geneigd zijn ervaren discriminatiegevallen ook
te melden. Ook wat betreft hun kennis van de anti-discriminatiewetgeving staan
zij bijna boven aan de ranglijst.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Nederlandse moslims zijn dus &#8216;mondig&#8217; en goed geïnformeerd.
Daardoor, vermoedt het FRA, zijn de barrières om ervaren problemen te benoemen
minder hoog dan in andere landen. &nbsp;Nederlandse moslims lijken kortom in hoge mate
vernederlandst.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze veronderstelling zou een eerste antwoord kunnen zijn op
de vraag waarom, in weerwil van de geringe mate van racisme die in Nederland
wordt aangetroffen, de naar voren gebrachte gevoeligheden op etnisch gebied
zijn toegenomen. De nakomelingen van de schuchtere, merendeels laaggeschoolde gastarbeiders
en rijksgenoten die in Nederland aankwamen, zijn grootgebracht in een
Hollands-assertieve omgeving. Daardoor zullen zij zich minder geremd voelen om
te klagen over racisme en discriminatie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit verschijnsel wordt wel aangeduid als de &#8216;integratieparadox&#8217;:
juist als jonge allochtonen beginnen te stijgen op de maatschappelijke ladder,
kunnen ze tegen vooroordelen en discriminatie aanlopen en ervaren ze die des te
heftiger. Zij hebben bovendien, in tegenstelling tot hun ouders, het &#8216;sociale
kapitaal&#8217; om er wat aan te doen: ze spreken goed Nederlands, zijn hoger
opgeleid, weten hoe de (sociale) media werken en vormen een grotere
pressiegroep.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onderzoek op het gebied van immigratie en integratie is per
definitie moeilijk. Het zijn gevoelige onderwerpen, waarbij de vraagstelling
een groot verschil kan uitmaken en het gevaar van sociaal wenselijke antwoorden
op de loer ligt. Onder migratiegroepen kunnen ook taalproblemen en hoge non-respons
(aantal weigeraars) een rol spelen. Door dit alles is het begrijpelijk dat
verschillende onderzoeken uiteenlopende resultaten opleveren.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wel levert bovenstaand overzicht één redelijke zekerheid op:
de gedachte dat Nederland een van racisme doortrokken natie is, ontbeert iedere
grond. Nederland is niet vrij van discriminatie en racisme, maar behoort tot de
landen die daar het minst van te lijden hebben.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Socioloog Arjan Post constateert dat het debat over
spanningen en conflicten op etnisch gebied in Nederland gepaard gaat met veel
ophef en opwinding. Als resultaat daarvan verharden &#8216;zij&#8217;- tegenover
&#8216;wij&#8217;-beelden zich. Maar Nederland valt ook op doordat die heftige debatten er
samengaan met &#8216;een tot dusver vrij beperkt aantal incidenten&#8217;.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Paul Schnabel, oud-directeur van het SCP, komt tot een
soortgelijke conclusie: op het gebied van etnische relaties groeit &#8216;een steeds
grotere afstand tussen een zwaar polemische ‘debatrealiteit’ en een alledaagse
‘stadsrealiteit’, waarin men niet per se blij met elkaar is, maar min of meer
vreedzaam samenleeft.&#8217;</p>



<p class="wp-block-paragraph">In plaats van zich te geselen met veronderstelde racistische
zonden, zouden Nederlanders daar trots op mogen zijn. Ze hebben een reeks
plotselinge en massale immigratiegolven van mensen met een heel andere cultuur
over het geheel genomen goed weten op te vangen. De geschiedenis is vol van
voorbeelden waar zulke gebeurtenissen rampzalig verliepen. Maar Nederland kan
bogen op een redelijk fatsoen in omgangsvormen en beleid ten opzichte van
immigranten en hun nakomelingen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">&#8216;Nederlandse lezers zeggen vaak dat ze zich schamen en
schuldig voelen,&#8217; zegt Cynthia McLeod. &#8216;Dat hoeft niet. Niemand die nu leeft is
schuldig aan iets dat driehonderd jaar geleden is gebeurd. Ik vind dat
Nederland het goed doet met alle allochtonen die erbij zijn gekomen. Dat is
niet makkelijk.&#8217;</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/maar-hoe-zit-het-met-het-allochtoon-racisme/">Maar hoe zit het met het allochtoon racisme?</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/maar-hoe-zit-het-met-het-allochtoon-racisme/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
		<enclosure url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/958a8d9c-e351-4ffd-b762-c38725dd07ca.jpg" length="" type="image/jpg" />
<media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/958a8d9c-e351-4ffd-b762-c38725dd07ca-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image"  /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/958a8d9c-e351-4ffd-b762-c38725dd07ca-300x170.jpg" width="300" height="170" medium="image"  isDefault="true" /><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/958a8d9c-e351-4ffd-b762-c38725dd07ca.jpg" width="850" height="482" medium="image"  /></media:group><media:content url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/958a8d9c-e351-4ffd-b762-c38725dd07ca-150x150.jpg" width="150" height="150" medium="image" /><media:thumbnail url="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/958a8d9c-e351-4ffd-b762-c38725dd07ca-150x150.jpg" width="150" height="150" />	</item>
		<item>
		<title>Fricties in het eindeloze gezin</title>
		<link>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/fricties-in-het-eindeloze-gezin/?utm_source=mailchimp&#038;utm_medium=email&#038;utm_campaign=2019-06-22</link>
					<comments>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/fricties-in-het-eindeloze-gezin/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Herman Vuijsje]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 22 Jun 2019 06:10:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://sypwynia.dev.webheads.nl/?p=613</guid>

					<description><![CDATA[<p>door Anneke Groen en Herman Vuijsje Anneke Groen en Herman Vuijsje schreven het boek ‘Eindeloos ouderschap’ over een nauwelijks te overschatten, maar te weinig gesignaleerd verschijnsel, te weten dat van het moderne eeuwige gezin. Op verzoek van Wynia’s Week kijken de auteurs nog eens naar de weerslag van hun observaties.Twee jaar na het verschijnen van [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/fricties-in-het-eindeloze-gezin/">Fricties in het eindeloze gezin</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><em>door Anneke Groen en Herman Vuijsje</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Anneke Groen en Herman Vuijsje schreven het boek ‘Eindeloos ouderschap’ over een nauwelijks te overschatten, maar te weinig gesignaleerd verschijnsel, te weten dat van het moderne eeuwige gezin. Op verzoek van Wynia’s Week kijken de auteurs nog eens naar de weerslag van hun observaties.<br><br>Twee jaar na het verschijnen van ons boek Eindeloos ouderschap zijn er bijna vijfduizend exemplaren over de toonbank gegaan. Niet gek voor Nederlandse non-fictie. Ook de belangstelling vanuit de media verflauwt niet. Vooral vrouwenbladen tonen steeds opnieuw belangstelling. Opeenvolgende journalisten en redacteuren blijken ons onderwerp als nieuw te ervaren, vaak getriggerd door ervaringen uit hun eigen leven.<br><br>Eindeloos ouderschap is een toegankelijk geschreven maar toch redelijk doorwrocht signalement van een nog weinig opgemerkte sociale verandering: (groot)ouders houden zich langer intensief bezig met het wel en wee van hun nageslacht dan vroeger….</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ze geven vaker financiële hulp, passen vaker op de kleinkinderen en zijn emotioneel meer betrokken bij het leven van hun volwassen kinderen dan hun eigen ouders destijds. In ons boek beschrijven we deze verandering, gaan we in op de oorzaken en leggen we ook de twijfels en spanningen bloot die ermee gepaard kunnen gaan.</p>



<div class="wp-block-image"><figure class="alignleft"><img decoding="async" src="https://sypwynia.dev.webheads.nl/wp-content/uploads/2019/12/eindeloos_ouderschap-cover.jpg" alt="" class="wp-image-5096"/></figure></div>



<p class="wp-block-paragraph">De blijvende belangstelling voor ons boek verheugt ons, maar zet ons ook weer verder aan het denken. Zo valt het ons op dat vragen bij lezingen en interviews vaak worden gesteld vanuit een pragmatische how-to invalshoek. Het signaleren van zo’n nieuw sociaal verschijnsel, okee hoor, maar wat vinden we er nu zélf van? Vinden we bijvoorbeeld niet dat ouders die financieel bijspringen hun kinderen te veel verwennen? En dat oppassen op de kleinkinderen, hoe vaak doen we dat zelf eigenlijk en wat kunnen we op dat gebied aanbevelen?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook in persoonlijke gesprekken duikt het onderwerp vaak op, maar daarbij gebeurt eerder het omgekeerde: het is voor de betrokkenen juist een eye-opener dat hun eigen ervaringen niet uniek zijn maar deel uitmaken van een meer algemene trend. Niet zelden leidt dat niet alleen tot herkenning, maar ook tot een zekere opluchting: het ligt dus niet aan mij dat ik vragen en twijfels heb over het beroep dat mijn volwassen kinderen op mij doen. Dus toch nog een zelfhulp-effect om een hoekje!</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zoals we al in ons boek veronderstelden, zijn het vooral (groot)moeders die zich hierover het hoofd breken. Vaders lijken laconieker. Ze komen desgevraagd simpelweg opdraven en tasten in de buidel waar dat nodig is, maar maken zich bijvoorbeeld minder zorgen over de vraag waarom de kinderen nooit ‘ns langs komen voor gewoon een kopje koffie, in plaats van een hulpverzoek. Ook komt het oppassen minder vaak op hun bordje terecht. ‘Mijn vader heeft een klusboot’, zo vat een zoon het kort en goed samen in ons boek. </p>



<h2 class="wp-block-heading">Weg met de taboes!</h2>



<p class="wp-block-paragraph">Bij lezingen en interviews deden we ook een andere interessante waarneming. Met Eindeloos ouderschap willen we een nieuwe trend signaleren, maar ook een maatschappelijke bijdrage leveren. Als we (groot)ouders en kinderen kunnen inspireren tot een meer bewuste en ontspannen omgang met de uitdagingen die de gesignaleerde ontwikkelingen met zich meebrengen, is dat mooi meegenomen. </p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is, vinden wij, hoog tijd om grenzen te doorbreken: met twijfels voor de dag te komen, stappen te zetten naar openhartigheid en transparantie in de ouder-kindrelatie en af te rekenen met terughoudendheden en taboes die niet meer functioneel zijn in het licht van de nieuwe ontwikkelingen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">We belichten deze twijfels en taboes van beide kanten, ouders en kinderen, maar krijgen toch regelmatig het verwijt dat we een j’accuse aan het adres van verwende en veeleisende kinderen hebben geschreven, of een boetepreek voor sullige opa’s en oma’s die maar met zich laten sollen. Interessant, want ons boek is zeker niet eenzijdig, pessimistisch of beschuldigend van toon.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is dan ook verleidelijk om ook deze korzelige reacties in verband te brengen met de nieuwe, nog onwennige werkelijkheid. Wellicht illustreren zij dat ons onderwerp deels nog in het domein van het onbespreekbare ligt. Knabbelen aan vanzelfsprekendheden, signaleren van fricties, tasten naar grenzen &#8211; als het gaat om de gevoelige verhouding tussen ouders en kinderen is dat nog lang niet altijd welkom.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ook de eerder genoemde neiging om uit de door ons beschreven trend vooral how-to- en zelfhulpvragen te distilleren, kan tegen deze achtergrond worden bezien. Dat geldt voor onze toehoorders en vragenstellers en ook wel een beetje voor onszelf. Het is misschien een wat omslachtige methode, maar het schrijven van dit boek heeft ook ons bewuster gemaakt van de vragen en onzekerheden die de nieuwe ontwikkelingen oproepen in onze rol van ouder en grootouder. Ook voor schrijvers van sociale non-fictie kan het verhelderend en troostend zijn, zich te realiseren dat hun doen en laten deel uitmaakt van grotere en complexe veranderingen op de langere termijn.</p>
<p>Het bericht <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl/fricties-in-het-eindeloze-gezin/">Fricties in het eindeloze gezin</a> verscheen eerst op <a href="https://wyniasweek.dev.webheads.nl">Wynia&#039;s Week</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://wyniasweek.dev.webheads.nl/fricties-in-het-eindeloze-gezin/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
